Reacties uitgeschakeld voor Fusie van gemeenten geen financiële redding

Fusie van gemeenten geen financiële redding

Door | 12 juni 2018 | Nieuws

Bron: De Morgen, 12 juni 2018 Jeroen Van Horenbeek + eigen berichtgeving

Bron: New development: Determinants of financial performance in public organizations in Public Money & Management 38(7):1-4 · June 2018

Nieuw onderzoek: grootte van Vlaamse gemeente heeft weinig invloed op financiële gezondheid

Van Opgrimbie tot De Panne zijn burgemeesters op zoek naar manieren om uit de rode cijfers te blijven. Een fusie met een buurdorp is een aantrekkelijke optie. Want samen sterker, toch? Nieuw data-onderzoek trekt dit in twijfel.

Aalter en Knesselare, Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek, Kruishoutem en Zingem, Puurs en Sint-Amands. Een reeks Vlaamse buurdorpen hebben mekaar recent het ja-woord gegeven. Vanaf 2019 gaan ze samen verder als een nieuwe gemeente. Deze fusies gebeuren telkens in de overtuiging dat samen beter is dan alleen. Dat grote gemeenten financieel sterker staan dan kleine gemeenten. “Op termijn zullen de schaalvoordelen doorwegen”, weet Erné De Blaere, burgervader van Knesselare. Dat Vlaanderen per inwoner 500 euro aan schulden kwijtscheldt na een fusie, is alvast een mooi begin.

Een nieuw onderzoek van de economen Bert George (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Stijn Goeminne (UGent) leert echter dat de grootte van een gemeente weinig invloed heeft op haar financiële gezondheid.

U kan het originele artikel, die een aantal interessante criteria bevat voor financiële performantie, lezen in bijlage.

GoeminneandGeorge2018-PMM

Stijn Goeminne is docent Economie bij Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Opleiding Handelswetenschappen. In de Master Bestuurskunde & Publiek Management doceert hij bovendien Financieel Management bij de overheid. In de School voor Social Profit en Publiek Management doceert hij eveneens Financieel Management.
Bert George is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent. Hij voert onderzoek naar de karakteristieken van strategieformuleringsprocessen zoals het opstellen van een meerjarenplan of een beleidsplan, en de link van deze karakteristieken met organisatorische uitkomsten. Bert heeft een eerste werkervaring in de financiële sector als Management Trainee bij een strategisch veranderingsprogramma.

Reacties uitgeschakeld voor Het burgerprofiel: Gegevens uit alle bestuursniveaus in één profiel

Het burgerprofiel: Gegevens uit alle bestuursniveaus in één profiel

Door | 11 juni 2018 | Nieuws

Eigen berichtgeving, 11 juni 2018

Federale & Vlaamse overheid zetten ‘mijn burgerprofiel’ op.

Mijn Burgerprofiel is opgezet als een online profielpagina waar burgers hun persoonlijke gegevens terugvinden die bij de overheid bekend zijn. Zowel op Vlaams, federaal als lokaal niveau. Gebruikers kunnen van daaruit ook doorlinken naar specifieke e-loketten.

In het voordeel van burger én overheid

Tot op vandaag zitten veel persoonsgegevens verspreid over verschillende instanties en beleidsniveaus. Dankzij Mijn Burgerprofiel heeft iedere gebruiker nu alle info bij de hand bij het invullen van aanvragen. Dat betekent minder vergissingen en ontbrekende documenten. En dus efficiëntiewinst voor de administratie.

Een dashboard voor lopende zaken

Mijn Burgerprofiel biedt een handig overzicht van alle lopende zaken. Zo kan u als burger de status van uw dossiers volgen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een toelating of een premie. U kan ook doorklikken om het dossier te raadplegen in het e-loket van de bevoegde overheidsdienst. Bovendien kan u er ook officiële attesten en andere documenten downloaden.
Mijn Burgerprofiel

Notificaties: de burger beter bereiken

Mijn Burgerprofiel biedt een handig extra communicatiekanaal met de burger. Die kan kiezen tussen passieve notificaties of een e-mail. Hij of zij ontvangt bijvoorbeeld een bericht als de status van een dossier verandert, of om te melden dat er informatie of een attest ontbreekt. U hebt een brief te versturen vanuit de administratie? Dat kan via Mijn Burgerprofiel voortaan meteen digitaal naar de federale eBox.
Mijn Burgerprofiel

De gebruikerslogica primeert

Mijn Burgerprofiel is opgebouwd vanuit de logica van de gebruiker. De indeling gebeurt volgens herkenbare thema’s als u & uw gezin, woonst & vastgoed, werk & pensioen, belastingen & voordelen, onderwijs en attesten. Alle gegevens worden binnengehaald via de aangesloten diensten en automatisch gesorteerd onder het juiste thema.

Als overheid passen we strikt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR of AVG) toe. Daarom integreert Mijn Burgerprofiel vernieuwende technologie op het vlak van veiligheid en de bescherming van de privacy.

Om te beginnen bij het aanmelden. Dat kan via eID, via ACM, met een token, via de itsme-app of sms. Als burger krijgt u, naast controle over uw data, ook te zien welke overheidsdiensten uw gegevens hebben geraadpleegd. Helemaal conform de nieuwe wetgeving.

Meer contactgegevens up-to-date

Als burger kan u alle contactgegevens raadplegen waarover de overheidsdiensten beschikken. Zo kan u altijd controleren of ze nog correct en actueel zijn, en ze zo nodig aanpassen. Met up-to-date contactgegevens wordt het voor de administratie een stuk eenvoudiger om burgers te bereiken.

Vernieuwend is dat Mijn Burgerprofiel niet gebonden is aan één webadres. De profielpagina kan via een ‘global header’ geïntegreerd worden in elke website van de overheid, tot op het niveau van iedere gemeente. Daarbij wordt zelfs de kleurcode van de website overgenomen. Zo blijft de gebruikservaring consistent. Maar al verschilt de toegangsdeur, erachter zit altijd diezelfde, herkenbare persoonlijke pagina. Zo verzoenen we lokale eigenheid met de indruk van één overheid.

Maak tijd vrij voor wie het echt nodig heeft

Efficiënte digitale dienstverlening leidt tot een betere dienstverlening voor iederéén. Want hoe meer zaken geregeld worden via e-loketten, hoe meer tijd voor wie persoonlijke hulp nodig heeft: ouderen, kansarmen of mensen met een beperking. Daarnaast blijft uiteraard ook de huidige Vlaamse Infolijn 1700 actief.

Interesse om uw overheidsdienst aan te sluiten?

Mijn Burgerprofiel is een samenwerking tussen vele overheidsdiensten op federaal, Vlaams en lokaal niveau. Ontdek hoe u uw overheidsdienst kan aansluiten.

Mijn burgerprofiel: infopagina

Reacties uitgeschakeld voor Talent Exchange: talentuitwisseling binnen de overheid

Talent Exchange: talentuitwisseling binnen de overheid

Door | 4 juni 2018 | Nieuws

Heb je zin om nieuwe competenties te verwerven of je talenten ten dienste te stellen van een andere overheidsorganisatie? Dan is Talent Exchange geknipt voor jou!

Heb je zin om nieuwe competenties te verwerven of je talenten ten dienste te stellen van een andere overheidsorganisatie? Dan is Talent Exchange geknipt voor jou!

Talent Exchange is een netwerk voor de tijdelijke uitwisseling van talenten binnen de Belgische overheidssector.

Elke opdracht duurt twaalf maanden.

Talent Exchange is voorbehouden aan statutaire ambtenaren of contractuele personeelsleden met een contract van onbepaalde duur die voor de deelnemende organisaties werken.

Alle opdrachten van Talent exchange vind je op de website van Selor.
Op de site van Talent Exchange
LinkedIn Talent Exchange
Je bent een Belgische, federale, regionale, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke overheidsdienst en je wil deelnemen aan Talent Exchange ? Contacteer dan Andrée François of Muriel Charlot.


Deelnemende organisaties Talent Exchange:

bpost (Job Mobility center)
Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG)
FEDASIL
FOD Beleid en Ondersteuning
FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
FOD Financiën
FOD Kanselarij van de 1ste minister
FOD Mobiliteit en Vervoer
FOD Sociale Zekerheid
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Fédération Wallonie Bruxelles
Nationaal Orkest van België
Regie der Gebouwen

Lees meer over Talent Exchange bij de federale overheid

Reacties uitgeschakeld voor Loon en voordelen Vlaamse Ambtenaren

Loon en voordelen Vlaamse Ambtenaren

Door | 1 juni 2018 | Nieuws

eigen berichtgeving

Sinds 28 mei 2018 staat alles wat verloning en voordelen van Vlaamse Ambtenaren betreft gebundeld op één plaats.

