Nieuws

Bron: De Morgen, 18-09-18

Er zal vrijdag 21/09 niet gestaakt worden.
Op het informeel overleg tussen de vakbonden en Vlaams minister van Bestuurszaken Liesbeth Homans (N-VA) is een akkoord bereikt, klinkt het. Daardoor worden de huidige vakbondsacties stopgezet. Vrijdag 21/09 wordt er dus niet gestaakt bij de Vlaamse overheid.
“Alle acties worden nu inderdaad opgeschort”, zegt Ilse Remy van het ACV. De vakbonden staken vandaag tegen de uitholling van het ambtenarenstatuut door Homans. Volgende maandag was er aanvankelijk een groot overleg gepland tussen de bonden en minister Homans. “Dat gaat ook niet door”, zegt Remy. “Want aan dat overleg was een termijn van dertig dagen gekoppeld om het dossier op te lossen, maar dat is veel te kort. Het dossier zal nu eerst in werkgroepen verder worden behandeld.”

“De vakbonden hebben aangegeven meer tijd nodig te hebben om over de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden te overleggen. Er is afgesproken dat er wekelijks een werkgroep bijeenkomt. De eerste zal aanstaande maandag plaatsvinden.

door pvm | Bron: BELGA

De ambtenarenvakbonden bij de Vlaamse overheid plannen een staking op 21 september. Dat bevestigen ACV en VSOA maandag. Bij het onderwijs en De Lijn worden geen acties gehouden.

De bonden protesteren tegen de plannen van Vlaams minister van Bestuurszaken Liesbeth Homans (N-VA) met het ambtenarenstatuut.

De Vlaamse regering keurde eind juni op voorstel van Homans een principiële beslissing goed om Vlaamse ambtenaren bij ziekte nog dertig kalenderdagen lang hun volledige salaris uit te betalen. Daarna vallen ze terug op 65 procent. Bovendien worden de ontslagmogelijkheden voor statutairen uitgebreid.

Er zal maandag nog een stakingsaanzegging overgemaakt worden aan de minister, aldus Ilse Remy van de christelijke ACV Openbare Diensten. De actie zal gelden voor alle ambtenaren die onder het Vlaamse personeelsstatuut vallen. Het onderwijs en De Lijn horen daar niet bij.

Maandagochtend vond al een eerste van verschillende personeelsvergaderingen plaats. ‘Het zit heel hoog bij de personeelsleden. De actiebereid is groot. De mensen zeggen dat dit niet meer kan’, aldus Remy.

De socialistische vakbond ACOD heeft al een stakingsaanzegging lopen en voerde de voorbije weken al verschillende acties uit protest tegen de hervorming van het ambtenarenstatuut. Vorige maandag blokkeerde de vakbond nog verschillende sluizen op de binnenwateren in Vlaanderen. Ook de liberale VSOA zal de acties tegen de harmonisering van het personeelsstatuut ondersteunen.

Lees ook :http://werkenbijdeoverheid.be/ambtenaren-kunnen-gebruikte-ziektedagen-meer-overdragen-vakbond-boos/

Bron: VVSG 5-9-2018
​Op 5 september werd de Wet bescherming natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens gepubliceerd in het Staatsblad (inforumnr. 322888). De wet vormt de omzetting van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) en de specifieke Richtlijn gegevensbescherming politie en justitie en legt de beginselen inzake gegevensverwerking, de rechten en plichten van betrokkene en verwerkingsverantwoordelijke vast.

Verder worden de bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteiten (de Gegevensbeschermingsautoriteit en het Controleorgaan Politionele Informatie) verduidelijkt en wordt verduidelijkt onder welke omstandigheden een toetreding tot bestaande algemene machtigingen van Sectorale Comités mogelijk blijft.

Niet onbelangrijk is dat met ingang van 5 september ook de bestaande Privacywet van 8 december 1992 (inforumnr. 50479) wordt opgeheven. De bestaande regelgeving die nog verwijst naar de Privacywet, wordt geacht te verwijzen naar de nieuwe wet.

De VVSG kreeg de kans om een advies uit te brengen bij deze Kaderwet en deed dat samen met de werkgroep informatieveiligheid. Op 28 september stelt de VVSG een model van verwerkingsovereenkomst en een pocket over het thema voor.

Reacties uitgeschakeld voor 2% meer loon vanaf oktober 2018 door indexaanpassing

2% meer loon vanaf oktober 2018 door indexaanpassing

Door | 4 september 2018 | Nieuws

In de maand augustus is de spilindex bereikt, wat betekent dat ons salaris vanaf 1 oktober 2018 met 2% stijgt. De vergoedingen en toelagen stijgen ook op 1 oktober 2018 met 2%.

Wat

Je salaris en sommige vergoedingen en toelagen zijn gekoppeld aan de prijsevolutie van goederen en diensten die de gezinnen in België consumeren. Om de actuele waarde te kennen, moet je het bedrag daarom vermenigvuldigen met het huidige indexcijfer (zie tabel onder).

Principe

Elke maand wordt de waarde van een vaste korf van goederen en diensten bepaald. Deze waarde wordt uitgedrukt door het indexcijfer – ook wel de gezondheidsindex genoemd. De indexcijfers tonen dus de evolutie van de levensduurte voor de gezinnen.

Bereikt of overstijgt het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex, vermenigvuldigd met 0,98 (afgevlakte index) een bepaalde waarde (spilindex), dan worden de lonen en sociale uitkeringen automatisch verhoogd. Dit is de automatische indexering.

De spilindexcijfers werken dus als aanpassingsdrempels. Op voorhand wordt een spilindex vastgelegd. Bij het bereiken of overschrijden van de spilindex worden de lonen en sociale uitkeringen in de publieke sector verhoogd met 2%. In dit geval moeten de salarissen, vergoedingen en toelagen die voor indexatie in aanmerking komen verhoogd worden met een verhogingscoëfficiënt (indexcijfer) (zie tabel onder). Dit gebeurt altijd de 2e maand volgend op de overschrijding van de spilindex.

103,04 (= basis 2013) of 124,45 (= basis 2004) 01.07.2017 x 1,6734
105,10 (basis: 2013) 01.10.2018 1,7069
Reacties uitgeschakeld voor Rode pennenzak voor het eerste leerjaar

Rode pennenzak voor het eerste leerjaar

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Standaard, 4/09/2018
Heibel over rode pennenzakken in Brussel
In de pennenzak zat een schaar, scherper, gom, lijmstift, potlood, latje en een pen in vier kleuren. Foto: rr

De Brusselse schepen van Onderwijs Faouzia Hariche (PS) deelde rode pennenzakken uit aan leerlingen van het eerste leerjaar in het lager onderwijs. Oppositiepartij Ecolo verwijt de schepen dat ze verkiezingscampagne voert.

‘In de 18 jaar dat Faouzia Hariche schepen voor openbaar onderwijs is, is het de eerste keer dat kinderen dit soort cadeau krijgen’, zegt gemeenteraadslid Zoubida Jellab van Ecolo aan Bruzz. Volgens haar is het pure verkiezingspropaganda. Politici mogen sinds 14 juli geen cadeautjes meer uitdelen tijdens de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober.

De actie heeft volgens Hariche niets te maken met de verkiezingen, maar passen in het doel van het schepencollege om onderwijs zo betaalbaar mogelijk te houden. En het feit dat de pennenzakken rood zijn, de universele kleur van het socialisme, is toeval. Rood is volgens Hariche vooral één van de officiële stadskleuren van Brussel.

Enkel Franstalige scholen

Daarnaast is er ook kritiek op de schepen omdat geen enkele Nederlandstalige school pennenzakken kreeg, maar 22 van de 23 Franstalige scholen wel. De schepen verdedigt zich door te zeggen dat de pennenzakken al in juni besteld werden, op basis van het aantal inschrijvingen toen. ‘Daardoor krijgen een aantal scholen nu geen pennenzakken. Maar het Nederlandstalig onderwijs telt nu eenmaal minder leerlingen’, zegt ze aan Bruzz. Ze maakt zich sterk dat op termijn elke Brusselse leerling uit het eerste leerjaar zo’n pennenzak zal krijgen.

Reacties uitgeschakeld voor Gelijke kansen en excelleren in het gemeenschapsonderwijs

Gelijke kansen en excelleren in het gemeenschapsonderwijs

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Standaard, 04/09/2018

Topvrouw Gemeenschapsonderwijs: ‘Ik ontken niet dat er werk aan de winkel is’

Scholen van het vrij onderwijs slagen er beter in hun leerlingen te laten ­excelleren en hun sociale ­mobiliteit te bevorderen. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat ik verrast ben’, reageert Raymonde Verdyck, topvrouw van het GO!.

Scholen van het vrij onderwijs slagen er beter in hun leerlingen te laten ­excelleren en hun sociale ­mobiliteit te bevorderen. Dat blijkt uit onderzoek van Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL), op basis van de Pisa-resultaten van de Oeso. Voor Vlaanderen zien de onderzoekers dat 38 procent van de vrije scholen erin slaagt een hogere sociale mobiliteit te combineren met schoolse prestaties die beter zijn dan verwacht. In het ­officiële net lukt dat voor 12 procent van de scholen.

Had u deze resultaten verwacht?

‘Ik kan alleen maar zeggen dat ik verrast ben. Deze onderzoekers beschikken blijkbaar over vergelijkende gegevens, terwijl we de resultaten voor ons eigen net zelfs niet krijgen, ook al zijn we hiervoor vragende partij. Dat we beter scoren op sociale mobiliteit zegt immers iets over de prestaties van onze leerlingen.’

‘Het marktaandeel van het GO! klimt al jaren: ons aantal leerlingen stijgt sneller dan het aantal geboorten, dit heeft een duidelijke link met onze inzet op kwaliteit. Ik zal nooit tegenspreken dat er werk aan de winkel is, maar we scoren volgens de onderzoekers nog steeds beter op sociale mobiliteit als er binnen het eigen net gekeken wordt (dus zonder de schoolse prestaties mee te rekenen, red.).’

