Bron: Raad van State, 9/10/2017

Bevoegdheid gemeentelijk sociaal beleid blijft bij het OCMW

Uit het ontwerp kan ook niet worden afgeleid dat de bevoegdheid over het gemeentelijk sociaal beleid wordt onttrokken aan de OCMW‟s. In artikel 77, tweede lid, van het ontwerp wordt dienaangaande uitdrukkelijk bepaald dat de OCMW-raad het beleid van het OCMW bepaalt. Dat wordt niet tegengesproken door het gegeven dat de leden van die raad tevens lid zijn van de gemeenteraad, vermits niet kan worden uitgesloten dat beide organen over bepaalde aangelegenheden tot verschillende zienswijzen komen. De stellers van het ontwerp houden overigens uitdrukkelijk rekening met die mogelijkheid door in een regeling te voorzien voor het geval dat de gemeenteraad en de OCMW-raad geen consensus kunnen bereiken over het vaststellen van het beleidsrapport (artikel 249, § 3, derde lid).23

Bijzonder comité voor de sociale dienst beslist over de individuele steun

Daarbij komt nog dat een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk sociaal beleid, namelijk de beslissingen over de toekenning van individuele steun op het vlak van de maatschappelijke dienstverlening en de maatschappelijke integratie, tot de bevoegdheid behoort van het bijzonder comité voor de sociale dienst (artikel113), orgaan waarvan de samenstelling niet samenvalt met die van een gemeentelijk orgaan en waarvan de leden – zoals hiervoor reeds werd uiteengezet – met uitzondering van de voorzitter niet noodzakelijkerwijs gemeentelijk mandataris moeten zijn.

Het ontwerp regelt, wat de voormelde aangelegenheden betreft, derhalve niet de band tussen de gemeente en het OCMW, leidt er niet toe dat “de bevoegdheid over het gemeentelijk sociaal beleid” wordt onttrokken aan de OCMW‟s en voorziet niet in een regeling waarbij “alle opdrachten die thans aan de centra zijn toegewezen, in hun geheel” worden overgedragen “aan een andere overheidsinstantie dan die centra, te weten de gemeenten zelf”.

Raad van State : meerjarenplanning sociaal  beleid (met inbegrip van financiële) is bevoegdheid van het OCMW

Doordat de gemeenteraad  in het ontwerp decreet lokaal bestuur het laatste woord heeft over de gezamenlijke meerjarenplanning van de gemeente en het OCMW, pleegt de gemeenteraad een volgens de Raad van State onverantwoorde inmenging in het OCMW-beleid. Hiermee overschrijdt Vlaanderen wel zijn bevoegdheid. Ook de financieringsregels voor OCMW’s (afschaf- fen van de mogelijkheid dat een deel van het Gemeentefonds rechtstreeks naar OCMW’s gaat, schrappen van de verplichting dat gemeenten de OCMW’s moeten financieren) zijn niet conform de bevoegdheidsverdeling.

Léés ook: OCMW behoudt het eigen personeel

Vacatures bij het OCMW

Raad Van State, 9/10/2017

Het OCMW behoudt tevens eigen personeel.

Maatschappelijk werker blijft bij het OCMW 

Zo is er in elk OCMW ten minste een maatschappelijk werker die personeelslid is van dat OCMW (artikel 183, § 1, eerste lid) en die als opdracht heeft “de personen en gezinnen te helpen bij het opheffen of verbeteren van de noodsituaties waarin zij zich bevinden” (artikel 183, § 2).21

Personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het OCMW blijven bij het OCMW

Daarnaast wordt in artikel 186, § 2, van het ontwerp gewag gemaakt van het personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat in de gemeente die het OCMW bedient (1°) en van het personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het OCMW (3°), waarvan de rechtspositieregeling door de OCMW-raad wordt vastgesteld.

De algemeen directeur van de gemeente leidt het OCMW-personeel onder gezag van het OCMW !

Weliswaar staat de algemeen directeur, die een personeelslid is van de gemeente, aan het hoofd van het personeel van het OCMW, maar hij rapporteert voor aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het OCMW behoren, aan het vast bureau en aan het bijzonder comité voor de sociale dienst (artikel 172, tweede en derde lid) en gedraagt zich naar de onderrichtingen die hem worden gegeven door de OCMW-raad of diens voorzitter, het vast bureau of de voorzitter ervan, en het bijzonder comité voor de sociale dienst of dienst voorzitter, al naargelang hun respectieve bevoegdheden (artikel 171, § 1, eerste lid).

Lees ook: sociaal beleid blijft bij het OCMW

Vacatures bij het OCMW

Bron: Raad van State, 9/10/2017

Wie dacht dat de OCMW’s ophouden te bestaan, heeft het aan verkeerde eind. Het wordt er alvast niet eenvoudiger op.