Op zoek naar een toelage of sociaal voordeel waarop je kunt rekenen? Of wil je meer informatie over je salaris en de anciënniteitsregeling binnen de Vlaamse overheid? Deze webpagina bundelt alle informatie voor de 27.000 collega’s die onder het Vlaams Personeelsstatuut (VPS) vallen, dus voor iedereen die werkt binnen de diensten van de Vlaamse overheid.

Salaris

Hoe wordt je salaris berekend en uitbetaald? Hoe bouw je anciënniteit op binnen de Vlaamse overheid? Waarmee houd je best rekening in je belastingsaangifte? De antwoorden lees je op onderstaande webpagina’s.

Verloning en voordelen als Vlaamse ambtenaar

Reacties uitgeschakeld voor Sociale Maribel: 857 bijkomende arbeidsplaatsen in 2018 – prioriteit OCMW

Sociale Maribel: 857 bijkomende arbeidsplaatsen in 2018 – prioriteit OCMW

Door | 1 juni 2018 | Nieuws

Bron: Sociale Zekerheid, 31/05/2018

In het kader van de tax-shift werden de middelen waarover het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector kan beschikken en die aangewend kunnen worden voor de realisatie van bijkomende tewerkstelling in de non-profitsector, verhoogd voor het jaar 2018.

Het Beheerscomité van de Sociale Maribel heeft beslist om een deel van de bijkomende middelen aan te wenden voor de creatie van bijkomende tewerkstelling.

Dit betekent dat in de openbare lokale sector ongeveer 857 voltijdse equivalenten aan nieuwe arbeidsplaatsen kunnen worden toegekend: 669 voltijdse equivalenten in de algemene sector en 188 voltijdse equivalenten in de ziekenhuissector.

Het jaarbedrag waarmee de arbeidsplaatsen zullen gefinancierd worden, werd voor het jaar 2018 verhoogd met 600 EUR. De volgende jaarbedragen zijn van toepassing in beide sectoren:

algemene sector (andere dan de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen)
contractuelen: 30.906,52 EUR
statutairen: 35.665,96 EUR
sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingsinstellingen
contractuelen en statutairen (andere dan logistieke assistenten): 35.665,96 EUR
logistieke assistenten: 31.619,80 EUR.
De voormelde bedragen zijn maximumbedragen. De door het Fonds Sociale Maribel verleende financiële tussenkomst blijft steeds beperkt tot de door de werkgever te dragen reële brutoloonkost van de bijkomend aangeworven werknemer, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met eventuele subsidies vanwege een ander organisme voor dezelfde arbeidsplaats.

Toekenning van nieuwe arbeidsplaatsen

Een aantal algemene voorwaarden moeten vervuld worden bij de toekenning van bijkomende arbeidsplaatsen.

Het moet steeds gaan om bijkomende tewerkstelling ten opzichte van het aantal arbeidsplaatsen dat bestaat op het ogenblik dat de nieuwe betrekkingen worden toegekend.

De aanwervingen die plaatsvinden vóór de datum van toekenning door het Fonds Sociale Maribel komen niet in aanmerking als bijkomende tewerkstelling.

Bovendien blijkt ook de voorwaarde van de verhoging van het arbeidsvolume zoals voorzien in artikel 50 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 onverkort gelden. Het totale arbeidsvolume van alle werknemers die in een kalenderjaar bij een werkgever tewerkgesteld zijn met een onder de toepassing van de Sociale Maribel vallende nace-code, wordt vergeleken met het arbeidsvolume van de referentieperiode en dient gestegen te zijn.

In de rubriek ‘procedure en te realiseren bijkomende tewerkstelling’ van de RSZ-instructies vindt U meer uitleg over:

de concrete berekening van de te creëren bijkomende tewerkstelling (+ enkele voorbeelden)
de modaliteiten bij een voorafgaande aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis (zoals bepaald in artikel 14 van het bovengenoemde koninklijk besluit)
de modaliteiten bij een rechtvaardiging van een niet-gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis (zoals bepaald in artikel 50, §2, van het bovengenoemde koninklijk besluit).
Wat de algemene sector betreft, heeft het Fonds voor de te realiseren bijkomende tewerkstelling in het jaar 2018 een aantal specifieke toekenningscriteria vastgelegd.

Voor de provinciale en plaatselijke besturen zullen de arbeidsplaatsen bij voorrang toegekend worden aan de volgende diensten (niet in volgorde):

de sociale dienst (zowel administratieve functies als functies van maatschappelijk werker)
de coördinatie van de maatschappelijke dienstverlening (clustervorming / samenwerking / coördinatie van dienstverlening);
thuiszorg, lokale dienstverlening, woonzorgcentra.
Arbeidsplaatsen voor andere diensten kunnen worden aangevraagd maar zullen pas worden toegekend indien er niet voldoende aanvragen voor de prioritaire plaatsen zijn.

Wat de sector van de ziekenhuizen betreft, kunnen arbeidsplaatsen voor andere diensten aangevraagd te worden, maar bij de toekenning zal rekening gehouden worden met § 7.2. van het ‘Sectoraal Akkoord Publieke Sector’ van 25 oktober 2017. Hierin werd vastgelegd om bij prioriteit tewerkstelling te creëren voor de versterking van de mobiele equipes (vervanging van afwezige werknemers: ziekte, vakantie, opleiding…), het versterken van de bestaffing op onderbemande diensten en het aanwerven van een expert agressie.

Aanvraag van nieuwe arbeidsplaatsen

Indien uw bestuur van een financiële tegemoetkoming wenst te genieten voor de realisatie van nieuwe arbeidsplaatsen, dient het hiertoe een aanvraag te richten aan de RSZ met het daartoe bestemde aanvraagformulier.

Het ingevulde en ondertekende formulier moet door uw bestuur per e-mail opgestuurd worden naar maribel@rsz.fgov.be of per post naar RSZ, Directie Sociale Maribel, Victor Hortaplein 11, 1060 Brussel.

De aangevraagde functies dienen op het aanvraagformulier in volgorde van prioriteit vermeld te worden.

Dit betekent dat, wanneer aan uw bestuur één of meerdere arbeidsplaatsen worden toegekend, deze ingevuld dienen te worden met de opgegeven functies in de volgorde waarin deze vermeld werden in het aanvraagformulier. Indien één of meerdere van de gevraagde functies niet in de vermelde volgorde zijn ingevuld binnen de opgelegde termijn, is overleg binnen het bevoegde syndicaal overlegcomité noodzakelijk om de toegekende arbeidsplaats(en) in een andere volgorde in te vullen.

De nieuwe arbeidsplaatsen worden met ingang van 1 september 2018 toegekend. De werkgever beschikt vanaf die datum over een termijn van drie maanden om de nieuwe aanwervingen te realiseren.

Het aanvraagformulier dient ondertekend te worden door de drie representatieve vakorganisaties en het verslag van het bevoegde syndicaal overlegcomité dient bij de aanvraag te worden gevoegd.

Opdat de aanvragen administratief afgehandeld zouden kunnen worden met het oog op de toekenning van de arbeidsplaatsen vanaf voormelde datum van 1 september 2018, moeten zij ten laatste op 13 juli 2018 ingediend zijn bij de RSZ.

Léés meer op de site van de sociale zekerheid

Reacties uitgeschakeld voor Ontwerpakkoord over zware beroepen

Ontwerpakkoord over zware beroepen

Door | 25 mei 2018 | Nieuws

Bron: VRT, 24/05/2018

Brandweer, leerkracht, postbode,… Over deze lijst met zware beroepen bij de overheid gaat het

De vakbonden bij de overheid houden vast aan een uitgebreide lijst met zware beroepen. Te nemen of te laten. Als de regering daar nog iets aan wijzigt, vervalt ook het ontwerpakkoord dat de christelijke en liberale bond gisteren sloten met het kabinet van pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR). Dit zijn de beroepen die op de lijst van de vakbonden staan.