De onderzoekers stellen dat het gemeenschapsonderwijs een ander leerlingenprofiel zou aantrekken.

‘Dat klopt. We zien dat bij het GO! het aantal leerlingen met bepaalde SES-indicatoren ­(over ­hun sociaal-economische achtergrond, zoals opleidings­niveau en inkomen van de ouders, red.) hoog is. Maar het is bewezen dat gelijke kansen en ­excellentie elkaar niet uitsluiten. Als we willen excelleren, moeten we iedereen kansen geven. Het behoort tot onze missie om, ongeacht de achtergrond, voor alle leerlingen de hoogste leerwinst te realiseren.’

Dirk Van Damme, hoofd ­onderwijsdivisie van de Oeso, pleitte nochtans voor een beter kwaliteitsbeleid in het gemeenschapsonderwijs.

‘Kwaliteit is al veel langer dan vandaag een continu aandachtspunt bij ons. Dat vertaalt zich in onze driejaarlijkse begeleidingsplannen. We nemen de resultaten van het onderzoek daarbij ter harte. Zo behoren taal en ­lezen tot onze speerpunten.’

Reacties uitgeschakeld voor De Lijn verliest hooggeschoolde technici.

De Lijn verliest hooggeschoolde technici.

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Tijd, 04 09 2018

Door de geplande reorganisatie verlaten tal van ervaren ingenieurs de vervoersmaatschappij. Waarnemers maken zich zorgen over de veiligheid van trams en bussen.

Bij de bedienden van De Lijn zit de sfeer onder het vriespunt. Een tiental hooggeschoolde technici heeft het bedrijf de voorbije maanden verlaten. Het gaat onder meer om leidinggevenden voor techniek, infrastructuur, trams en sporen.

De uittocht is een gevolg van de grote reorganisatie bij de Vlaamse vervoersmaatschappij. Ze schaft haar dubbele hiërarchie met provinciale en thematische directies af en centraliseert haar diensten op de hoofdzetel in Mechelen. Daardoor wordt het aantal functies sterk herleid. Tegen 2020 wil De Lijn minstens 286 bediende- en managementjobs schrappen via natuurlijke uitstroom.

Heel wat bedienden moeten solliciteren voor hun eigen functie. Wie ernaast grijpt, in rang daalt of er gewoon genoeg van heeft, zoekt vaak een nieuwe job. Lang duurt die zoektocht niet. Bedrijven, zoals de spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel, schreeuwen om hooggeschoolde technische profielen. Het precieze aantal vertrekkers bij De Lijn is nog niet duidelijk, want de nieuwe functies zullen pas in november allemaal ingevuld zijn.

Rekruteren

De kennisvlucht die de vertrekkende ingenieurs veroorzaken, stelt het bedrijf al voor problemen. Bij gebrek aan echte bus- of tramopleidingen vergaarden jongere technici hun kennis de voorbije decennia op de werkvloer. Door de uittocht van experten moet De Lijn nu – ondanks de reorganisatie – extern technici rekruteren, vernam De Tijd.

Maar die externen zijn niet altijd vertrouwd met de specifieke spoortechniek. Dat bleek onlangs toen ingehuurde technici de bovenleidingen van de tram in Antwerpen controleerden. De test liep mis toen de tram op een stuk spoor zonder bovenleiding reed. Daarbij werd de peperdure controleapparatuur op het dak van de meettram vernield.

Volgens verkeersexpert Johan De Mol (UGent) komt zo de veiligheid in het gedrang. ‘Als ervaren mensen opstappen en worden vervangen door onervaren of onkundige technici, dan dreigt een probleem voor het onderhoud van het rollend materieel en van de infrastructuur’, zegt hij.

Ontkenning

De Lijn ontkent dat een leegloop gaande is. ‘Een vakbond die de cao niet heeft ondertekend (de socialistische ACOD, red.), stookt dat er een uitstroom is’, zegt woordvoerder Tom Van de Vreken. ‘De cijfers spreken dat tegen. Het verloop bij De Lijn bedraagt 3,6 procent. In vergelijking met andere bedrijven is dat laag.’

Van de Vreken beklemtoont dat het niet abnormaal is dat in een periode van reorganisatie sommigen een andere weg kiezen. ‘Als iemand vertrekt, zoeken we eerst intern oplossingen om dat vertrek op te vangen. Is dat op korte termijn niet mogelijk, dan huren we tijdelijk externe mensen in.’

Reacties uitgeschakeld voor Crevits wil evaluatie van leerkrachten herzien.

Crevits wil evaluatie van leerkrachten herzien.

Door | 2 september 2018 | Nieuws

  • Bron: eigen berichtgeving +  VRT-nieuws, 3/09/2018

De evaluatieprocedure binnen onderwijs is sinds 2007 een verplicht maar niet effectief gegeven. Er wordt veel over gesproken, vorming over gegeven, maar het blijft vaak hangen in veel regels en procedures en een vaak weinig pragmatische aanpak. In principe moeten alle leerkrachten om de 4 jaar geëvalueerd. Maar zelfs deze maximale termijn wordt vaak niet behaald.

En ook directies blijven zelf in de kou. Binnen het gemeentelijk onderwijs worden ze weinig geëvalueerd. Want waar evaluatie binnen de gemeentelijke overheid, ondertussen lang is ingeburgerd (tot en met decretale graden), blijft het in het gemeentelijk onderwijs niet te beantwoorden aan de noden van vandaag.

Volgens Chris De Meerleer, expert evaluatie overheid, zijn nieuwe leerkrachten en directies vaak méér dan vragende partij om feedback en ondersteuning te krijgen. “Evaluatie is een  eenvoudig gegeven dat echter binnen onderwijs nodeloos ingewikkeld is gemaakt. Nergens bij de overheid zijn de procedures immers zo star gemaakt, vaak een gevolg van te veel evenwichtsoefeningen.  Ook bij vakbonden groeit dit besef  stilaan.”

Crevits neemt dus méér dan een uitdaging op als ze dit wil herzien. Het gaat immers niet over het herzien van een procedure, maar een radicale cultuuromslag in het onderwijslandschap.

 

Meer geld voor kleuteronderwijs en een betere evaluatie van vastbenoemden: dit antwoordt Crevits op uw vragen

Een einde maken aan de historische onderfinanciering van het kleuteronderwijs, meer aandacht voor de evaluatie van vastbenoemde leerkrachten en de keuzemogelijkheid om de Nederlandse taalvaardigheid ook in het vak geschiedenis of bij een paper te beoordelen: dit had Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) te zeggen op uw vragen.

De “vaste benoeming” van leerkrachten

Verschillende vragen die binnenkwamen, gingen over de zogenoemde “vaste benoeming” van leerkrachten.  Van “Moet de vaste benoeming van leerkrachten niet afgeschaft worden om jonge leerkrachten meer kansen te geven?” tot “Waarom wordt de vaste benoeming niet vervangen door een contract van onbepaalde duur?”

“Het belangrijkste is dat de indruk niet ontstaat dat een vaste benoeming iets is voor de eeuwigheid, waar je sowieso nooit geëvalueerd wordt en nooit gesanctioneerd”, zei Crevits daarover. “Dinsdag gaan we samenzitten met de sociale partners om te kijken of we de evaluatieprocedure niet moeten bijsturen.”

Want daar loopt het volgens de minister vooral fout. “Elk schooljaar zijn er 30 tot 35 leerkrachten die ondanks het feit dat ze vastbenoemd zijn, ontslagen worden. Is dat veel, is dat weinig? Het zal wel weinig zijn. Maar wat we dan zien is dat een aantal van die ontslagprocedures toch vernietigd worden omdat er fouten zijn gemaakt. En als ik dan hoor dat leerkrachten niet weten door wie ze geëvalueerd worden, dat leerkrachten soms 10 jaar lang niet geëvalueerd worden en dan toch beschouwd worden als rotte appel in de groep… Dat kan ook niet. Het evalueren van leerkrachten moet deel uitmaken van het kwaliteitsbeleid van de school.”

Vaste benoeming blijft bestaan, maar evaluatie wordt belangrijker

Afschaffen van de vaste benoeming, is echter niet aan de orde. “We hebben bij het begin van de legislatuur gezegd dat we daar niet aan zouden raken. Maar er zijn wel studies geweest, o.a. van het Rekenhof, dat die benoeming niet het probleem is, maar wel de evaluatieprocedure. We moeten dus zorgen dat leraren correct en goed geëvalueerd worden, dat ze weten wie hen evalueert en dat er tijd is om bij te schaven als dat nodig is.”

De vaste benoeming blijft dus bestaan, maar evaluatie zal belangrijker worden. Crevits benadrukt ook dat die vaste benoeming al sneller gebeurt. “Met de sociale partners hebben we gezegd dat de 600 dagen die een leraar voor de klas moet staan om een tijdelijke vastheid van betrekking te krijgen, gereduceerd wordt tot 400 dagen.”

De minister benadrukte ook nog dat er deze legislatuur 3.000 extra leraren zijn die werk hebben in het onderwijs.

 

Reacties uitgeschakeld voor OCMW gaat op in gemeente. Unieke kans voor sterk lokaal sociaal werk

OCMW gaat op in gemeente. Unieke kans voor sterk lokaal sociaal werk

Door | 1 september 2018 | Nieuws

Bron: Sociaal Net, Jeroen Peeters, 

De sociaalwerkconferentie schoof vijf krachtlijnen naar voor die de identiteit van het sociaal werk bepalen. Inspireren die krachtlijnen de OCMW’s? Jeroen Peeters is duidelijk: meer dan ooit, nu OCMW’s inkantelen in de gemeenten.

