Reacties uitgeschakeld voor Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Door | 14 maart 2018 | Nieuws

ONTWERP VAN DECREET, 08 /03/2018

DE VLAAMSE REGERING,

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

Na beraadslaging,

 

BESLUIT:

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding is ermee belast, in naam van de Vlaamse Regering, bij het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet in te dienen, waarvan de tekst volgt.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps­ en gewestaangelegenheid.

Art. 2. Dit decreet is van toepassing op de volgende Vlaamse overheidsdiensten: 1° de departementen;
2° de intern verzelfstandigde agentschappen;
3° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn;
4° de strategische adviesraden;
5° de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia;
6° de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, afgekort als “Raad GO!”;
7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, afgekort “De Watergroep”; 8° het Vlaams Fonds voor de Letteren;
9° de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal­ en Letterkunde.

Dit decreet is van toepassing op de volgende lokale besturen:
1° de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan afhangen;
2° de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare

instellingen en publiekrechtelijke agentschappen en verenigingen die ervan af-

hangen;

 

3° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
4° de openbare instellingen van de erkende erediensten zoals vermeld in het decreet van 7 mei 2004 betre ende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder:
1°uitzendarbeid: de tijdelijke arbeid uitgevoerd door een uitzendkracht in het

kader van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

  1. 2°  Vlaamse overheidsdienst: elk van de Vlaamse overheidsdiensten, vermeld in artikel 2, eerste lid;
  2. 3°  lokaal bestuur: elk bestuur van de lokale besturen, vermeld in artikel 2, tweede lid;
  3. 4°  de wet: de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzend­ arbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebrui- kers.

 

Vlaams Parlement

104 1515 (2017-2018) – Nr. 1

 

Hoofdstuk 2. Vormen van uitzendarbeid

Art. 4. De Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen kunnen een beroep doen op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen, vermeld in artikel 1, §1 tot en met §4, §6 en §7, van de wet:

  1. 1°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is geschorst;
  2. 2°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is beëindigd;
  3. 3°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loop-baanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kadervan het zorgkrediet;
  4. 4°  tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijdsuitoefent;
  5. 5°  een tijdelijke vermeerdering van werk;
  6. 6°  uitvoering van uitzonderlijk werk;
  7. 7°  in het kader van tewerkstellingstrajecten;
  8. 8°  voor artistieke prestaties of artistieke werken.

 

Hoofdstuk 3. Beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten

Art. 5. Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst is bevoegd om uitzendkrachten in dienst te nemen.

Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst of zijn gemachtigde brengt de re- presentatieve vakorganisaties vooraf op de hoogte van de indienstnemingen van uitzendkrachten.

Hoofdstuk 4. Beslissingskader binnen de lokale besturen

Art. 6. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° raad:

a) de gemeenteraad van een gemeente;
b) de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf;
c) de raad van bestuur van een autonoom gemeentelijk havenbedrijf;
d) de provincieraad van een provincie;
e) de raad van bestuur van een autonoom provinciebedrijf;
f) de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maat-

schappelijk welzijn;
g) de algemene vergadering voor de publieke extern verzelfstandigde vereni-

gingen, vermeld in hoofdstuk I van titel VIII van het decreet van 19 decem- ber 2008 betre ende de organisatie van de openbare centra voor maat- schappelijk welzijn;

h) de raad van bestuur van een projectvereniging;
i) de algemene vergadering van een dienstverlenende en opdrachthoudende

vereniging;
j) de kerkraad van een kerkfabriek;
k) de bestuursraad van een kerkgemeente;
l) de bestuursraad van een israëlitische gemeente; m) de kerkfabriekraad van een orthodoxe kerkfabriek; n) het comité van een islamitische gemeenschap;

2° uitvoerend orgaan: het uitvoerend orgaan van de lokale besturen.

De raad bepaalt in welke gevallen uitzendarbeid mogelijk is binnen de krijtlijnen van dit decreet. De raad stelt hierover de nadere regels vast.

Het uitvoerend orgaan is bevoegd om, binnen deze regels, uitzendkrachten in dienst te nemen.

 

Vlaams Parlement

1515 (2017-2018) – Nr. 1 105 Het uitvoerend orgaan kan die bevoegdheid aan het hoofd van het personeel

toevertrouwen. Een subdelegatie van de voormelde bevoegdheid is niet mogelijk.

Het lokaal bestuur brengt in voorkomend geval de representatieve vakorganisa- ties vooraf op de hoogte van de gevraagde indienstnemingen van uitzendkrachten, ermee rekening houdend dat in sommige van de als lokale besturen omschreven instellingen geen syndicale vertegenwoordiging voorhanden is.

 

Hoofdstuk 5. Duur van de uitzendarbeid

Art. 7. Voor elke vorm van uitzendarbeid als vermeld in artikel 4, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de even- tuele verlengingen.

 

Hoofdstuk 6. Informatieverstrekking en monitoring

Art. 8. §1. In dit artikel wordt verstaan onder globale informatie over de uitzend- krachten:
1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd hebben; 2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten.

§2. Elke Vlaamse overheidsdienst bezorgt jaarlijks globale informatie over de uit- zendkrachten aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat daarover jaarlijks een rapport bezorgt aan de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie.

De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Regering en bezorgt jaarlijks een rapport aan het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest.

§3. Het lokaal bestuur bezorgt jaarlijks globale informatie over de uitzendkrachten aan het plaatselijke Hoog Overlegcomité.

308 total views, 1 today