Na een marathonvergadering bereikten vakbonden en overheid gisteren een ontwerpakkoord over de zware beroepen. Het gaat over een wetsontwerp dat nog door de regering moet goedgekeurd worden. Bij dat ontwerp hoort ook een gedetailleerde lijst met zware beroepen die in aanmerking komen voor een gunstiger pensioenberekening.

Bij de veiligheidsdiensten is al wie in een operationale functie werkt erkend als zwaar beroep. Dat is zo voor politie, militairen, brandweer en burgerbescherming. Voorts is ook het personeel van de noodcentrales opgenomen. Ook cipiers staan op de lijst.

In het onderwijs staan alle leerkrachten in het kleuter, lager en secundair onderwijs op die lijst. Leraars in het hoger onderwijs staan er dus niet op, net als lesgevers in het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs.

In de zorgsector wordt verpleegkundig en verzorgend personeel erkend als zwaar beroep. Idem voor wie in de kinderopvang en de jeugdopvang werkt.

Bij de spoorwegen zijn naast de machinisten en de treinbegeleiders ook de arbeiders die werken aan sporen of bovenleidingen opgenomen, net als de werknemers in de seinhuizen en het onderhoudspersoneel in de werkhuizen. Ook de agenten van Securail worden erkend. Bij de vervoersmaatschappijen De Lijn en de MIVB staan de chauffers ook op de lijst.

Bij de post zijn het de postbodes en het personeel in de sorteercentra die erkend worden als zwaar beroep. Voorts zijn er nog een hele reeks diverse beroepen erkend, zoals luchtverkeersleiders, loodsen, douaniers, vuilnisophalers en bosarbeiders.

De volledige lijst vindt u hier (pdf). Er staat telkens bij aan hoeveel criteria het beroep voldoet.

Verschillende criteria

Zoals bekend worden zware beroepen erkend volgens een aantal criteria: fysiek zwaar werk, onregelmatig en nachtwerk, gevaarlijk werk, met stress als verzwarend criterium. Wie aan drie criteria beantwoordt kan tot zes jaar vroeger op pensioen, voor wie aan twee criteria voldoet is dat vier jaar. De minimum drempel ligt wel op zestig jaar.

Die criteria geven dus een bepaald gewicht aan de pensioenleeftijd. En ze zijn ook al gepreciseerd in de lijst. Militairen, politie, brandweer en burgerbescherming voldoen aan alle criteria. Zij kunnen dus kiezen tussen een maximale korting op hun pensioenleeftijd of een maximale bonus wanneer ze toch langer blijven werken.

En dat zorgt ook voor een differentiëring binnen de beroepsgroepen. In het onderwijs bijvoorbeeld krijgen leerkracht in het kleuter-,  buitengewoon en beroepsonderwijs twee criteria, de overigen één.

Reacties uitgeschakeld voor Vakbonden betogen woensdag tegen pensioenbeleid regering-Michel

Vakbonden betogen woensdag tegen pensioenbeleid regering-Michel

Door | 12 mei 2018 | Nieuws

Bron: Knack, 17/04/18

Op 16 mei gaan de vakbonden ACV, ABVV en ACLVB samen betogen in Brussel.

De actie kadert in het vakbondsprotest tegen de pensioenhervormingen van de regering-Michel. Er wordt ook een stakingsaanzegging ingediend, om zoveel mogelijk mensen de kans te geven aan de manifestatie deel te nemen. Het gaat al om de tweede nationale pensioenbetoging op een half jaar tijd. Op 19 december was er een gelijkaardige manifestatie, waar zo’n 30.000 mensen mee opstapten.

Over hoeveel betogers er op 16 mei worden verwacht, willen de vakbonden niet vooruitlopen. Ze roepen hun leden alvast op om “massaal” aanwezig te zijn. ‘De pensioenhervorming is een thema dat heel veel mensen nog altijd sterk beroert’, meent het ABVV. Om zoveel mogelijk mensen de kans te geven mee te betogen, werd werkgeversorganisatie VBO op de hoogte gebracht en worden de deelnemers gedekt door een stakingsvergoeding. In welke sectoren en/of bedrijven het werk zal worden neergelegd, is nog niet duidelijk. ‘De mobilisatie is nog volop bezig’, luidt het dinsdag.

Spoorstaking

Het personeel van de NMBS wil alvast mee opstappen in de betoging, maar het is nog geen uitgemaakte zaak of er voor die dag een stakingsaanzegging zal worden ingediend, bevestigt de voorzitter van ACOD Spoor, Ludo Sempels. In de oproepingsbrief voor de betoging luidt het alvast dat aan de NMBS zal worden gevraagd om extra treinen naar Brussel in te leggen en een speciaal (korting)tarief toe te kennen. De betoging start om 11 uur en loopt van het Brusselse Noordstation naar het Zuidstation.

Reacties uitgeschakeld voor Vorig jaar kregen amper vijf Brusselse ambtenaren een negatieve evaluatie

Vorig jaar kregen amper vijf Brusselse ambtenaren een negatieve evaluatie

Door | 9 mei 2018 | Nieuws

Bron: VRT.BE, 09/05/2018

Volgens de Brusselse regelgeving zou elke ambtenaar elk jaar een evaluatiegesprek moeten krijgen, maar in de praktijk blijkt dat helemaal niet te gebeuren. Dat blijkt uit cijfers die Brussels Parlementslid Paul Delva (CD&V) heeft opgevraagd. Slechts 368 van de 1725 Brusselse ambtenaren heeft vorig jaar een evaluatiegesprek gehad, dat is één op de vier. Vijf van hen hebben een negatieve evaluatie gekregen.

De ambtenaren van het Brussels gewest werken voor instellingen als Brussel Mobiliteit of de Brussel Financiën & Begroting. In totaal werkten er vorig jaar 1725 ambtenaren in dienst van het Brussels gewest.

Het aantal evaluatiegesprekken is de voorbije drie jaar gedaald. Werden in 2015 nog 838 ambtenaren geëvalueerd, waren dat er een jaar later nog maar 665 en vorig jaar zelfs amper 368: minder dan de helft van drie jaar geleden.

Van de 368 geëvalueerde ambtenaren hebben er vorig jaar vijf een slecht rapport gekregen, oftewel 0,38 procent. De verschillen zijn groot binnen de verschillende overheidsdiensten: bij Brussel Mobiliteit heeft afgelopen drie jaar geen enkele medewerker een negatieve evaluatie gekregen.

Brussels Parlementslid Paul Delva (CD&V) spoort Brussels staatssecretaris voor ambtenarenzaken Fadila Lanaan (PS) aan om werk te maken van evaluaties: “de cijfers tonen aan dat er een probleem is, waarom dan niet de nodige maatregelen nemen opdat dit gesprek jaarlijks wél met elke  ambtenaar kan aangegaan worden? Door meer evaluaties te houden, worden ook – op basis van negatieve evaluaties – problemen sneller gedetecteerd”, aldus Delva.

Reacties uitgeschakeld voor Uitsluitingen zorgkrediet en onbetaald verlof wordt te breed toegepast

Uitsluitingen zorgkrediet en onbetaald verlof wordt te breed toegepast

Door | 27 april 2018 | Nieuws

Bron: Binnenlands Bestuur, 17 04 2018

In de toelichting met betrekking tot het nieuw Vlaams zorgkrediet en het onbetaald verlof als recht, wordt naast een samenvatting van de regelgeving, ook aandacht besteed aan het feit dat bepaalde personeelsleden uitgesloten kunnen worden van het recht op het tijdelijk onderbreken of verminderen van de arbeidsprestaties. Dergelijke uitsluitingen moeten uiteraard wel strikt worden geïnterpreteerd, en de uitzondering blijven op de regel.

Zorgkrediet

Het zorgkrediet is een recht voor elk personeelslid, behalve voor de decretale graden.

De bevoegde overheid kan echter ook andere leidinggevende functies (naast de decretale graden) uitsluiten, en andere ambten uitsluiten van het recht op zorgkrediet en dit om redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst.

De bevoegde overheid kan er bij die gelegenheid ook nog voor kiezen, om de genoemde titularissen van de leidinggevende functies en de ambten die in principe uitgesloten zijn omwille van dienstbelang, en die erom verzoeken, toch bij wijze van gunstmaatregel toe te staan om hun arbeidsprestaties volledig of deeltijds met één vijfde of de helft te onderbreken.