 

DE BEVOEGDHEDEN VAN HET OCMW WORDEN NIET OVERGEDRAGEN

Het om advies voorgelegde ontwerp van decreet voorziet evenmin in een bevoegdheidsoverdracht van de OCMW‟s naar de gemeenten. In artikel 2, § 3, van het ontwerp wordt uitdrukkelijk bepaald dat de OCMW‟s de opdrachten uitoefenen vermeld in de artikelen 1 en 57 van de organieke wet van 8 juli 1976, alsook “de andere aangelegenheden die hen door of krachtens een wet of een decreet worden opgelegd”. Het is de OCMW-raad – niet de gemeenteraad – die over de bevoegdheid beschikt voor de aangelegenheden die aan het OCMW bij of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd en die het beleid van het OCMW bepaalt.13 Nergens in het ontwerp blijkt dat de bevoegdheden van het OCMW aan de gemeente kunnen worden overdragen.

DE OCMW-RAAD  EN HET VAST BUREAU BLIJFT BEHOUDEN

De OCMW‟s behouden bovendien hun eigen organen. Ook al bestaat de OCMW-raad in beginsel uit dezelfde leden als de gemeenteraad, dat neemt niet weg dat de OCMW-raad een van de gemeenteraad onderscheiden orgaan is. Zo zijn de vergaderingen van de OCMW-raad onderscheiden van die van de gemeenteraad en wordt voor elk van die vergaderingen een eigen agenda opgemaakt.18 De gemeenteraad en de OCMW-raad hebben ook een eigen huishoudelijk reglement. Hetzelfde geldt voor het vast bureau.

HET OCMW KRIJGT EEN NIEUW ORGAAN ERBIJ

Daar komt nog bij dat, naast de OCMW-raad en het vast bureau, wordt voorzien in een nieuw orgaan, het bijzonder comité voor de sociale dienst, waarvan de samenstelling niet samenvalt met een gemeentelijk orgaan. Met uitzondering van de voorzitter, die wordt verkozen hetzij onder de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de OCMW-raad (artikel 90, § 1, eerste lid), die tevens leden zijn van, respectievelijk, het college van burgemeester en schepenen en van de gemeenteraad, is niet vereist dat de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst gemeentelijk mandataris zijn.20 En ook al wordt de zetelverdeling binnen het bijzonder comité voor de sociale dienst bepaald naar verhouding van het aantal zetels waarover elke lijst binnen de OCMW-raad beschikt (artikel 91, § 1), toch zal binnen het bijzonder comité voor de sociale dienst de verhouding tussen het aantal zetels niet noodzakelijkerwijs volledig overeenstemmen met die in de OCMW-raad, vermits het bijzonder comité voor de sociale dienst uit een kleiner aantal leden bestaat dan de OCMW-raad (zie artikel 87, § 1, eerste lid), en de verkozenen van de lijsten kunnen verklaren dat zij zich (lees: hun lijsten) met elkaar wensen te verbinden (artikel 91, § 1).

Lees ook: sociaal beleid blijft bij het OCMW

Léés ook: OCMW behoudt het eigen personeel

Bron: De Tijd, 12/10/2017

 

De federale regering wil met de taxshift de zeer hoge belastingdruk op lage inkomens verminderen

België scoort veel slechter dan alle andere landen van de EU. In Denemarken, het nummer twee, bedraagt de marginale belastingdruk voor de 25 procent laagste inkomens slechts 40 procent. In de EU is het gemiddelde amper 28 procent. De belastingdruk voor lage inkomens is in ons land bijna dubbel zo hoog als het Europees gemiddelde.

Ook andere instellingen merkten al op dat de lasten op arbeid in België hoog zijn. Maar de IMF-cijfers onderstrepen dat de kloof met andere landen enorm groot is voor lage inkomens.

De belastingdruk is zeer hoog, omdat de personenbelasting snel stijgt naarmate het inkomen toeneemt. De marginale aanslagvoet bedraagt al 45 procent vanaf een belastbaar jaarinkomen van zowat 21.000 euro. Boven op de personenbelasting komen nog sociale bijdragen. Het gevolg is dat sommige werklozen er netto weinig op vooruitgaan als ze een baan vinden.

‘We hebben de enorme belastingdruk op de lage lonen en de hoge marginale belastingdruk geërfd’, zegt het kabinet van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). ‘De taxshift is een middel om daar iets aan te doen.’

De taxshift heeft vooral in 2016 de belastingdruk op arbeid verminderd. In 2018 en 2019 volgen opnieuw belangrijke lastenverlagingen. De cijfers van het IMF hebben betrekking op 2015.