SOCIAALWERKCONFERENTIE

De sociaalwerkconferentie van 24 mei 2018 debatteerde over de identiteit van het sociaal werk. Vijf krachtlijnen zijn bepalend: verbindend werken, nabij werken, politiserend werken, generalistisch werken en procesmatig werken.

“Sociaal werk is een breed werkterrein.”

Zo’n identiteitsbepaling is niet evident: sociaal werk is een breed werkterrein. Vanuit mijn ervaringen binnen het OCMW en overtuigd van de belangrijke rol die maatschappelijk werkers in de OCMW’s spelen, kroop ik in de pen. Ik was geboeid door de dynamiek van de conferentie, maar ben tegelijkertijd bezorgd over de vertaling ervan naar het werkterrein.

Ik wil vooral het prediken voor de eigen sociaalwerk-kerk overstijgen. Want het sociaal werk staat als beroepsgroep voor de belangrijke uitdaging om deze toekomstvisie waar te maken.

OCMW BIEDT MOGELIJKHEDEN

Sociaal werk binnen de OCMW’s biedt heel wat mogelijkheden. In elke gemeente is er een OCMW waar mensen terechtkunnen met hulpvragen. Sociaal werkers staan klaar om hen op alle mogelijke levensdomeinen te begeleiden.

“Troef is de verbinding met de leefwereld van cliënten.”

De potentiële rijkdom van het sociaal werk binnen een OCMW bestaat dan ook uit een unieke combinatie van eigen generalistisch sociaal werk en het zoeken van samenwerking met meer gespecialiseerde partners.

Belangrijke troef is de directe verbinding met de lokale context, dichtbij de leefwereld van cliënten.

POLITIEKE NABIJHEID

Tegelijk zijn OCMW-werkers actief binnen een politieke en ambtelijke context. Dat verhoogt de complexiteit van hun werk. Vooral de nabijheid van het politieke domein stelt hen voor uitdagingen.

“Toekennen van steun is geen nattevingerwerk.”

Zo is het een uniek gegeven dat politiek verkozen raadsleden oordelen over het al dan niet toekennen van steun. Dat mag geen subjectief nattevingerwerk zijn.

De basis van de beslissing is een sociaal onderzoek van de maatschappelijk werker. Dit sociaal onderzoek en verslag zijn onderworpen aan kwaliteitsvereisten. De samenwerking tussen lokaal bestuur en management is vastgelegd in een afsprakennota en personeels- en raadsleden werken vanuit een deontologische code.

ROL VAN DE SOCIAAL WERKER

Die objectivering moet uitmonden in een leefloon en steunverlening die optimaal afgestemd is op de individuele cliëntsituatie. De rol van de maatschappelijk werker als sociale professional is essentieel.

“Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus.”

Onderzoek toont aan dat deze sociale professional zich onderscheidt door vanuit een discretionaire ruimte de wetgeving toe te passen, rekening houden met de methodiek van sociaal werk. Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus die reproduceert, ongeacht de individuele context.De Wilde, M., e.a. (2016), 40 jaar OCMW en bijstand, Leuven, Acco.

POLITIEKE LUWTE

Alle OCMW’s hebben deze basisopdracht. Ze geven deze vorm en inhoud, afgestemd op de lokale context. Vanuit deze lokale beleidsruimte is het logisch dat er verschillen ontstaan.

“OCMW-raadsleden bouwden eigen expertise op.”

Historisch gezien bevond de werking van de sociale dienst van een OCMW zich in de politieke luwte. OCMW-raadsleden bouwden vanuit een stabiele basis expertise op. Debatten in de OCMW-raad of het bijzonder comité (dat beslist over individuele dossiers van OCMW-cliënten) werden vaak gevoerd vanuit een breed ideologisch debat, minder vanuit een louter partijpolitieke invalshoek.

VERANDERINGEN DECREET LOKAAL BESTUUR

Het Decreet Lokaal Bestuur brengt daar verandering in. Met dit decreet heeft de Vlaamse Regering de ambitie om sterk geïntegreerd sociaal beleid te realiseren. Via een conceptnota werkte ze verder uit hoe ze die integratie wil realiseren.

Zo moet het decreet de verkozen gemeenteraad versterken. Zij neemt de belangrijke beslissingen over het lokale beleid. Door OCMW- en gemeentelijke administraties samen te smelten, zijn er efficiëntiewinsten. Een grotere klantgerichtheid en laagdrempeligheid kunnen de sociale dienstverlening toegankelijker maken.

INKANTELING VAN OCMW

Concreet blijven er vanaf 1 januari 2019 wel twee rechtspersonen overeind: de gemeenten en het OCMW. Maar de OCMW-raad valt vanaf dan wel samen met de gemeenteraad. En het college van burgemeester en schepenen vervult de taken van het vast bureau, het dagelijks bestuur van het OCMW.

“OCMW-raad valt samen met gemeenteraad.”

Hierdoor wordt het uitstippelen van het sociaal beleid een opdracht voor de OCMW-raad, samengesteld uit dezelfde raadsleden als de gemeenteraad. Wel blijft er een apart comité sociale dienst bestaan waarin de individuele steuntoekenning zal gebeuren.

Het feit dat er vanaf 1 januari 2019 één algemeen directeur en één financieel directeur aan het hoofd staan van gemeente en OCMW, maakt de politieke en ambtelijke inkanteling compleet.

VELE VRAGEN

Vandaag zijn alle OCMW’s en gemeenten in transitie. De verhoudingen tussen beide worden hertekend. Daarbij duiken veel vragen op. Die hebben niet alleen te maken met structuren en functies, maar raken ook de identiteit van sociaal werk.

“Deze verandering raakt de identiteit van sociaal werk.”

Het Decreet Lokaal Bestuur spreekt over inkanteling. Kan het OCMW haar eigenheid behouden? Heeft zo’n inkanteling gevolgen voor het beroepsgeheim van sociale professionals?

Krijgen armoedebeleid en hulpverlening in de gemeenteraad een volwaardige plaats naast de electoraal meer interessante thema’s zoals de aanleg van de straat en het netjes verleggen van de scheve stoeptegel?

Hoe stemmen we deze verandering af op andere beleidsvernieuwingen zoals eerstelijnszones en het geïntegreerd breed onthaal?

UNIEKE KANS

De cruciale vraag is hoe we deze evoluties aanwenden om sociaal werk binnen het OCMW te versterken. Deze evoluties zijn niet alleen een bedreiging, maar vooral ook een kans. Want er was nog nooit zo veel aandacht voor lokaal sociaal werk.

“Lokaal beleid is per definitie sociaal beleid.”

Het Decreet Lokaal Bestuur blijft de expertise en bestaffing van de sociale dienst waarborgen. De maatschappelijk werker blijft een erkende beroepsgroep. Het geïntegreerd breed onthaal vertrekt vanuit de cliënt en tracht eindelijk los te komen van structuren. En het regeerakkoordvan de Vlaamse Regering 2014-2019 erkende de lokale besturen (gemeente en OCMW) als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid.

Daarom is deze inkanteling van OCMW in gemeente een unieke kans voor de realisatie van een integraal hulpaanbod, gestuurd vanuit één administratieve en politieke organisatie. Bovendien schetst een ander decreet, het Decreet Lokaal Sociaal Beleid, heel duidelijk de rol die het lokaal beleid kan opnemen. Daardoor is lokaal beleid per definitie sociaal beleid.

VOLWASSEN DEBAT OVER VERSCHIL

De beoogde inkanteling biedt kansen voor een sterk lokaal sociaal werk. Voorwaarde is wel dat organisaties niet alle energie investeren in het zoeken naar de grootste gemene deler van gemeentelijke dienstverlening en lokaal sociaal werk.

Er moet voldoende aandacht blijven voor het verschil tussen beide. Zowel het afleveren van een paspoort als het uitkeren van een leefloon monden uit in een definieerbaar resultaat. Maar het afgelegde proces is fundamenteel anders.

“Er moet debat komen over het ‘waarom’.”

Er zullen nieuwe organisaties ontstaan die zowel hulpverlening als dienstverlening realiseren. Om het beste van twee werelden te krijgen, is een volwassen debat nodig over verschil en eigenheid. Over de discretionaire ruimte die nodig is om het DNA van verschillende disciplines tot zijn recht te laten komen.

Dit gaat in essentie ook over waarden die in zowel hulp- als dienstverlening aan bod komen. Naast het reorganiseren en het hertekenen van organogrammen, moet er ook een debat gevoerd worden over het ‘waarom’, over de vraag hoe de nieuwe organisatie omgaat met de diversiteit aan cliënten.

WELKE UITDAGING?

Weldra zitten lokale beleidsmakers samen rond de tafel bij het bepalen van een nieuw bestuursakkoord. Zij tekenen een nieuw integraal en sociaal lokaal beleid uit. Hier liggen kansen om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.

“Het is een kans om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.”

Het sociaal beleid zal niet meer in een aparte structuur bepaald worden. Raadsleden die veelal geen historiek hebben binnen de OCMW-context staan mee aan het roer. Debatten zullen gevoerd worden middenin een politieke realiteit.

OPDRACHT VOOR SOCIAAL WERK

De beroepsgroep van sociaal werk heeft hier een belangrijke opdracht. Ze staat voor de uitdaging om op ambtelijk en politiek niveau in debat te gaan. Ze moeten sleutelactoren die geen voorkennis hebben van dit sociaal werk aangespreken.

Mandatarissen moeten opgeleid worden, niet alleen op vlak van kennis, maar ook op vlak van methodieken, waarden, opdrachten en beroepsprofiel.

POLITISEREND WERKEN

Terecht schoof de sociaalwerkconferentie politiserend werken naar voor als een krachtlijn van sociaal werk. Dit betekent dat sociaal werkers mee de toegang tot rechten waarborgen en structurele factoren aankaarten die sociale rechtvaardigheid belemmeren. Op die manier beïnvloeden ze mee het beleid.