Samengevat: indien men hiervoor kiest, bepaalt de bevoegde overheid welke leidinggevende functies en welke ambten uitgesloten zijn van het recht, en vervolgens, wie van deze uitgesloten personeelsleden het verlof toch mogelijks als gunstmaatregel kan bekomen.

Een aantal van de concrete beslissingen vanwege de lokale besturen, die hieromtrent aan toezicht worden onderworpen, resulteren evenwel in gedeeltelijke schorsingsbesluiten. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan het feit, dat de mogelijkheden om personeelsleden uit te sluiten van het recht op zorgkrediet, foutief worden toegepast.

Vaak gaat het immers niet om de uitsluiting van welbepaalde ambten, maar om ganse categorieën van personeelsleden.

Zo gaat bv het uitsluiten van alle personeelsleden van de niveaus A en B; van personeelsleden op proef of in een inloopperiode; van personeelsleden met minder dan 12 maanden dienstanciënniteit; van personeel tewerkgesteld in de buitenschoolse kinderopvang en/of kinderdagverblijven; van contractuelen met een vervangingsovereenkomst of een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur, etc…, niet zoals voorzien in de regelgeving om “bepaalde ambten”, maar om ganse categorieën van personeel. En dat gaat uiteraard in tegen de doelstelling van de betrokken regelgeving.

De mogelijkheid tot uitsluiting van bepaalde ambten betekent dat het bestuur vooraf duidelijk en gemotiveerd aangeeft, dat deze welbepaalde ambten om objectieve redenen, in tegenstelling tot de anderen, niet in aanmerking kunnen komen voor een absoluut recht op volledige of deeltijdse onderbreking van de arbeidsprestaties, en dit omwille van redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst.

Ook een regeling waarbij enerzijds geen enkel ambt concreet wordt uitgesloten, doch anderzijds de gehele of gedeeltelijke toekenning van het verlof overlaten wordt aan de beoordeling van het hoofd van het personeel, is niet conform de regelgeving.

De bevoegde overheid kan er wel voor kiezen, in de gevallen waarin de goede werking van de dienst hierdoor niet wordt verstoord, om de titularissen van de ambten die uitgesloten werden omwille van dienstbelang, die erom verzoeken, toch toe te staan om hun arbeidsprestaties volledig of deeltijds met één vijfde of de helft te onderbreken. Enkel in dergelijke situaties kan de toekenning van het verlof overgelaten worden aan de beoordeling van het hoofd van het personeel.

Beslissingen waarbij het hoofd van het personeel, of bij delegatie, een ander personeelslid, een algemene bevoegdheid krijgt toegewezen om een minimumduur en/of maximumduur kan opleggen, de omvang van het verlof (voor iedereen) kan beperken tot 20% van een voltijds equivalent om redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst, de ingangsdatum met 12 maanden uitstellen, etc… gaan eveneens de bovenvermelde uitsluitingsmogelijkheden te buiten.

Hetzelfde geldt wanneer een bestuur de gelijktijdige afwezigheid wegens onbetaald verlof en/of Vlaams zorgkrediet van meerdere personeelsleden van een zelfde dienst, beperkt tot 5%, om redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst. Het recht op zorgkrediet wordt daarmee afhankelijk gemaakt van de concrete (toevallige) situatie binnen de dienst waarin het personeelslid is tewerkgesteld, en staat volledig los van het concrete ambt dat hij/zij bekleedt.

Het onbetaald verlof als recht

Met betrekking tot het onbetaald verlof als recht,  zijn er ook mogelijkheden om personeelsleden uit te sluiten.

De bevoegde overheid kan bepalen voor welke personeelsleden of categorieën van personeelsleden het verlof niet van toepassing is.

De raad kan bijvoorbeeld bepalen dat de op proef benoemden uitgesloten worden. Ook kan de raad bepaalde anciënniteitsvoorwaarden koppelen aan deze vorm van onbetaald verlof.
In tegenstelling tot het Vlaamse zorgkrediet, waar het enkel gaat over “ambten” die uitgesloten kunnen worden, kan het bestuur met betrekking tot het onbetaald verlof als recht, “categorieën van personeelsleden” uitsluiten.

Uiteraard kunnen de uitsluitingen niet van die aard zijn, dat het volledig verlof op de helling komt te staan of volledig wordt uitgehold. De Vlaamse regering voerde dit verlof immers in als een principieel recht, behoudens de lokaal ingeschreven en noodzakelijk geachte uitsluitingen. Deze vormen dus de uitzondering en niet de regel…

Ook hier gaan de besturen niet altijd op een correcte wijze om met deze bevoegdheid.

Beslissingen waarbij bijvoorbeeld de decretale graden en alle personeelsleden van niveau A, B, en C worden uitgesloten van het recht op onbetaald verlof, gaan de redelijkheid van genoemde uitsluitingsmogelijkheden uiteraard te buiten.

De mogelijkheid tot uitsluiting van bepaalde categorieën, betekent dat het bestuur vooraf duidelijk en gemotiveerd aangeeft, dat bepaalde personeelsleden, om objectieve redenen, in tegenstelling tot anderen, niet in aanmerking kunnen komen.

Een regeling waarbij enerzijds door de raad geen concrete uitsluitingen worden ingeschreven, doch anderzijds de gehele of gedeeltelijke toekenning van het verlof overgelaten wordt aan de beoordeling van het hoofd van het personeel, is niet conform de regelgeving. Op dat moment wordt het onbetaald verlof als recht, immers ten onrechte verbouwd tot onbetaald gunstverlof, zijnde een andere regeling met eigen kenmerken.

Ook wanneer het hoofd van het personeel of bij delegatie een ander personeelslid, bij de  verlofaanvraag, de omvang van het onbetaald verlof bijvoorbeeld mag beperken tot 20% van een voltijds equivalent om redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst; of een minimum en/of maximumduur mag opleggen;  of de ingangsdatum met 12 maanden mag uitstellen; etc… wordt afbreuk gedaan aan het recht van de personeelsleden.

Eveneens in strijd met de bovenvermelde uitsluitingsmogelijkheden, is bijvoorbeeld de gelijktijdige afwezigheid wegens onbetaald verlof en/of Vlaams zorgkrediet van meerdere personeelsleden van een zelfde dienst, beperken tot 5%, om redenen die inherent zijn aan de goede werking van de dienst.

Het recht op onbetaald verlof wordt daarmee afhankelijk gemaakt van de concrete (toevallige) situatie binnen de dienst waarin het personeelslid is tewerkgesteld, en staat volledig los van zijn concrete functie.

Reacties uitgeschakeld voor Stad Gent is aantrekkelijkste lokale overheidswerkgever in Vlaanderen

Stad Gent is aantrekkelijkste lokale overheidswerkgever in Vlaanderen

Door | 27 april 2018 | Nieuws

55,4 procent van de Oost-Vlaamse respondenten zou de Stad Gent graag als werkgever hebben.

De Stad Gent is de aantrekkelijkste werkgever van alle Vlaamse lokale besturen. Dat blijkt uit het Randstad Employer Brandonderzoek. Gent haalt het in het onderzoek van Brussel en de Vlaamse centrumsteden, en scoort op alle criteria (werksfeer, werkzekerheid, balans werk-privé) beter dan het gemiddelde van de lokale besturen.

In zijn achttiende Employer Brand-onderzoek bestudeerde Randstad ook de werkgeversaantrekkelijkheid van de lokale besturen. Gent werd verkozen tot aantrekkelijkste Vlaamse lokale overheidswerkgever, en haalde het van onder meer Brussel en de Vlaamse centrumsteden. Een nadere analyse van de employer brands leert dat de Stad Gent op alle criteria (werksfeer, werkzekerheid, balans werk-privé, enzovoort) beter scoort dan het gemiddelde van de lokale besturen. De aantrekkelijkheid als werkgever heeft dus een brede basis. 55,4 procent van de Oost-Vlaamse respondenten zou de Stad Gent graag als werkgever hebben. Dat is meteen het beste resultaat van alle Vlaamse lokale besturen.

We zijn aangenaam verrast door deze uitslag. De meeste van onze vacatures – op een aantal knelpuntberoepen na – trekken bijzonder veel sollicitanten aan. Daaruit konden we onze werkgeverspopulariteit al afleiden. Deze bekroning bevestigt officieel onze vermoedens.