De federale overheidsdienst Financiën merkt op dat de taxshift vooral de lasten op lage lonen doet dalen. De belastingdruk op het minimumloon zakt in de periode 2014-2021 met bijna 10 procentpunten. De belastingen op het gemiddelde loon dalen met bijna 3 procentpunten en die op hoge lonen met ruim 1 procentpunt. Maar zelfs mét de taxshift blijven we lage lonen zwaar belasten. Financiën meent dat de taxshift werklozen meer zal aanmoedigen om een baan te zoeken.

 Bron: De Tijd, 10/10/2017

Vlaanderen behoort tot de Europese regio’s met goed bestuur. Brussel en Wallonië daarentegen presteren minder goed dan het Europees gemiddelde. In delen van Roemenië, Bulgarije en Italië kan je geen beroep doen op de politie of een afspraak krijgen voor een operatie of doktersbezoek zonder een smak geld op tafel te leggen.

Dat blijkt uit de kwaliteitsindex inzake goed bestuur 2017, die is opgenomen in het jongste rapport van de Europese Commissie over economische, sociale en territoriale cohesie. De index, opgesteld door de universiteit van Göteborg, meet de kwaliteit van openbare diensten zoals politie, onderwijs en gezondheidszorg.

 © MEDIAFIN© MEDIAFIN

De onderzoekers vergeleken aan de hand van steekproeven hoe de bevolking in de Europese regio’s de toegang tot politie, onderwijs en gezondheidszorg evalueert. Ze bekeken ook of die overheidsdiensten neutraal werken zonder voorkeursbehandelingen voor bepaalde groepen mensen en of er sprake is van corruptie.

Onveranderd

In 2010 en in 2013 deden de Zweedse onderzoekers deze oefening ook al. De Belgische breuk is onveranderd gebleven, stellen de Europese experts.

Het cohesierapport ziet de sociale en economische verschillen tussen de Europese regio’s lichtjes verminderen. De rijkste regio’s groeien wel een pak sneller dan de minder ontwikkelde. Er blijven ook nog grote verschillen in werkloosheid tussen regio’s.

De kwaliteit van openbare diensten en de efficiëntie van de overheid kunnen bepalend zijn voor de economische ontwikkeling. Corruptie bijvoorbeeld doet het effect van investeringen, ook die met EU-geld, deels teniet. Het rapport snijdt ook het probleem aan van de dalende bevolking. In 2015 waren er voor het eerst meer overlijdens dan geboortes in Europa. Bevolkingsaangroei moet dus komen van migratie of verhuis binnen de EU.

Vooral in de grote steden, zoals Brussel, leidt dat tot een gespleten beeld. Het bbp per inwoner is behoorlijk groot en de hoofdstad lokt veel hoogopgeleiden. Tegelijk is er een grote concentratie van armoede en werkloosheid. België heeft de laagste tewerkstellingsgraad van inwoners geboren buiten de Europese Unie, zo blijkt uit het cohesierapport. Vrouwen geboren buiten de EU werken in Brussel nauwelijks.

Reacties uitgeschakeld voor ‘We moeten onze politieagenten kunnen vertrouwen. ‘

‘We moeten onze politieagenten kunnen vertrouwen. ‘

Door | 8 oktober 2017 | Nieuws

Diverse bronnen:

Bron: De Standaard, 7/10/2017

Interne controle door het politiekorps over het gebruik van politiedatabanken, de toegang die politieagenten hebben en het respecteren van de privacy van onschuldige burgers moeten versterkt worden. Dat zegt staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee Philippe De Backer zaterdag in een reactie op het nieuws dat agenten van de lokale politie Antwerpen vertrouwelijke identiteitsgegevens van burgers zouden hebben gestolen om te kunnen gokken.

‘Het hoeft geen twijfel dat wanneer hun schuld bewezen zou zijn, deze agenten streng gestraft moeten worden’, zegt De Backer. ‘We moeten onze politieagenten kunnen vertrouwen. Ze krijgen van de samenleving bijzondere macht om onze rechten te beschermen. Wanneer ze die bijzondere macht misbruiken, wankelt het geloof en vertrouwen in de politie en de hele rechtsstaat bij uitbreiding. Dit is nefast voor de duizenden politiemensen die hun job correct en met overgave uitvoeren.’

De Backer vindt ook dat de lokale politie meer verantwoordelijkheid moet opnemen: ‘Elk politiekorps moet zich afvragen hoe ze de interne toegang tot de politiedatabank regelt, hoe ze opzoekingen registreert en hoe ze oneigenlijk gebruik van de databank actief opspoort. Sensibilisering is niet genoeg, want de richtlijn gegevensbescherming voor politie en justitie verplicht elk korps een sluitend privacybeleid te hebben.’