“De inzet is om politiserend werken te vrijwaren.”

De inzet is om op het werkterrein dat politiserend werken te vrijwaren en verder te versterken. Dit alles in een maatschappelijke context waarin publiek debat steeds meer verengd wordt tot oneliners, en gepolariseerde stellingnames.

Reacties uitgeschakeld voor De taken van een omgevingsambtenaar

De taken van een omgevingsambtenaar

Door | 21 augustus 2018 | Nieuws

Bron: VVSG

1° De belangrijkste ‘exclusieve’ taak van een omgevingsambtenaar is het schrijven van het deskundig advies (‘verslag’) dat ter voorbereiding van de beslissingen van het college moet worden opgemaakt. Dit advies maakt vanzelfsprekend deel uit van het vergunningsdossier. Daarentegen is het niet verplicht het verslag op te nemen in de vergunningsbeslissing zelf. Handig is het wel, omdat zo eenvoudiger kan worden nagegaan of het advies van de omgevingsambtenaar afwijkt van de uiteindelijke beslissing van het college. Daarnaast kan enkel de gemeentelijke omgevingsambtenaar (en dus niet het college) het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs afgeven bij de aanvraag van een planologisch attest.

 

2° Bovendien zijn er verschillende taken die logischerwijs aan de omgevingsambtenaar worden overgelaten, maar waar er ruimte is dat het college dit zelf doet. Het gaat daarbij niet om een delegatie van bevoegdheden van het college naar de omgevingsambtenaar, maar om een gedeelde bevoegdheid. Daarom is het belangrijk vooraf af te spreken wie deze taken uitvoert: het college of de omgevingsambtenaar. Het gaat om:

  • Ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring van een vergunningsaanvraag, verzoek tot bijstelling en opvraag ontbrekende gegevens;
  • Op basis van de screeningsnota een beslissing of de opmaak van een milieueffectenrapport noodzakelijk is;
  • Aanvragen van de adviezen aan de adviesinstanties;
  • Aanvraag van advies aan de provinciale of gewestelijke omgevingsvergunningscommissie en de deelname aan dit overleg;
  • Overleg met de nutsmaatschappijen als de vergunningsbeslissing lasten inhoudt met betrekking tot nutsvoorzieningen. Wij wijzen in dit verband ook op de ‘Code Nuts’ die de VVSG in samenwerking met de VRN opmaakte en tracht de hinder bij werken op het openbaar domein te beperken;
  • Organisatie van een openbaar onderzoek dat moet worden georganiseerd voor het permanent maken van een milieuvergunning die voor de duur van 20 jaar is afgeleverd. Andere openbare onderzoeken hoeven niet per se door de omgevingsambtenaar worden georganiseerd;
  • Opmaak van een gemeentelijk advies over aanvragen die worden behandeld door de gewestelijke of provinciale overheid;
  • Opmaak van advies bij beroepsprocedures, tenzij beroep is ingesteld door het college;
  • Aktename van meldingsplichtige handelingen of exploitaties;
  • Evaluaties of de voorwaarden van lopende milieuvergunningen moeten “bijgesteld” worden (“De bevoegde dienst van de gemeente” – art. 5.4.12 DABM).

 

3° Tot slot kan een omgevingsambtenaren andere taken opnemen, zonder dat er een expliciete decretale basis is. Zo zal visievorming rond ruimtelijke planning en milieubeleid vaak ook tot het takenpakket van een omgevingsambtenaar behoren. Sommige omgevingsambtenaren spelen ook een rol op het vlak van handhaving.

 

Opleidingsniveau en kwaliteitsvereisten van een omgevingsambtenaar

Om te kunnen worden aangewezen als omgevingsambtenaar legt het uitvoeringsbesluit bepaalde vereisten op naar opleidingsniveau en kwaliteit. Ze staan beschreven in art. 143  en 146 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

 

Art. 143. § 1. Om te kunnen worden aangewezen als gemeentelijke omgevingsambtenaar, moet een persoon voldoen aan elk van de volgende voorwaarden :

1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A of B;

2° beschikken over een relevante aantoonbare beroepservaring van minstens twee jaar.

  • 2. Onverminderd hoofdstuk 12 van het decreet van 25 april 2014 en in afwijking van paragraaf 1 kunnen personen die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau B, als gemeentelijke omgevingsambtenaar worden aangewezen op voorwaarde dat op de datum van goedkeuring van dit besluit de administratieve behandeling van aanvragen tot milieuvergunning, stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning een van hun hoofdtaken was.
  • 3. Onverminderd hoofdstuk 12 van het decreet van 25 april 2014 en in afwijking van paragraaf 1 kunnen personen die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau C als gemeentelijke omgevingsambtenaar worden aangewezen op voorwaarde dat op de datum van goedkeuring van dit besluit de administratieve behandeling van aanvragen tot milieuvergunning, stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning gedurende minstens vijf jaar een van hun hoofdtaken was.

Art. 146.(1) De kwaliteitseisen waaruit voldoende kennis van de ruimtelijke ordening blijkt en waarover de aangestelde omgevingsambtenaar of omgevingsambtenaren gezamenlijk moeten beschikken, zijn :

1° cursussen stedenbouw, ruimtelijke ordening of ruimtelijke planning gevolgd hebben, wat aangetoond wordt met het betrokken master- of bachelordiploma, of;

2° een relevante beroepservaring inzake ruimtelijke ordening hebben van minstens twee jaar.

(2) De kwaliteitseisen waaruit voldoende kennis van het milieu blijkt en waarover de aangestelde omgevingsambtenaar of omgevingsambtenaren gezamenlijk moeten beschikken, zijn :

1° cursussen milieu gevolgd hebben, wat aangetoond wordt met het betrokken master- of bachelordiploma, of;

2° een relevante beroepservaring inzake milieu hebben van minstens twee jaar.

 

De gemeente moet er dus kort samengevat op letten dat:

  1. het individuele personeelslidhet juiste opleidingsniveau heeft (diploma dat toegang geeft tot het A- resp. het B-niveau ) én2 jaar relevante aantoonbare beroepservaring. Hierop gelden twee uitzonderingen:
  • Ook iemand zonder relevante aantoonbare beroepservaring kan worden aangewezen, op voorwaarde dat het iemand is met een diploma dat toegang geeft tot B niveau (dus niet A!) én die persoon op 27 november 2015 de administratieve behandeling van vergunningsaanvragen als hoofdtaak had. Deze eerste uitzondering geldt dus enkel voor de functie van omgevingsambtenaar die op het B-niveau wordt vastgesteld.
  • Ook iemand met een diploma dat toegang geeft tot niveau C kan worden aangewezen, als hij op 27 november 2015 reeds minstens 5 jaar de administratieve behandeling van vergunningsaanvragen als hoofdtaak had.
  1. onder de groepvan omgevingsambtenaren voldoende kwaliteit is wat blijkt uit een specifiek diploma (ruimtelijke ordening of milieu)of 2 jaar relevante beroepservaring.
    Aangezien de individuele personeelsleden sowieso 2 jaar relevante beroepservaring moeten hebben (zie artikel 143), doet dit laatste criterium er meestal niet toe, tenzij in de specifieke situaties, nl.  een stedenbouwkundige ambtenaar die automatisch omgevingsambtenaar wordt en op 23 februari 2017 niet over twee jaar werkervaring beschikt, of de omgevingsambtenaar die toepassing van art. 143 §2 zonder twee jaar relevante beroepservaring op het B niveau aangesteld en aangewezen werd. Dat men het in art. 143 § 2 (uitzondering voor wie op 27.11.2015 met vergunningverlening bezig was) slechts over niveau B heeft en niet over niveau A, is een vergetelheid; in elk geval heeft iemand met diploma niveau A zeker ook een diploma niveau B en komt dus ook in aanmerking voor deze uitzondering.

 

Via het schema dat te raadplegen is via deze linkkan worden achterhaald of een gemeente voldoende kennis in huis heeft om de omgevingsvergunning te kunnen behandelen.

 

Het gaat hier overigens om de minimaletoegangsvereisten die de Vlaamse overheid oplegt. Een gemeente kan hogere kwaliteitseisen stellen, bijv. met  strengere toegangsvereisten, wat betreft opleidingsniveau of werkervaring.
Daarnaast kan ze de kwaliteit ook garanderen met een extra grondige selectieprocedure,, zodat de beste kandidaat komt bovendrijven.

Reacties uitgeschakeld voor Opsparen van ziektedagen niet hoger bij statutaire ambtenaren.

Opsparen van ziektedagen niet hoger bij statutaire ambtenaren.

Door | 30 juli 2018 | Nieuws

Bron: De Morgen, eigen berichtgeving

Ambtenaren kunnen hun niet-gebruikte ziektedagen niet meer overdragen. Dat is een maatregel uit het begrotingsconclaaf. ‘Bijzonder asociaal’, zegt Marc Saenen, secretaris voor ACV Openbare Diensten, aan Het Nieuwsblad.

Volgens de oude regeling hadden statutair benoemde ambtenaren recht op 21 ziektedagen per jaar. Tijdens die 21 dagen kregen ze hun volledige loon doorbetaald, daarna daalde dat tot 60 procent van het inkomen. Maar dat was niet alles. Als een ambtenaar minder dan 21 ziektedagen genomen had, kon hij die dagen overdragen naar het volgende jaar. Zo konden ze een aardig spaarpotje aan dagen aanleggen. ‘Er zijn ambtenaren die bijna nooit ziek zijn en dankzij dit systeem veel vroeger met pensioen gingen’, klonk het binnen de regering.