Martine De Regge, schepen van Personeelsbeleid

Werkgeversambassadeur

Eind vorig jaar voerde het stadsbestuur een welzijnsenquête uit bij zijn bijna 10.000 personeelsleden, inclusief de medewerkers van het OCMW, onderwijsinstellingen en diverse autonome gemeentebedrijven. Daaruit blijkt dat 75 procent van de medewerkers positief spreekt over de Stad Gent bij familie en vrienden en 44 procent daarvan de Stad als werkgever actief aanbeveelt.

Positieve mond-tot-mondreclame is onbetaalbaar. Hoe trotser en enthousiaster onze medewerkers aan vrienden, familie en kennissen vertellen over hun werkgever, hoe positiever de invloed op ons imago.’

 Mieke Hullebroeck, stadssecretaris  

Wijs werken

De Stad Gent en het OCMW Gent zijn heel bewust bezig met de organisatiecultuur die ‘Wijs Werken’ heet. Die wordt ondersteund door vier overkoepelende waarden: Open, Doelgericht, Creatief en Betrokken. De medewerkers werken mee aan ‘het verhaal van Stad en OCMW’ en vertalen de waarden naar hun praktijk en werkdomein. De ambitie van het ‘Wijs Werken’ werd samengevat in drie principes: ‘Meer mens, Meer oplossingen en Minder regels’.

Die participatieve aanpak blijkt bijvoorbeeld uit het recente project waarbij Stad en OCMW hun diensten centraliseren aan de Zuid. Daar werken de medewerkers in een vernieuwd kantoorconcept, volgens de regels van het nieuwe werken.

Het nieuwe werken met een Gentse touch: op een efficiënte en flexibele manier, waarbij elke dienst de vrijheid heeft om haar eigen team- en werkafspraken te maken. Kortom: bij ons is het vree wijs werken.

Martine De Regge, schepen van Personeelsbeleid

Actief verder bouwen aan onze rol als werkgever

Deze prijs betekent niet dat de Stad en het OCMW Gent op hun lauweren gaan rusten. Het is net een extra motivatie om actief verder te bouwen aan onze rol als werkgever, die uitstraalt naar onze werkgeversidentiteit en imago. Een strategie die zeker voortgezet wordt met de Groep Gent, dat zijn onder meer de Stad, het OCMW en de verzelfstandigde entiteiten. De komende jaren zal de Stad Gent nog meer onder een vlag naar buiten komen en zich nog sterker profileren als een grote en stabiele werkgever, die zorg draagt voor zijn medewerkers.

Dit is zeker geen eindpunt voor ons. Er komt een nieuwe digitale werkplek, we zetten verder in op een aantrekkelijke huisvesting en bouwen voort aan onze organisatiecultuur. Zo kunnen we niet alleen een van de grootste werkgevers in de regio blijven, maar ook een van de beste.’

Mieke Hullebroeck, stadssecretaris

Reacties uitgeschakeld voor 1552 personeelsleden minder dan in 2014 bij Vlaamse Administratie

1552 personeelsleden minder dan in 2014 bij Vlaamse Administratie

Door | 15 april 2018 | Nieuws

Bron: Vlaamse Administratie, vrijdag, 30 maart 2018

Eind 2017 waren er 1552 collega’s minder dan aan het begin van deze regeerperiode in 2014. De Vlaamse overheid moet het tegen eind 2019 met 1950 mensen minder te doen, zoals het regeerakoord 2014-2019 vooropstelde. Op dit moment is 80 procent van de totale besparingsdoelstelling gerealiseerd.

De besparingsdoelgroep bestaat uit 17.425 personeelsleden. Tegen eind 2019 moeten er dus nog 398 personeelsleden bespaard worden.

Deze entiteiten worden buiten de besparingen gehouden: Jongerenwelzijn, OPZ Geel, OPZC Rekem, Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, VDAB, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en Kind en Gezin, een deel van Plantentuin Meise, de topsporters van Sport Vlaanderen en het personeel van DAB Vloot en DAB Loodswezen.

Evolutie van de personeelsbesparingen

Het Vlaams regeerakkoord stelt dat het aantal personeelsleden in dienst van de Vlaamse overheid verder en significant moet dalen door het voeren van een selectief vervangingsbeleid, met blijvende aandacht voor een kwaliteitsvolle dienstverlening. In de beleidsnota Bestuurszaken werd de vooropgestelde personeelsinkrimping als volgt vertaald:

‘Tegen eind 2019 moet de personeelsomvang binnen de Vlaamse overheid dalen met 1.950 personeelsleden. Er is een maximale afstemming nodig tussen het opvolgen van de aankomende pensioneringen, het selectief vervangen en een afslanking van het aantal taken met het kerntakenplan als leidraad.’

De besparingsdoelgroep bestaat uit 17.554 personeelsleden.

Na 3 jaar zijn er in totaal reeds 1.552 personeelsleden bespaard of 80% van het totaal te besparen aantal (1.950). Dat betekent dat er tegen eind 2019 nog 398 personeelsleden moeten bespaard worden.

Grafiek van de personeelsbesparingen

Toch is de vraag hoever de besparingen nog kunnen gaan. Het Rekenhof waarschuwde in 2016 voor de gevolgen van de besparingen voor de dienstverlening.
Dit gegeven is zowel voor burgers, als lokale overheden meer en meer voelbaar.

Ook de cijfers van het ziekteverzuim blijven stijgen. Stress/burn-out zijn daarbij een veel voorkomende reden.

Reacties uitgeschakeld voor Financiering steden en gemeenten – Oost-Vlaanderen

Financiering steden en gemeenten – Oost-Vlaanderen

Door | 12 april 2018 | Nieuws

Bron: Parlementaire vragen ROBRECHT BOTHUYNE

De Vlaamse overheid zorgt via diverse kanalen voor financiering van steden en gemeenten. Deels zijn dit werkingsmiddelen, bijvoorbeeld via het Gemeentefonds, deels zijn dit investeringskredieten.

De administratie heeft de diensten van de Vlaamse overheid bevraagd naar de financiering van de Oost-Vlaamse steden en gemeenten voor de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017. De resultaten van deze bevraging vindt de Vlaamse volksvertegenwoordiger als bijlage.
Het gaat telkens om algemene en specifieke financieringsmiddelen die aan de individuele steden en gemeenten werden toegekend. Hierbij werden de OCMW, verzelfstandigde entiteiten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden buiten beschouwing gelaten.

FinancieringscijfersgemeentenOost-Vlaanderen

Reacties uitgeschakeld voor Jobbeurs werken bij de overheid – 2018 – Mechelen

Jobbeurs werken bij de overheid – 2018 – Mechelen

Door | 30 maart 2018 | Nieuws

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

U kan deelnemen als werkgever uit de sector overheid of onderwijs.

Voor méér info:  https://www.vdab.be/agenda/jobbeurs-voor-overheidsorganisaties/25042018

Reacties uitgeschakeld voor Verloning decretale graden: de motivering ?!

Verloning decretale graden: de motivering ?!

Door | 24 maart 2018 | Nieuws

Eigen berichtgeving, 21 maart 2018

30% loonsverhoging voor de algemeen directeur/financieel directeur

De regeling voor de nieuwe wedde van algemeen directeur/financieel beheerder is van rechtswege bepaald.

Dit gegeven maakt het op het eerste zicht gemakkelijk voor de lokale besturen. Toch is met de algemene verhoging van 30% geen rekening gehouden met de zwaarte van de functie in de lokale context.

Zo wordt de functie ook bepaald door de al dan niet aanwezigheid van een adjunct. In bepaalde gevallen laat het decreet toe dat de algemeen directeur 130% gaat verdienen van zijn/haar huidige wedde en de adjunct-directeur tot 129%. Het decreet heeft met andere woorden geen rekening gehouden met het gegeven dat één of twee functiehouder als decretale graad blijven.

Waar er geen ruimte is voor de autonomie van de gemeente bij de wedde van de algemeen directeur/financieel beheerder is ze er des te meer bij deze van de niet-gekozen functiehouder.

 

Onduidelijkheid voor de niet aangestelde algemeen of financieel directeur

Volgens artikel 589 van het decreet Lokaal Bestuur is het zo dat de persoon die uiteindelijk niet wordt aangesteld als algemeen of financieel directeur, met behoud van de aard van zijn dienstverband en geldelijke anciënniteit wordt aangesteld, hetzij als adjunct-algemeen of financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A bij de gemeente of de betreffende nevenbesturen van OCMW, autonoom gemeentebedrijf of OCMW-verenigingen.

