Dat scholen soms in zee gaan met incassobureaus om onbetaalde facturen alsnog betaald te zien, vindt de vzw SOS Schulden op School alarmerend. De vzw pleit voor een verbod. ‘Dan moet er wel een alternatief komen om een stok achter de deur te houden voor wanbetalers’, reageert Lieven Boeve van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

Naar schatting zou ongeveer één op de drie scholen met een incassobureau in zee gaan wanneer ouders de schoolfacturen voor hun kinderen niet betalen. De vzw SOS Schulden op School pleit voor een verbod omdat ‘zo’n bureau het vertrouwen schaadt tussen de ouders en de school’ en ouders die in armoede leven, zo vaak achteraf een nog veel grotere factuur voorgeschoteld krijgen.

Armoede

Ook de onderwijskoepels zijn niet happig op de inzet van incassobureaus door scholen. Zowel het gemeenschapsonderwijs (GO!) als de katholieke koepel vindt dat de werking met zulke bureaus vermeden moet worden waar het kan.

‘Wij zijn er geen voorstander van om incassobureaus in te schakelen vanuit menselijk perspectief, maar we merken ook dat we het grootste deel van de kosten wel kunnen recupereren zonder hen te moeten inschakelen’, zegt Raymonda Verdyck van GO!. ‘We werken bovendien zelf nauw samen met SOS Schulden op School en de OCMW’s om gezinnen in financiële nood zo goed mogelijk te helpen. Secundaire scholen vragen we om goed na te denken over welke betalende activiteiten ze plannen of welk materiaal ze aankopen. In klassen waar leerlingen bijvoorbeeld met iPads werken, zorgen we dat er toestellen in de klas aanwezig zijn, zodat elke leerling kan participeren.’

‘In onze beleidsnota staat dat incassobureaus echt de allerlaatste oplossing zijn’, stelt ook Lieven Boeve van het katholiek onderwijs. ‘Zeker vanuit het perspectief van armoede steunen wij niet op incassobureaus maar op begeleidende maatregelen, zoals aan het begin van het schooljaar zeer transparant zijn over de facturen die zullen komen, en de mogelijkheid toelichten om periodieke betalingen uit te voeren. Voorts hebben scholen vaak ook sociale kassen, waardoor leerlingen in armoede op een zeer discrete manier bijvoorbeeld toch mee op schoolreis kunnen.’

Wanbetalers

Een verbod op incassobureaus is volgens Boeve alleen mogelijk als er aan de scholen een alternatief wordt aangereikt voor wanbetalers. ‘Ik heb het hier alleen over mensen die de factuur wel degelijk kunnen betalen maar dat toch niet doen’, klinkt het. ‘Uiteraard zullen wij eerst eerst herinneringsbrieven sturen, maar als geen enkele betalingsherinnering helpt, dan moeten we die allerlaatste oplossing, het incassobureau, soms toch aanboren.’

‘Het voordeel van een incassobureau is dat het zich tot de ouders richt. Het is de enige stok die we in laatste instantie nog achter de hand hebben. Anders gaan we terug naar de tijd waarin kinderen geen rapport kregen wanneer de ouders de facturen niet betaalden, of niet meekunnen op schoolreis. Dat willen we met de tussenkomst van zulke bureaus net vermijden: kinderen mogen niet de dupe worden van onbetaalde schoolfacturen.’