In het begrotingsakkoord dat de federale regering dinsdag bereikte, wordt die regeling aangepast. Voortaan zal wie ziek is, een maand lang zijn of haar volledige loon krijgen. Daarna wordt dat 60 procent van het bedrag. Tegelijkertijd wordt de regeling van de ziektedagen verstrengd. De 21 dagen zullen niet meer overdragen kunnen worden naar later.

De federale regering doet dat om de statuten van ambtenaren en de privésector te harmoniseren. ‘Bovendien maken we komaf met een toch wel heel vreemde regeling: niet-gebruikte ziektedagen overdragen naar het volgende jaar’, klinkt het in regeringskringen. ‘Normaal is: als je ziek bent, blijf je thuis en anders ga je werken. Daarmee is de kous af. De bestaande regeling afschaffen is gewoon goed bestuur. Met de nieuwe regeling voorkomen we ook dat ambtenaren ziektedagen opsparen om dan op het einde van hun carrière in een soort brugpensioen te kunnen gaan.’

‘Pikken verwijt niet’

Maar die beslissing valt niet in goede aarde bij de vakbond, zegt Marc Saenen, secretaris voor ACV Openbare Diensten. ‘We pikken het verwijt niet dat ambtenaren hun ziektedagen opsparen om vroeger met pensioen te kunnen gaan. Het ziekteverzuim bij de statutaire ambtenaren – zij die ziektedagen kunnen opsparen – ligt op 5,8 procent. Bij contractuelen – zij die niet van dit systeem kunnen genieten – ligt dat op 6 procent. Dus hoger.’

Saenen vindt de nieuwe maatregelen ‘bijzonder asociaal’. ‘Vooral tegenover de oudere ambtenaren die meer kans lopen om door bijvoorbeeld kanker of een hartfalen langdurig thuis te zitten. Zij zullen nu veel sneller op een lager inkomen vallen.’

Het kabinet van Jan Jambon (N-VA), minister van Binnenlandse Zaken, wijst erop dat de nieuwe maatregel niet meteen voor iedereen ingaat. ‘We werken een uitdoofbeleid uit.’

Reacties uitgeschakeld voor Oppositie / vakbonden negatief over zomerakkoord: “Mensen in armoede duwen helpt hen niet aan job”

Oppositie / vakbonden negatief over zomerakkoord: “Mensen in armoede duwen helpt hen niet aan job”

Door | 25 juli 2018 | Nieuws

BRON: HET LAATSTE NIEUWS
Redactie 24 juli 2018 13u45 Bron: Belga

De oppositiepartijen hebben geen goed woord over voor het zomerakkoord van de federale regering. Ze wijzen erop dat de onzekerheid blijft. Het begrotingswerk noemt Groen onder andere “niet serieus”.

Groen reageert ontgoocheld op het akkoord van de federale regering. Kamerfractieleider Kristof Calvo wijst erop dat de 2,6 miljard euro, die de regering moest vinden om de begroting op de rails te houden als bij toverslag verdwenen is. “Dit is niet meer serieus. Er blijven veel vraagtekens over tal van maatregelen. Ook rond Arco zal er onzekerheid blijven. Er is wel één zekerheid: de uitkeringen zullen sneller dalen. Voor langdurig werkzoekenden wordt de arbeidsdeal een armoededeal. Voor eerlijke fiscaliteit is het blijkbaar echt wachten op een andere regering”, stelt Calvo.
Groen vreest dat de arbeidsdeal vooral een armoededeal zal blijken voor langdurig werkzoekenden: “De enige zekerheid nu is dat de uitkeringen sneller zullen dalen. Hoeveel lager wil men nog gaan? Mensen in de armoede duwen helpt hen niet aan een job. Armoede werkt niet.”

Sp.a: “Gebroken beloftes, verkeerde keuzes en factuur steeds naar dezelfden”
Behalve een regering van valse beloftes (een begroting in evenwicht), is dit voor sp.a-Kamerfractieleider Meryame Kitir ook een regering die verkeerde keuzes maakt. De werkloosheidsuitkeringen doen dalen of SWT opheffen is geen oplossing om werkzoekenden aan een job te helpen. Het duwt hen alleen de armoede in. Bovendien beloofde de meerderheid de laagste uitkeringen op te trekken boven het armoederisico, maar worden de werkloosheidsuitkeringen nu zelfs nog eens verlaagd.
Voor sp.a zet de regering haar privatiseringsagenda voort met de verkoop van Belfius, terwijl dit land nood heeft aan een sterke staatsbank die een échte partner is van gezinnen, kmo’s en zelfstandigen. “Met die verkoop heeft de Arco-spaarder bovendien nog altijd geen enkele garantie op een vergoeding, iets wat nochtans in het regeerakkoord van 2014 (!) staat. Ik mag hopen dat deze regering die 800.000 gewone spaarders niet nog een keer in de steek laat en weer haar belofte breekt. Maar ik vrees ervoor”, aldus Kitir.

PVDA: “Arbeidsdeal is in werkelijkheid armoededeal”
Voor PVDA schiet de arbeidsdeal van de federale regering “met scherp op werklozen en bruggepensioneerden, maar laat hij fraudeurs en superrijken buiten schot”. Dat zegt PVDA-woordvoerder Tom De Meester.
“De regering wil de mismatch op de arbeidsmarkt aanpakken door de werkloosheidsuitkeringen sneller af te bouwen. Dat is de wereld op zijn kop. […] Onderzoek toont aan dat je de tewerkstellingskansen van mensen niet vergroot door hun uitkering te verlagen. Dat is asociaal en onrechtvaardig”, vindt De Meester. Doordat de regering bovendien elke mogelijkheid schrapt om op brugpensioen te gaan voor de leeftijd van 60 jaar, zullen de ouderen gewoon afgedankt worden, zonder bedrijfstoeslag en zonder verdere opbouw van pensioenrechten, stelt de radicaal-linkse partij.

Vlaams Belang: “Bestuursploeg van gebroken beloftes en gemiste kansen”
“Deze regering doet haar reputatie van bestuursploeg van gebroken beloftes en gemiste kansen alle eer aan.” Zo reageert Vlaams Belang-kamerfractieleider Barbara Pas. De Arco-deal is volgens haar een ‘gelegaliserde hold-up de op de belastingbetaler’, de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zal enkel leiden tot een stijging van het OCMW-cliënteel en de begroting is kunstmatig opgesmukt.
Voor het Vlaams Belang dienen de Arco-coöperanten wel degelijk te worden vergoed, maar daarvoor moet niet de belastingbetaler maar de schuldigen opdraaien. Dat was tot voor kort ook de mening van N-VA, maar nu keurt haar minister van Financiën Johan Van overtveldt deze onrechtvaardigheid goed, stelt de partij. Voorts is het maar de vraag of Europa het akkoord zal goedkeuren. Buiten wat technische modaliteitswijzigingen is het immers een kopie van het zomerakkoord van 2017.
Verder hekelt het Vlaams Belang de kunstmatig opgesmukte begroting. “Vooral de aangekondigde meerinkomsten uit de accijnzen op diesel zijn bitter voor een regering die zichzelf het etiket lastenverlagend toebedeelt”, stelt Pas. “De belofte dat wie werkt spaart en onderneemt zou worden beloond krijgt met dit akkoord een eersteklasbegrafenis.”

CdH heeft impliciete kritiek op CD&V over Arco-deal
Oppositiepartij cdH stelt zich vragen bij de Arco-deal “op de rug van de federale staat” en de gedeeltelijke verkoop van de overheidsbank Belfius. Waals fractieleider Dimitri Fourny wijst naar de CD&V zonder de partij bij naam te noemen.
Het oprichten van een fonds van 600 miljoen euro om de Arco-coöperanten te vergoeden “kan enkel met het fiat van de Europese Commissie, maar de federale meerderheid lijkt zich niets van dit voorafgaandelijk akkoord aan te trekken”, stelt Fourny enkele uren nadat CD&V-vicepremier Kris Peeters ontkende dat een akkoord van Europa nodig was.
Het begrotingsakkoord van de federale regering is ruim, maar bevat “helaas vooral vage beslissingen waarvan de doeltreffendheid alles behalve bewezen is”, reageert ook Kamerfractieleider Catherine Fonck van cdH. De arbeidsdeal bestaat volgens haar uit “weinig begeesterende maatregelen”, terwijl de verhoging van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen niet het gepaste antwoord is op de openstaande vacatures en de knelpuntberoepen.
Wat de begroting betreft, hekelt ze het feit dat die weinig cijfers bevat. “Je krijgt de indruk in een pre-electorale begrotingsoefening te zitten: technische correcties, geen nieuwe taksen, een rist maatregelen en een beetje voor iedereen”, voegt ze eraan toe.

PS: “Meest kwetsbaren betalen voor slecht beheer van regering-Michel”
Het begrotingsakkoord dat de federale regering afgelopen nacht sloot doet de meest kwetsbaren betalen voor het slechte beheer van de regering-Michel, betreurt PS-kamerfractieleider Ahmed Laaouej. Voor hem zijn de gerealiseerde besparingen het gevolg van een “verstikking” die de regering de laatste jaren heeft georganiseerd en die leiden tot een gat van 5 miljard in de begroting 2019, en niet van 2,6 of 3 miljard zoals de “regering van leugenaars inzake begroting” stelt.
Voor Laaouej komt de verkoop van een deel van Belfius neer op “de uitverkoop van een eigendom dat goed functioneert omdat men de schuldgraad niet naar omlaag krijgt”.
DéFI: “Regering laat meest kwetsbaren opdraaien voor gebrek aan ijver”
De meest kwetsbare burgers blijven opdraaien voor het gebrek aan begrotingsijver van de federale regering. Zo reageert oppositiepartij DéFI op het akkoord. “Het begrotingsakkoord 2019 is weinig ambitieus en het risico op een ontsporing is geenszins van de baan”.
De degressiviteit van de werkloosheidsuitkering komt er voor DéFI op neer dat “werklozen nog sneller zullen worden gesanctioneerd”. De partij van Olivier Maingain heeft ook kritiek op de vergoeding van gedupeerde Arco-coöperanten voor in totaal 600 miljoen euro. “Het is onaanvaardbaar dat de regering dat voorstelt zonder akkoord van de Europese Commissie. Het is ook niet te vatten dat enkel Arco-coöperanten een vergoeding kunnen krijgen, gezien het aantal mensen dat benadeeld werd tijdens de financiële crisis, bijvoorbeeld in het dossier-Fortis”, aldus DéFI.