Zowel Kurt De Loor , voorzitter OCMW Zottegem (SP-A), als de burgemeester van Izegem Bert Maertens (N-VA) formuleerden deze week ( 20 maart 2018) dan ook vragen en bedenkingen bij het gebrek aan duidelijk beleid rond de salarissen van de niet-gekozen algemeen en financieel directeur.

“Er bereiken ons verschillende signalen – ik hoor het toch heel vaak opduiken – dat sommige gemeenten, vooral om een grotere, moeilijkere procedure te vermijden en vooral ook uit schrik om mensen te demotiveren, dus om iedereen tevreden te houden, binnen de decretale graden, de ‘ambtelijke vrede’ willen afkopen. In die zin krijgen de algemeen of financieel directeur 130 procent van de wedde van de gemeentesecretaris/financieel beheerder, maar de anderen, de niet-gekozenen, krijgen als adjunct-algemeen directeur of als adjunct-financieel directeur 129 procent van de vorige wedde of net iets minder.”

“Minister, ik ga in op uw antwoord over de terugvalpositie voor de niet-gekozen algemeen en financieel directeur. Ik hoor u zeggen dat er een vrijheidsgraad is, dat er autonomie is bij de gemeenten, maar dat die natuurlijk geen vrijbrief is en dat die beginselen van behoorlijk bestuur moeten worden gehandhaafd. Ik versta u goed als u zegt dat u na een klacht eventueel de toetsing kunt maken aan die beginselen. Uiteraard.

U had het over het nieuwe salaris bij die passende functie. Als dat salaris voldoende gemotiveerd is, is er in principe geen probleem. Maar natuurlijk stelt zich dan de vraag: wat is een voldoende motivering? Want we kennen allemaal het systeem waarbij iemand wordt gecompenseerd voor iets waarvoor hij eigenlijk geen extra werk heeft. Als je dat goed motiveert, kun je dat altijd motiveren.”  (Bert Maertens)

De burgemeester van Izegem heeft met zijn parlementaire vraag dan ook de vinger op de wonde gelegd. In verschillende besturen laat het beleid de functieverdeling bovendien over aan de decretale graden zelf. Een keuze die niet alleen het risico op zowel loonspanning, als intermenselijke spanning vergroot, maar bovendien riskeert dat het geobjectiveerd personeelsbeleid waar lokale besturen hard aan hebben gewerkt in de top van de organisatie alvast is verstoord.

Lees ook: de verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

Reacties uitgeschakeld voor De verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

De verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

Door | 19 maart 2018 | Nieuws

Bron: Decreet Lokaal Bestuur: overgangsregeling decretale graden in 85 vragen en antwoorden

Kan de niet gekozen functiehouder een hoger salaris worden toegekend (passend A-niveau) ?
Overeenkomstig artikel 589 DLB worden de secretarissen en financieel beheerders die niet worden aangesteld als directeur, op persoonlijke titel aangesteld hetzij als adjunct-directeur hetzij in een passende functie van niveau A. Verder geldt dat hij/zij wordt aangesteld “met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als secretaris [financieel beheerder], zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie.”
Uitgangspunt is bijgevolg het behoud van de huidige salarisschaal die men geniet als secretaris of financieel beheerder, tenzij het salaris in de nieuwe functie gunstiger is. Een hoger salaris behoort in theorie bijgevolg tot de mogelijkheden, voor zover dit in het concrete geval kan worden verantwoord en gemotiveerd in het licht van de plaatselijke situatie en de invulling van de functie. Het komt aan de lokale autonomie van de gemeenteraden toe om de salarisschaal van de passende functie vast te stellen, binnen de grenzen van het Rechtspositiebesluit en rekening houdend met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (redelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel).

Welke salarisschaal kan aan de adjunct-algemeen directeur worden toegekend ?
Artikel 586, tweede lid DLB bepaalt dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- algemeen directeur vaststelt. Daarbij moet die salarisschaal wel lager blijven dan de salarisschaal die voor de algemeen directeur vastgesteld is. Dit komt overeen met de bepaling van het huidige Rechtspositiebesluit, nl. dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- gemeentesecretaris vaststelt met als begrenzing dat deze lager moet blijven dan die voor de gemeentesecretaris. In de praktijk wordt aan de adjunct vaak een salaris toegekend uitgedrukt in een percentage van het salaris van de gemeentesecretaris.

Hoe kan een hoger salaris voor een adjunct-functie gemotiveerd worden ?
De waarborgregeling voorziet minimaal in het behoud van salaris voor de niet als directeur aangestelde functiehouder. In bepaalde gevallen zal ook de niet aangestelde functiehouder echter zijn/haar takenpakket uitgebreid zien, gezien de implementatie van het Decreet Lokaal Bestuur en de daarin opgenomen organieke integratie van gemeente en OCMW inclusief veranderingstraject.
MvT: “Wat de opdracht en het takenpakket van de adjunct-algemeen directeur betreft, worden er met dit ontwerp van decreet geen bijzonderheden vastgesteld. De organieke bepalingen die op dit ogenblik gelden voor de adjunct-gemeentesecretaris, werden integraal overgenomen. Omdat de adjunct de directeur bijstaat en vervangt bij afwezigheid of verhindering zal zijn takenpakket op dat vlak verruimen.”

 

Chris De Meerleer , expert decretale graden, stelt dat het niet eenvoudig is voor het beleid om in bovenstaande keuzes te maken. Om het zorgvuldigheidsbeginsel in de praktijk te hanteren ziet hij volgende stappen nodig:

-een duidelijke functieweging van de zogenaamde ‘adjunct-functie’

-een duidelijke keuze tussen tussen ‘adjunct’ en ‘A-niveau’

-een verantwoorde loonspanning tussen de functie van ‘directeur’, ‘adjunct-directeur’ en de verloning van de leden van het managementteam.

Reacties uitgeschakeld voor Lancering gemeente- en stadsmonitor

Lancering gemeente- en stadsmonitor

Door | 19 maart 2018 | Nieuws

Agentschap Binnenlands Bestuur, 19 maart 2018

Het Agentschap Binnenlands Bestuur en Statistiek Vlaanderen publiceren vandaag de gemeente- en stadsmonitor. Dit nieuw grootschalig onderzoek peilt onder andere naar de tevredenheid van burgers over hun lokale woon- en leefomgeving en naar hoe ze leven. Een van de voornaamste conclusies is dat een grote meerderheid van de burgers graag in zijn gemeente of stad woont en een hoge algemene tevredenheid ervaart. Toch zijn er nog heel wat knelpunten op weg naar de ideale woon- en leefomgeving. De tevredenheid van burgers verschilt bovendien sterk tussen de gemeenten. Hieronder een samenvatting van een aantal belangrijke bevindingen.

Woon- en leefomgeving

De gemeente- en stadsmonitor leert dat 79% van de inwoners tevreden is met de eigen buurt en 76% met de eigen gemeente. In veel gemeenten blijkt dat de kwaliteit van de publieke ruimte nog onvoldoende aansluit bij het beeld dat inwoners hebben van een aantrekkelijke woonomgeving. Vooral de staat van fiets- en voetpaden zijn een heikel punt voor veel inwoners. Slechts 1 op 2 inwoners is hierover tevreden.

Andere opmerkelijke bevindingen over woon- en leefomgeving:

  • Onaangepaste snelheid van het verkeer en zwerfvuil wekken bij de inwoners de meeste ergernis op. Bijna de helft van de inwoners geeft aan vaak last te hebben van onaangepaste snelheid in de buurt. Dit hangt ook nauw samen met lawaai van verkeer en sluipverkeer. Zwerfvuil is voor bijna 4 op 10 inwoners een buurtprobleem.
  • De woonomgeving kan voor veel inwoners ook nog een stuk verkeersveiliger. Slechts 1 op 2 inwoners vindt het veilig om te fietsen. Amper 1 op 3 vindt het veilig voor kinderen om zich te verplaatsen met de fiets of te voet.
  • De tevredenheid over voorzieningen in de Vlaamse steden en gemeenten is groot: 3 kwart van de inwoners is hierover tevreden.
  • 1 op 5 inwoners geeft aan binnen de 5 jaar te willen verhuizen. In de steden is dat 1 op 3. De levensfase, de positie op de woningmarkt, maar ook de eigen perceptie van de kwaliteit van de woonomgeving beïnvloeden deze verhuisintentie.

Welzijn en samenleven

Bij het welzijn van de inwoners is een tweedeling merkbaar tussen de centrumsteden en de andere steden en gemeenten. Er wonen meer mensen met betalingsmoeilijkheden in de steden, er worden meer kinderen in kansarme gezinnen geboren, het beschikbare inkomen is er lager en de werkloosheid is er merkelijk hoger. De participatiegraad voor culturele activiteiten en het aandeel inwoners dat zelf sport is wel hoger in de steden.

Andere opmerkelijke bevindingen over welzijn en samenleven:

  • Bijna 60% van de bevolking heeft veel contact met buurtbewoners. 2 op 3 vindt personen uit andere culturen sympathiek. In 13 steden is de openheid ten opzichte van andere culturen toegenomen. Een kwart van de Vlamingen vindt daarnaast ook dat er te veel mensen van andere culturen in zijn buurt of gemeente wonen. Hierbij zijn erg grote verschillen tussen de gemeenten.
  • Mensen voelen zich veiliger in de eigen buurt dan op andere plaatsen in de gemeente of stad. 4% voelt zich onveilig in de buurt of mijdt er plekken.
  • Het onveiligheidsgevoel in de steden is groter, maar het neemt wel af ten opzichte de voorgaande jaren.

Inwoners en hun bestuur

De bevraging van de gemeente- en stadsmonitor toont dat de mensen meer tevreden zijn over de informatie die ze krijgen van de gemeente of stad, dan over de inspanningen om hen te consulteren. Zo is 78% tevreden over de informatie over activiteiten in de gemeente. Minder dan de helft van de inwoners is echter tevreden over de inspanningen om bewoners te betrekken bij veranderingen en met de wijze waarop met vragen van burgers wordt omgesprongen.

Andere vaststellingen over de inwoners en hun bestuur:

  • Grotere tevredenheid over de dienstverlening in het algemeen (73%) dan over de digitale dienstverlening (65%). Grotere verschillen tussen de gemeenten wat betreft de tevredenheid over digitale dienstverlening. Grote tevredenheid over de loketvoorzieningen (77%). 28% van de contacten tussen burgers en overheid verlopen in de steden vandaag al uitsluitend digitaal maar dit varieert sterk.
  • Het vertrouwen in het lokale bestuur en de politie ligt merkelijk hoger dan in de federale en Vlaamse overheid. 35% van de inwoners heeft (zeer) veel vertrouwen in het gemeente- of stadsbestuur, 47% in de politie.
  • In weinig gemeenten (1 op 10) heeft ten minste de helft van de inwoners veel vertrouwen in het gemeente- of stadsbestuur.

Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving creëren is de uitdaging voor alle gemeenten. Er zijn gelijkaardige demografische uitdagingen: bevolkingsgroei, vergrijzing, dalende actieve populatie, toenemend aantal huishoudens. Maar de intensiteit van deze uitdagingen kan erg verschillen tussen de gemeenten. Socio-economisch zijn de verschillen tussen de gemeenten ook groter. Zeker de centrumsteden kennen een meer uitgesproken context. Ze produceren heel wat welvaart maar kennen ook grotere uitdagingen inzake armoede en achterstelling. Daarom moeten de resultaten voor elke gemeente vanuit de eigen context van die gemeente bekeken worden.

Een volledig overzicht van de rapporten op gemeentelijk of stedelijk niveau wordt vandaag gepubliceerd op www.gemeente-en-stadsmonitor.vlaanderen.be en op www.statistiekvlaanderen.be.

Reacties uitgeschakeld voor Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Door | 14 maart 2018 | Nieuws

ONTWERP VAN DECREET, 08 /03/2018

DE VLAAMSE REGERING,

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

Na beraadslaging,

 

BESLUIT:

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding is ermee belast, in naam van de Vlaamse Regering, bij het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet in te dienen, waarvan de tekst volgt.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps­ en gewestaangelegenheid.

Art. 2. Dit decreet is van toepassing op de volgende Vlaamse overheidsdiensten: 1° de departementen;
2° de intern verzelfstandigde agentschappen;
3° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn;
4° de strategische adviesraden;
5° de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia;
6° de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, afgekort als “Raad GO!”;
7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, afgekort “De Watergroep”; 8° het Vlaams Fonds voor de Letteren;
9° de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal­ en Letterkunde.

Dit decreet is van toepassing op de volgende lokale besturen:
1° de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan afhangen;
2° de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare

instellingen en publiekrechtelijke agentschappen en verenigingen die ervan af-

hangen;

 

3° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
4° de openbare instellingen van de erkende erediensten zoals vermeld in het decreet van 7 mei 2004 betre ende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder:
1°uitzendarbeid: de tijdelijke arbeid uitgevoerd door een uitzendkracht in het

kader van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

  1. 2°  Vlaamse overheidsdienst: elk van de Vlaamse overheidsdiensten, vermeld in artikel 2, eerste lid;
  2. 3°  lokaal bestuur: elk bestuur van de lokale besturen, vermeld in artikel 2, tweede lid;
  3. 4°  de wet: de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzend­ arbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebrui- kers.

 

Vlaams Parlement

104 1515 (2017-2018) – Nr. 1

 

Hoofdstuk 2. Vormen van uitzendarbeid

Art. 4. De Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen kunnen een beroep doen op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen, vermeld in artikel 1, §1 tot en met §4, §6 en §7, van de wet:

  1. 1°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is geschorst;
  2. 2°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is beëindigd;
  3. 3°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loop-baanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kadervan het zorgkrediet;
  4. 4°  tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijdsuitoefent;
  5. 5°  een tijdelijke vermeerdering van werk;
  6. 6°  uitvoering van uitzonderlijk werk;
  7. 7°  in het kader van tewerkstellingstrajecten;
  8. 8°  voor artistieke prestaties of artistieke werken.

 

Hoofdstuk 3. Beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten

Art. 5. Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst is bevoegd om uitzendkrachten in dienst te nemen.

Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst of zijn gemachtigde brengt de re- presentatieve vakorganisaties vooraf op de hoogte van de indienstnemingen van uitzendkrachten.

Hoofdstuk 4. Beslissingskader binnen de lokale besturen

Art. 6. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° raad:

a) de gemeenteraad van een gemeente;
b) de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf;
c) de raad van bestuur van een autonoom gemeentelijk havenbedrijf;
d) de provincieraad van een provincie;
e) de raad van bestuur van een autonoom provinciebedrijf;
f) de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maat-

schappelijk welzijn;
g) de algemene vergadering voor de publieke extern verzelfstandigde vereni-

gingen, vermeld in hoofdstuk I van titel VIII van het decreet van 19 decem- ber 2008 betre ende de organisatie van de openbare centra voor maat- schappelijk welzijn;

h) de raad van bestuur van een projectvereniging;
i) de algemene vergadering van een dienstverlenende en opdrachthoudende

vereniging;
j) de kerkraad van een kerkfabriek;
k) de bestuursraad van een kerkgemeente;
l) de bestuursraad van een israëlitische gemeente; m) de kerkfabriekraad van een orthodoxe kerkfabriek; n) het comité van een islamitische gemeenschap;

2° uitvoerend orgaan: het uitvoerend orgaan van de lokale besturen.

De raad bepaalt in welke gevallen uitzendarbeid mogelijk is binnen de krijtlijnen van dit decreet. De raad stelt hierover de nadere regels vast.

Het uitvoerend orgaan is bevoegd om, binnen deze regels, uitzendkrachten in dienst te nemen.

 

Vlaams Parlement

1515 (2017-2018) – Nr. 1 105 Het uitvoerend orgaan kan die bevoegdheid aan het hoofd van het personeel

toevertrouwen. Een subdelegatie van de voormelde bevoegdheid is niet mogelijk.

Het lokaal bestuur brengt in voorkomend geval de representatieve vakorganisa- ties vooraf op de hoogte van de gevraagde indienstnemingen van uitzendkrachten, ermee rekening houdend dat in sommige van de als lokale besturen omschreven instellingen geen syndicale vertegenwoordiging voorhanden is.

 

Hoofdstuk 5. Duur van de uitzendarbeid

Art. 7. Voor elke vorm van uitzendarbeid als vermeld in artikel 4, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de even- tuele verlengingen.