ACLVB verbolgen over zoveelste inbraak in sociaal overleg
De liberale vakbond ACLVB reageert verbolgen. “In een eerder interprofessioneel akkoord werd immers overeengekomen dat de sociale partners nog over de mogelijkheid zouden beschikken om lagere leeftijden af te spreken voor SWT. Met het zomerakkoord komt de federale regering hierop terug en beknot opnieuw de vrijheid van de sociale partners”, hekelt de vakbond.
De versterking van de degressiviteit van werkloosheidsuitkeringen is volgens ACLVB dan weer “een harde en onrechtvaardige maatregel voor werkzoekenden die hun uitkering hiermee nog sneller onder de armoedegrens zien dalen”. De maatregel is volgens de liberale vakbond ook contraproductief. “Hoe lager het inkomen, hoe lager de hoop op een kwalitatieve, nieuwe job. Inspanningen en kosten voor (her)scholing, internetkosten, kosten kinderopvang,… worden met een onwaardig loon vaak noodgedwongen stopgezet.”

ACV: “Werknemers en werklozen kind van de kaduke rekening”
Het zomerakkoord van de federale regering had een positief verhaal kunnen worden, maar is finaal weer uitgedraaid op een nieuwe ronde zware inleveringen voor wie werkt of werk zoekt. Dat meldt de christelijke vakbond ACV.
“Deze regering sloeg een budgettaire krater ondanks de door haar opgelegde miljardenbesparingen bij gewone mensen”, aldus ACV. “Nu wil men om Europees budgettair mededogen te claimen nogmaals hard besparen bij werkenden en werkzoekenden. De meer begoeden worden opnieuw ontzien. Deze regering is en blijft sociaal en fiscaal onrechtvaardig.”
Werknemers krijgen volgens de vakbond opnieuw een zware rekening gepresenteerd. “De regering wil komaf maken met de ervaringsbarema’s. U kan er gif op innemen dat dit in een algemene looninlevering zal eindigen. Naast de komende financiële aderlating worden oudere werknemers zelfs drie keer zwaar aangepakt.”

ABVV: “Akkoord van gemiste kansen”
De begroting en arbeidsdeal van de federale regering zijn “kunst- en vliegwerk om toch maar met een akkoord naar buiten te kunnen komen alvorens de ministers op vakantie vertrekken”. Dat meldt het ABVV in een reactie. “Een akkoord van gemiste kansen”, klinkt het, “ten koste van honderdduizenden werkzoekenden”.
Over de deal rond Belfius is het ABVV van mening dat Belfius zijn Belgische verankering moet behouden en in handen en onder controle van de staat moet blijven. “Een andere gemiste kans dus om de bank ten dienste te stellen van de maatschappij, want met een beursgang vrezen wij dat winst voorrang zal krijgen op het algemeen belang.”
“Kortom, dit akkoord mist elke ambitie en geloofwaardigheid want stuurt de factuur door naar de volgende regering en voorziet in geen enkele duurzame financiering van de openbare diensten”, besluit de vakbond.

ACW: “Eerste concrete stap naar aanvaardbare oplossing in Arco-dossier”
Beweging.net, de opvolger van het ACW, reageert tevreden op de beslissing die door de federale regering genomen is in het Arco-dossier. “Met wat we nu weten, is dit een eerste en grote concrete stap naar een aanvaardbare oplossing voor dit moeilijke dossier”, klinkt het in een schriftelijke reactie. De coöperatieve aandeelhouders krijgen volgens beweging.net eindelijk zicht op een vergoeding en een timing.

Unizo: “Arbeidsdeal goede basis voor verder overleg”
Ondernemersorganisatie Unizo vindt de arbeidsdeal van de regering-Michel een goede basis voor verder overleg. Gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche noemt het een positieve deal, maar ziet nog aandachts- en pijnpunten.
Dat het debat over de hervorming van de lonen wordt geopend, is voor Unizo heel belangrijk. “De onderhandelingen hierover, waarmee we vooral meer kansen willen geven aan de oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt, zijn complex en zullen de nodige tijd vergen, maar het feit dat hier nu concreet mee wordt gestart, in overleg met alle stakeholders, waaronder de sociale partners, mag zonder meer als een mijlpaal worden beschouwd.”

Voka: “Jobsdeal oogt goed, maar concrete invulling afwachten”
Met de zogenaamde jobsdeal die de federale regering sloot, gaat de regering in de goede richting, maar het werk is verre van af, zo reageert Voka. “Veel maatregelen uit de jobsdeal moeten nog concreet worden uitgewerkt. Het blijft dus afwachten wat er precies zal veranderen en wanneer”, zegt Hans Maertens, de gedelegeerd bestuurder van Voka, in een persmededeling.
Vooral de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en het verstrengen van het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) zijn volgens de Vlaamse werkgeversorganisatie goede maatregelen die een boost kunnen geven aan de arbeidsmarkt. “Meer dan ooit zijn onze ondernemingen op zoek naar geschikt talent. Vacatures raken niet ingevuld. In zo’n context moeten SWT en de werkloosheidsuitkeringen iedereen aanzetten actief op zoek te gaan naar een job”, aldus Maertens.

VBO ziet meer plussen dan minnen
Het VBO, de grootste werkgeversfederatie van het land, ziet meer plussen dan minnen in het begrotingsakkoord van de regering-Michel. De versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkering is voor de werkgevers een pluspunt, maar ze zijn wel beducht voor de concrete uitvoering van de maatregelen. “In de komende weken zullen de teksten onderzocht worden op hun al dan niet kostenverhogend effect voor de bedrijven”, luidt het.
“Het is positief dat een reeks van dossiers die het regeringswerk hypothekeerden, zoals Arco en Belfius, gedeblokkeerd werden. Daarnaast is het goed dat men maatregelen genomen heeft die meer werkzoekenden moeten leiden naar knelpuntberoepen”, stelt Pieter Timmermans, CEO van het VBO. De versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkering is voor het VBO dan weer een belangrijke maatregel om de werkloosheidsval tegen te gaan.

Reacties uitgeschakeld voor Regering-Michel bereikt akkoord over jobsdeal

Regering-Michel bereikt akkoord over jobsdeal

Door | 24 juli 2018 | Nieuws

24/07/18
Bron: KNACK.BE Belga
De regering-Michel heeft maandagnacht een akkoord bereikt over de begroting voor volgend jaar en de jobsdeal, waarmee de premier een mouw wil passen aan de mismatch op de arbeidsmarkt.

Met de arbeidsdeal wil Michel de mismatch op de arbeidsmarkt tussen het hoge aantal vacatures en de lage werkzaamheidsgraad aanpakken. Opvallend is dat de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen deel van het pakket uitmaakt.

De Standaard meldt op basis van bronnen bij de onderhandelingen dat mensen in de eerste zes maanden van werkloosheid een hogere uitkering zullen ontvangen dan het huidige maximum van 65 procent van het laatste loon, met een plafond van 2.619 euro per maand. Na zes maanden werkloosheid gaat de uitkering juist sterker omlaag, zodat mensen worden gestimuleerd om sneller nieuw werk te vinden. Er is sprake van een bijgeschaafde versie van het voorstel van de Gentse professor Stijn Baert. Het systeem moet begin 2019 in werking treden.

De deal bevat ook een reeks fiscale ingrepen en premies, net als bepalingen rond de startersjobs. Er is ook bevestigd dat het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – vanaf volgend jaar pas kan vanaf 59 jaar en vanaf 2020 op 60-jarige leeftijd. Uitzonderingen zouden niet meer kunnen.

De discussie stak de voorbije weken de kop op naar aanleiding van de herstructurering bij Carrefour, waar mensen van 56 jaar met SWT konden.

Reacties uitgeschakeld voor Fusie van gemeenten geen financiële redding

Fusie van gemeenten geen financiële redding

Door | 12 juni 2018 | Nieuws

Bron: De Morgen, 12 juni 2018 Jeroen Van Horenbeek + eigen berichtgeving

Bron: New development: Determinants of financial performance in public organizations in Public Money & Management 38(7):1-4 · June 2018

Nieuw onderzoek: grootte van Vlaamse gemeente heeft weinig invloed op financiële gezondheid

Van Opgrimbie tot De Panne zijn burgemeesters op zoek naar manieren om uit de rode cijfers te blijven. Een fusie met een buurdorp is een aantrekkelijke optie. Want samen sterker, toch? Nieuw data-onderzoek trekt dit in twijfel.

Aalter en Knesselare, Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek, Kruishoutem en Zingem, Puurs en Sint-Amands. Een reeks Vlaamse buurdorpen hebben mekaar recent het ja-woord gegeven. Vanaf 2019 gaan ze samen verder als een nieuwe gemeente. Deze fusies gebeuren telkens in de overtuiging dat samen beter is dan alleen. Dat grote gemeenten financieel sterker staan dan kleine gemeenten. “Op termijn zullen de schaalvoordelen doorwegen”, weet Erné De Blaere, burgervader van Knesselare. Dat Vlaanderen per inwoner 500 euro aan schulden kwijtscheldt na een fusie, is alvast een mooi begin.

Een nieuw onderzoek van de economen Bert George (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Stijn Goeminne (UGent) leert echter dat de grootte van een gemeente weinig invloed heeft op haar financiële gezondheid.

U kan het originele artikel, die een aantal interessante criteria bevat voor financiële performantie, lezen in bijlage.

GoeminneandGeorge2018-PMM

Stijn Goeminne is docent Economie bij Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Opleiding Handelswetenschappen. In de Master Bestuurskunde & Publiek Management doceert hij bovendien Financieel Management bij de overheid. In de School voor Social Profit en Publiek Management doceert hij eveneens Financieel Management.
Bert George is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent. Hij voert onderzoek naar de karakteristieken van strategieformuleringsprocessen zoals het opstellen van een meerjarenplan of een beleidsplan, en de link van deze karakteristieken met organisatorische uitkomsten. Bert heeft een eerste werkervaring in de financiële sector als Management Trainee bij een strategisch veranderingsprogramma.

Reacties uitgeschakeld voor Het burgerprofiel: Gegevens uit alle bestuursniveaus in één profiel

Het burgerprofiel: Gegevens uit alle bestuursniveaus in één profiel

Door | 11 juni 2018 | Nieuws

Eigen berichtgeving, 11 juni 2018

Federale & Vlaamse overheid zetten ‘mijn burgerprofiel’ op.

Mijn Burgerprofiel is opgezet als een online profielpagina waar burgers hun persoonlijke gegevens terugvinden die bij de overheid bekend zijn. Zowel op Vlaams, federaal als lokaal niveau. Gebruikers kunnen van daaruit ook doorlinken naar specifieke e-loketten.

In het voordeel van burger én overheid

Tot op vandaag zitten veel persoonsgegevens verspreid over verschillende instanties en beleidsniveaus. Dankzij Mijn Burgerprofiel heeft iedere gebruiker nu alle info bij de hand bij het invullen van aanvragen. Dat betekent minder vergissingen en ontbrekende documenten. En dus efficiëntiewinst voor de administratie.

Een dashboard voor lopende zaken

Mijn Burgerprofiel biedt een handig overzicht van alle lopende zaken. Zo kan u als burger de status van uw dossiers volgen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een toelating of een premie. U kan ook doorklikken om het dossier te raadplegen in het e-loket van de bevoegde overheidsdienst. Bovendien kan u er ook officiële attesten en andere documenten downloaden.
Mijn Burgerprofiel

Notificaties: de burger beter bereiken

Mijn Burgerprofiel biedt een handig extra communicatiekanaal met de burger. Die kan kiezen tussen passieve notificaties of een e-mail. Hij of zij ontvangt bijvoorbeeld een bericht als de status van een dossier verandert, of om te melden dat er informatie of een attest ontbreekt. U hebt een brief te versturen vanuit de administratie? Dat kan via Mijn Burgerprofiel voortaan meteen digitaal naar de federale eBox.
Mijn Burgerprofiel

De gebruikerslogica primeert

Mijn Burgerprofiel is opgebouwd vanuit de logica van de gebruiker. De indeling gebeurt volgens herkenbare thema’s als u & uw gezin, woonst & vastgoed, werk & pensioen, belastingen & voordelen, onderwijs en attesten. Alle gegevens worden binnengehaald via de aangesloten diensten en automatisch gesorteerd onder het juiste thema.

Als overheid passen we strikt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR of AVG) toe. Daarom integreert Mijn Burgerprofiel vernieuwende technologie op het vlak van veiligheid en de bescherming van de privacy.

Om te beginnen bij het aanmelden. Dat kan via eID, via ACM, met een token, via de itsme-app of sms. Als burger krijgt u, naast controle over uw data, ook te zien welke overheidsdiensten uw gegevens hebben geraadpleegd. Helemaal conform de nieuwe wetgeving.

Meer contactgegevens up-to-date

Als burger kan u alle contactgegevens raadplegen waarover de overheidsdiensten beschikken. Zo kan u altijd controleren of ze nog correct en actueel zijn, en ze zo nodig aanpassen. Met up-to-date contactgegevens wordt het voor de administratie een stuk eenvoudiger om burgers te bereiken.

Vernieuwend is dat Mijn Burgerprofiel niet gebonden is aan één webadres. De profielpagina kan via een ‘global header’ geïntegreerd worden in elke website van de overheid, tot op het niveau van iedere gemeente. Daarbij wordt zelfs de kleurcode van de website overgenomen. Zo blijft de gebruikservaring consistent. Maar al verschilt de toegangsdeur, erachter zit altijd diezelfde, herkenbare persoonlijke pagina. Zo verzoenen we lokale eigenheid met de indruk van één overheid.

Maak tijd vrij voor wie het echt nodig heeft

Efficiënte digitale dienstverlening leidt tot een betere dienstverlening voor iederéén. Want hoe meer zaken geregeld worden via e-loketten, hoe meer tijd voor wie persoonlijke hulp nodig heeft: ouderen, kansarmen of mensen met een beperking. Daarnaast blijft uiteraard ook de huidige Vlaamse Infolijn 1700 actief.

Interesse om uw overheidsdienst aan te sluiten?

Mijn Burgerprofiel is een samenwerking tussen vele overheidsdiensten op federaal, Vlaams en lokaal niveau. Ontdek hoe u uw overheidsdienst kan aansluiten.

Mijn burgerprofiel: infopagina

Reacties uitgeschakeld voor Talent Exchange: talentuitwisseling binnen de overheid

Talent Exchange: talentuitwisseling binnen de overheid

Door | 4 juni 2018 | Nieuws

Heb je zin om nieuwe competenties te verwerven of je talenten ten dienste te stellen van een andere overheidsorganisatie? Dan is Talent Exchange geknipt voor jou!

Heb je zin om nieuwe competenties te verwerven of je talenten ten dienste te stellen van een andere overheidsorganisatie? Dan is Talent Exchange geknipt voor jou!

Talent Exchange is een netwerk voor de tijdelijke uitwisseling van talenten binnen de Belgische overheidssector.

Elke opdracht duurt twaalf maanden.

Talent Exchange is voorbehouden aan statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden met een contract van onbepaalde duur die voor de deelnemende organisaties werken.

Alle opdrachten van Talent exchange vind je op de website van Selor.
Op de site van Talent Exchange
LinkedIn Talent Exchange
Je bent een Belgische, federale, regionale, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke overheidsdienst en je wil deelnemen aan Talent Exchange ? Contacteer dan Andrée François of Muriel Charlot.


Deelnemende organisaties Talent Exchange:

bpost (Job Mobility center)
Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG)
FEDASIL
FOD Beleid en Ondersteuning
FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
FOD Financiën
FOD Kanselarij van de 1ste minister
FOD Mobiliteit en Vervoer
FOD Sociale Zekerheid
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Fédération Wallonie Bruxelles
Nationaal Orkest van België
Regie der Gebouwen

Lees meer over Talent Exchange bij de federale overheid

Reacties uitgeschakeld voor Loon en voordelen Vlaamse Ambtenaren

Loon en voordelen Vlaamse Ambtenaren

Door | 1 juni 2018 | Nieuws

eigen berichtgeving

Sinds 28 mei 2018 staat alles wat verloning en voordelen van Vlaamse Ambtenaren betreft gebundeld op één plaats.

Op zoek naar een toelage of sociaal voordeel waarop je kunt rekenen? Of wil je meer informatie over je salaris en de anciënniteitsregeling binnen de Vlaamse overheid? Deze webpagina bundelt alle informatie voor de 27.000 collega’s die onder het Vlaams Personeelsstatuut (VPS) vallen, dus voor iedereen die werkt binnen de diensten van de Vlaamse overheid.

Salaris

Hoe wordt je salaris berekend en uitbetaald? Hoe bouw je anciënniteit op binnen de Vlaamse overheid? Waarmee houd je best rekening in je belastingsaangifte? De antwoorden lees je op onderstaande webpagina’s.

Verloning en voordelen als Vlaamse ambtenaar

Reacties uitgeschakeld voor Sociale Maribel: 857 bijkomende arbeidsplaatsen in 2018 – prioriteit OCMW

Sociale Maribel: 857 bijkomende arbeidsplaatsen in 2018 – prioriteit OCMW

Door | 1 juni 2018 | Nieuws

Bron: Sociale Zekerheid, 31/05/2018

In het kader van de tax-shift werden de middelen waarover het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector kan beschikken en die aangewend kunnen worden voor de realisatie van bijkomende tewerkstelling in de non-profitsector, verhoogd voor het jaar 2018.

Het Beheerscomité van de Sociale Maribel heeft beslist om een deel van de bijkomende middelen aan te wenden voor de creatie van bijkomende tewerkstelling.

Dit betekent dat in de openbare lokale sector ongeveer 857 voltijdse equivalenten aan nieuwe arbeidsplaatsen kunnen worden toegekend: 669 voltijdse equivalenten in de algemene sector en 188 voltijdse equivalenten in de ziekenhuissector.

Het jaarbedrag waarmee de arbeidsplaatsen zullen gefinancierd worden, werd voor het jaar 2018 verhoogd met 600 EUR. De volgende jaarbedragen zijn van toepassing in beide sectoren:

algemene sector (andere dan de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen)
contractuelen: 30.906,52 EUR
statutairen: 35.665,96 EUR
sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingsinstellingen
contractuelen en statutairen (andere dan logistieke assistenten): 35.665,96 EUR
logistieke assistenten: 31.619,80 EUR.
De voormelde bedragen zijn maximumbedragen. De door het Fonds Sociale Maribel verleende financiële tussenkomst blijft steeds beperkt tot de door de werkgever te dragen reële brutoloonkost van de bijkomend aangeworven werknemer, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met eventuele subsidies vanwege een ander organisme voor dezelfde arbeidsplaats.

Toekenning van nieuwe arbeidsplaatsen

Een aantal algemene voorwaarden moeten vervuld worden bij de toekenning van bijkomende arbeidsplaatsen.