 

Hoofdstuk 6. Informatieverstrekking en monitoring

Art. 8. §1. In dit artikel wordt verstaan onder globale informatie over de uitzend- krachten:
1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd hebben; 2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten.

§2. Elke Vlaamse overheidsdienst bezorgt jaarlijks globale informatie over de uit- zendkrachten aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat daarover jaarlijks een rapport bezorgt aan de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie.

De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Regering en bezorgt jaarlijks een rapport aan het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest.

§3. Het lokaal bestuur bezorgt jaarlijks globale informatie over de uitzendkrachten aan het plaatselijke Hoog Overlegcomité.

Reacties uitgeschakeld voor Optimalisatie werking Vlaamse Overheid

Optimalisatie werking Vlaamse Overheid

Door | 9 maart 2018 | Nieuws

Bron: Vlaamse Ministerraad, 09 03 2018
Het Vlaams Regeerakkoord bevat verschillende engagementen voor een optimalisatie van de werking van de Vlaamse overheid. Die engagementen zijn verder uitgewerkt in de beleidsnota’s Algemeen Regeringsbeleid en Bestuurszaken. Na adviezen van de SERV, de Minaraad, de Vlaamse Woonraad, de SARO, de MORA, de SAR WGG, de SALV, de VLOR, de SAR CJSM, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en de Vereniging van Vlaamse Provincies, keurt de Vlaamse Regering nu opnieuw principieel het voorontwerp van Bestuursdecreet goed. Door de keuze voor het bundelen van verschillende bestuurlijke hervormingen in het groenboek ‘bestuur’ en het witboek ‘open en wendbare overheid’ coördineert dit decreet 12 bestaande bestuurlijke decreten. Het voorontwerp van decreet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Reacties uitgeschakeld voor Lessen Arabisch in het OCMW: een minister reageert

Lessen Arabisch in het OCMW: een minister reageert

Door | 7 maart 2018 | Nieuws

Bron: Nieuwsblad.be, 6 maart 2018 e.a.Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) beveelt een onderzoek naar de lessen Arabisch die het OCMW van Gistel organiseert voor de medewerkers. Ze wil ook weten of het in andere gemeenten gebeurt. “Ik verwerp dit initiatief, vanuit al mijn bevoegdheden en vanuit mezelf als persoon”, zei ze in het parlement na een vraag van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang).

Vrijwilligers, maatschappelijke werkers en politieagenten die in contact komen met nieuwe inwoners kunnen in het Sociaal Huis van Gistel een cursus Arabisch volgen. Het OCMW wil daarmee bij de eerste contacten het ijs breken en vertrouwen wekken.

Homans is naast minister van Binnenlands Bestuur ook minister van Inburgering en steunt het initiatief absoluut niet.  Het is daarbij nog maar eens duidelijk hoe de stoel van Binnenlands Bestuur en Inburgering zich niet makkelijk laat combineren.

“Het is niet verenigbaar met onze doelstellingen van integratie”. “Het is belangrijk dat nieuwkomers vanaf dag één in een taalbad Nederlands worden ondergedompeld. Als er mensen zijn die het Nederlands toch onvoldoende zouden beheersen, zijn er nog altijd andere manieren om daar mee om te gaan. Men kan bijvoorbeeld met pictogrammen werken, ik denk dat dat een veel betere manier is om de integratie te bevorderen.”

Homans geeft West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé daarom opdracht na te gaan wat het doel is van de lessen. De Vlaamse lokale overheden zijn immers verplicht het Nederlands als omgangstaal te hanteren. “Als blijkt dat er een onverenigbaarheid is met de taalwetgeving, zal ik onmiddellijk optreden”, aldus de minister. “Misschien gebeurt dit ook bij andere lokale besturen, dus ik heb ook de andere gouverneurs opdracht gegeven te controleren of er overtredingen plaatsvinden.”

Zie ook:

Reacties uitgeschakeld voor Over hulpverlening en de taalwetten (de case ‘Gistel’)

Over hulpverlening en de taalwetten (de case ‘Gistel’)

Door | 7 maart 2018 | Nieuws

Burgemeester Gistel over onderzoek Homans: “Heel veel gemeenschapsgeld en om wat te bewijzen?”

Bron: VRT-nieuws, 6 maart 2018

 Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) heeft een onderzoek bevolen naar de lessen Arabisch die het OCMW van de stad Gistel organiseert. “Ik verwerp dit initiatief”, klinkt het. Burgemeester Bart Halewyck (CD&V) van Gistel vindt dat “much ado about nothing”.

In Gistel kunnen vrijwilligers, stadsmedewerkers en sociaal assistenten een cursus basiswoorden Arabisch volgen om “het ijs te breken en gemakkelijker contact te leggen” met vluchtelingen in de gemeente.  “De cursiste zelf is iemand van Syrische afkomst die in Syrië lesgaf. Ze bood zich vrijwillig aan als soort return voor het feit dat ze hier mag blijven wonen”, zegt de burgemeester in “De wereld vandaag” op Radio 1.

Maar minister Homans is erg kritisch voor het initiatief. “Ik verwerp dit vanuit al mijn bevoegdheden en vanuit mezelf als persoon”, zei ze in het parlement na een vraag van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang).  “Het is niet verenigbaar met onze doelstellingen van integratie. Het is belangrijk dat nieuwkomers vanaf dag één in een taalbad Nederlands worden ondergedompeld.” Homans heeft daarom een onderzoek bevolen: alle provinciegouverneurs moeten nagaan of er ook elders dergelijke initiatieven zijn en of dit in overeenstemming is met de taalwetgeving.

De burgemeester van Gistel nuanceert de hele kwestie: “Wij gaan niet in tegen de taalwetgeving. Het is niet de bedoeling om een hoogstaande cursus Arabisch te geven. We gaan de mensen ook niet georganiseerd in het Arabisch aanspreken.” Meneer Halewyck wil naar eigen zeggen ook niet voorbijgaan aan het principe van integratie. “Het beste voorbeeld is de Syrische mevrouw die lesgeeft. Ze is anderhalf jaar in Gistel en ze praat beter Nederlands dan de gemiddelde Waal.”

De kwestie is dan ook “much ado about nothing”. “Maar da’s in het Engels dus ik ga het anders formuleren”, aldus een ironische burgemeester. “Het gaat om een storm in een glas water. “Ik kan mevrouw Homans niet verhinderen om haar onderzoek te doen. Maar daar zal weer heel veel gemeenschapsgeld naartoe gaan en om wat te bewijzen?

De Syrische lesgeefster spreekt na 1,5 jaar beter Nederlands dan de gemiddelde Waal

 

“Dat is een storm in een glas water”, zegt ze.  Volgens Cool ging het om een eenmalige lessenreeks van welgeteld acht uur voor medewerkers en vrijwilligers die in contact komen met anderstalige nieuwkomers. “Geïnteresseerden konden die cursus vrijwillig volgen om toch een paar woorden te kunnen spreken met nieuwkomers. Het spreekt vanzelf dat nieuwkomers in Gistel verplicht worden om Nederlands te leren. Ze hebben ook buddy’s die Nederlands met hen spreken.”

“De lessen Arabisch passen gewoon in de vormingsactiviteiten van ons lokaal dienstencentrum De Zonnewijzer. Die organiseert eens kooklessen, dan weer Franse lessen, nu waren dat lessen Arabisch.”

Bron: http://www.focus-wtv.be/nieuws/voorzitter-ocmw-gistel-storm-glas-water#

 

Het OCMW-beleid van Gistel

Wie zelf  moeite doet om de   de werking van het OCMW van Gistel te bekijken, merkt een actief OCMW. Daarbij is duidelijk dat het OCMW van Gistel een actief  beleid voert, zorg draagt voor diverse minderheidsgroepen en op integratie inzet.

Bron:

OCMW-RAAd- Gistel verslagen

 

Ook Kortrijk organiseert taallessen

“En waarom zouden de Kortrijkzanen geen Arabisch mogen leren, gratis dan nog, terwijl ze Russisch, Chinees, Oekraïns, Roemeens, Kazachstaans, Mongools, Zuid-Afrikaans, Babango, Likilaba, Sakalala, Bugatti, Lingati, Borribomba en andere Congolese negertalen aan de Hitek tegen woekerprijzen leren !” OCMW-voorzitter Kortrijk

Bron: Jarretel Kortrijk