Het moet steeds gaan om bijkomende tewerkstelling ten opzichte van het aantal arbeidsplaatsen dat bestaat op het ogenblik dat de nieuwe betrekkingen worden toegekend.

De aanwervingen die plaatsvinden vóór de datum van toekenning door het Fonds Sociale Maribel komen niet in aanmerking als bijkomende tewerkstelling.

Bovendien blijkt ook de voorwaarde van de verhoging van het arbeidsvolume zoals voorzien in artikel 50 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 onverkort gelden. Het totale arbeidsvolume van alle werknemers die in een kalenderjaar bij een werkgever tewerkgesteld zijn met een onder de toepassing van de Sociale Maribel vallende nace-code, wordt vergeleken met het arbeidsvolume van de referentieperiode en dient gestegen te zijn.

In de rubriek ‘procedure en te realiseren bijkomende tewerkstelling’ van de RSZ-instructies vindt U meer uitleg over:

de concrete berekening van de te creëren bijkomende tewerkstelling (+ enkele voorbeelden)
de modaliteiten bij een voorafgaande aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis (zoals bepaald in artikel 14 van het bovengenoemde koninklijk besluit)
de modaliteiten bij een rechtvaardiging van een niet-gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis (zoals bepaald in artikel 50, §2, van het bovengenoemde koninklijk besluit).
Wat de algemene sector betreft, heeft het Fonds voor de te realiseren bijkomende tewerkstelling in het jaar 2018 een aantal specifieke toekenningscriteria vastgelegd.

Voor de provinciale en plaatselijke besturen zullen de arbeidsplaatsen bij voorrang toegekend worden aan de volgende diensten (niet in volgorde):

de sociale dienst (zowel administratieve functies als functies van maatschappelijk werker)
de coördinatie van de maatschappelijke dienstverlening (clustervorming / samenwerking / coördinatie van dienstverlening);
thuiszorg, lokale dienstverlening, woonzorgcentra.
Arbeidsplaatsen voor andere diensten kunnen worden aangevraagd maar zullen pas worden toegekend indien er niet voldoende aanvragen voor de prioritaire plaatsen zijn.

Wat de sector van de ziekenhuizen betreft, kunnen arbeidsplaatsen voor andere diensten aangevraagd te worden, maar bij de toekenning zal rekening gehouden worden met § 7.2. van het ‘Sectoraal Akkoord Publieke Sector’ van 25 oktober 2017. Hierin werd vastgelegd om bij prioriteit tewerkstelling te creëren voor de versterking van de mobiele equipes (vervanging van afwezige werknemers: ziekte, vakantie, opleiding…), het versterken van de bestaffing op onderbemande diensten en het aanwerven van een expert agressie.

Aanvraag van nieuwe arbeidsplaatsen

Indien uw bestuur van een financiële tegemoetkoming wenst te genieten voor de realisatie van nieuwe arbeidsplaatsen, dient het hiertoe een aanvraag te richten aan de RSZ met het daartoe bestemde aanvraagformulier.

Het ingevulde en ondertekende formulier moet door uw bestuur per e-mail opgestuurd worden naar maribel@rsz.fgov.be of per post naar RSZ, Directie Sociale Maribel, Victor Hortaplein 11, 1060 Brussel.

De aangevraagde functies dienen op het aanvraagformulier in volgorde van prioriteit vermeld te worden.

Dit betekent dat, wanneer aan uw bestuur één of meerdere arbeidsplaatsen worden toegekend, deze ingevuld dienen te worden met de opgegeven functies in de volgorde waarin deze vermeld werden in het aanvraagformulier. Indien één of meerdere van de gevraagde functies niet in de vermelde volgorde zijn ingevuld binnen de opgelegde termijn, is overleg binnen het bevoegde syndicaal overlegcomité noodzakelijk om de toegekende arbeidsplaats(en) in een andere volgorde in te vullen.

De nieuwe arbeidsplaatsen worden met ingang van 1 september 2018 toegekend. De werkgever beschikt vanaf die datum over een termijn van drie maanden om de nieuwe aanwervingen te realiseren.

Het aanvraagformulier dient ondertekend te worden door de drie representatieve vakorganisaties en het verslag van het bevoegde syndicaal overlegcomité dient bij de aanvraag te worden gevoegd.

Opdat de aanvragen administratief afgehandeld zouden kunnen worden met het oog op de toekenning van de arbeidsplaatsen vanaf voormelde datum van 1 september 2018, moeten zij ten laatste op 13 juli 2018 ingediend zijn bij de RSZ.

Léés meer op de site van de sociale zekerheid

Reacties uitgeschakeld voor Ontwerpakkoord over zware beroepen

Ontwerpakkoord over zware beroepen

Door | 25 mei 2018 | Nieuws

Bron: VRT, 24/05/2018

Brandweer, leerkracht, postbode,… Over deze lijst met zware beroepen bij de overheid gaat het

De vakbonden bij de overheid houden vast aan een uitgebreide lijst met zware beroepen. Te nemen of te laten. Als de regering daar nog iets aan wijzigt, vervalt ook het ontwerpakkoord dat de christelijke en liberale bond gisteren sloten met het kabinet van pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR). Dit zijn de beroepen die op de lijst van de vakbonden staan.

Na een marathonvergadering bereikten vakbonden en overheid gisteren een ontwerpakkoord over de zware beroepen. Het gaat over een wetsontwerp dat nog door de regering moet goedgekeurd worden. Bij dat ontwerp hoort ook een gedetailleerde lijst met zware beroepen die in aanmerking komen voor een gunstiger pensioenberekening.

Bij de veiligheidsdiensten is al wie in een operationale functie werkt erkend als zwaar beroep. Dat is zo voor politie, militairen, brandweer en burgerbescherming. Voorts is ook het personeel van de noodcentrales opgenomen. Ook cipiers staan op de lijst.

In het onderwijs staan alle leerkrachten in het kleuter, lager en secundair onderwijs op die lijst. Leraars in het hoger onderwijs staan er dus niet op, net als lesgevers in het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs.

In de zorgsector wordt verpleegkundig en verzorgend personeel erkend als zwaar beroep. Idem voor wie in de kinderopvang en de jeugdopvang werkt.

Bij de spoorwegen zijn naast de machinisten en de treinbegeleiders ook de arbeiders die werken aan sporen of bovenleidingen opgenomen, net als de werknemers in de seinhuizen en het onderhoudspersoneel in de werkhuizen. Ook de agenten van Securail worden erkend. Bij de vervoersmaatschappijen De Lijn en de MIVB staan de chauffers ook op de lijst.

Bij de post zijn het de postbodes en het personeel in de sorteercentra die erkend worden als zwaar beroep. Voorts zijn er nog een hele reeks diverse beroepen erkend, zoals luchtverkeersleiders, loodsen, douaniers, vuilnisophalers en bosarbeiders.

De volledige lijst vindt u hier (pdf). Er staat telkens bij aan hoeveel criteria het beroep voldoet.

Verschillende criteria

Zoals bekend worden zware beroepen erkend volgens een aantal criteria: fysiek zwaar werk, onregelmatig en nachtwerk, gevaarlijk werk, met stress als verzwarend criterium. Wie aan drie criteria beantwoordt kan tot zes jaar vroeger op pensioen, voor wie aan twee criteria voldoet is dat vier jaar. De minimum drempel ligt wel op zestig jaar.

Die criteria geven dus een bepaald gewicht aan de pensioenleeftijd. En ze zijn ook al gepreciseerd in de lijst. Militairen, politie, brandweer en burgerbescherming voldoen aan alle criteria. Zij kunnen dus kiezen tussen een maximale korting op hun pensioenleeftijd of een maximale bonus wanneer ze toch langer blijven werken.

En dat zorgt ook voor een differentiëring binnen de beroepsgroepen. In het onderwijs bijvoorbeeld krijgen leerkracht in het kleuter-,  buitengewoon en beroepsonderwijs twee criteria, de overigen één.

Reacties uitgeschakeld voor Vakbonden betogen woensdag tegen pensioenbeleid regering-Michel

Vakbonden betogen woensdag tegen pensioenbeleid regering-Michel

Door | 12 mei 2018 | Nieuws

Bron: Knack, 17/04/18

Op 16 mei gaan de vakbonden ACV, ABVV en ACLVB samen betogen in Brussel.

De actie kadert in het vakbondsprotest tegen de pensioenhervormingen van de regering-Michel. Er wordt ook een stakingsaanzegging ingediend, om zoveel mogelijk mensen de kans te geven aan de manifestatie deel te nemen. Het gaat al om de tweede nationale pensioenbetoging op een half jaar tijd. Op 19 december was er een gelijkaardige manifestatie, waar zo’n 30.000 mensen mee opstapten.

Over hoeveel betogers er op 16 mei worden verwacht, willen de vakbonden niet vooruitlopen. Ze roepen hun leden alvast op om “massaal” aanwezig te zijn. ‘De pensioenhervorming is een thema dat heel veel mensen nog altijd sterk beroert’, meent het ABVV. Om zoveel mogelijk mensen de kans te geven mee te betogen, werd werkgeversorganisatie VBO op de hoogte gebracht en worden de deelnemers gedekt door een stakingsvergoeding. In welke sectoren en/of bedrijven het werk zal worden neergelegd, is nog niet duidelijk. ‘De mobilisatie is nog volop bezig’, luidt het dinsdag.

Spoorstaking

Het personeel van de NMBS wil alvast mee opstappen in de betoging, maar het is nog geen uitgemaakte zaak of er voor die dag een stakingsaanzegging zal worden ingediend, bevestigt de voorzitter van ACOD Spoor, Ludo Sempels. In de oproepingsbrief voor de betoging luidt het alvast dat aan de NMBS zal worden gevraagd om extra treinen naar Brussel in te leggen en een speciaal (korting)tarief toe te kennen. De betoging start om 11 uur en loopt van het Brusselse Noordstation naar het Zuidstation.