Net zoals bedrijven zal ook de politie verplicht worden om een Data Protection Officer aan te stellen die intern moet waken over het gebruik van persoonsgegevens. Daarbovenop zal ook de externe controle versterkt worden. Het controleorgaan van het politionele informatiebeheer (COC) zal daarvoor (sanctie)bevoegdheden krijgen.

‘Het controleorgaan zal zelf audits kunnen uitvoeren om na te kijken hoe er in de politie wordt omgegaan met persoonsgegevens en zal beoordelen of dat dit beantwoordt aan de nieuwe privacystandaarden. Daarnaast zal het controleorgaan net zoals de privacycommissie ook tanden krijgen om te bijten wanneer nodig. We maken dus geen onderscheid tussen bedrijven of overheidsinstellingen. De wet is de wet en die geldt voor iedereen, ook – of beter zeker – voor de politie’, aldus nog De Backer.

Dat het alweer de Antwerpse politie is, is pijnlijk. Zeker in een stad waar respect voor de politie meer dan ooit nodig is.

Reacties uitgeschakeld voor Politieagenten gokken tijdens de werkuren

Politieagenten gokken tijdens de werkuren

Door | 8 oktober 2017 | Nieuws

Bron: De Standaard, 07/10/2017

De Kansspelcommissie is een onderzoek begonnen naar zo’n dertig agenten van de Antwerpse politie, omdat die tijdens hun werkuren actief zouden geweest zijn op gokwebsites. Dat is verboden.

Het gokschandaal bij de Antwerpse politie kwam aan het licht in de nasleep van het onderzoek naar een groep politieagenten uit afdeling City die verdacht worden van geweldpleging, diefstal en afpersing tegen illegalen in Antwerpen-Noord en Borgerhout.

Een van de betrokken politieagenten, die het korps inmiddels heeft verlaten, bleek geregeld betalingen te doen aan online casino’s. Dat riep vragen op, omdat politiemensen geen toegang mogen krijgen tot dergelijke gokwebsites.

‘De erkende casino’s en kansspelinrichtingen werken met een lijst van personen die uitgesloten worden van deelname aan kansspelen’, zegt Marjolein De Paepe van de Kansspelcommissie. ‘Een aantal beroepsgroepen komt automatisch op de lijst, omdat ze niet in casino’s mogen komen of omdat ze niet mogen deelnemen aan online weddenschappen of kansspelen. Het gaat om notarissen, gerechtsdeurwaarders, magistraten en politiemensen.’

Uit het onderzoek bleek bovendien dat de politieman tijdens de werkuren via het computernetwerk van de Antwerpse politie naar gokwebsites had gesurft. Hij zou zich op gokwebsites hebben geregistreerd onder een andere naam. Hij zou daarvoor gebruikgemaakt hebben van de rijksregisternummers van burgers, die hij opzocht in de politiedatabank.

Geen alleenstaand feit

De korpsleiding van de Antwerpse politie ­besloot om de zaak te melden aan de Kansspelcommissie, die een onderzoek begon. Daarbij kwam aan het licht dat de politieman niet de enige was die tijdens de werkuren naar gokwebsites surfte. Er bleken vanop het politienetwerk tientallen accounts op gokwebsites te zijn aangemaakt.

Bij de Antwerpse politie bevestigt men dat er aanwijzingen zijn dat enkele ‘tientallen agenten’ vanaf het politienetwerk online gokwebsites hebben bezocht. ‘We nemen dit zeer ernstig’, zegt politiewoordvoerder Sven Lommaert. ‘In afwachting van de resultaten van het onderzoek van de Kansspelcommissie zullen we een interne integriteitscampagne rond gokken opstarten.’

De Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) zegt dat hij als tuchtoverheid niet ­inhoudelijk kan ingaan op de affaire. Hij ­vertrouwt op het lopende onderzoek.

Reacties uitgeschakeld voor Vlamingen tevreden over lokale overheid

Vlamingen tevreden over lokale overheid

Door | 7 oktober 2017 | Nieuws

Bron: Persvoorstelling VRIND, 6/10/2017

In VRIND 2017 vindt men informatie over de algemene omgeving waarin de Vlaamse overheid optreedt en over de mate waarin de maatschappelijke doelstellingen en effecten die de Vlaamse overheid zich stelt, gerealiseerd worden. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van circa 900 tabellen, grafieken en kaarten.

 

Enkele markante vaststellingen:

Sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen:

  • De Vlaming geniet van een hoge levensstandaard, meer gezonde levensjaren en een hoge tevredenheid met de eigen levenssituatie. Toch blijven Vlamingen eerder pessimistisch naar de toekomst kijken.
  • Terrorisme en immigratie zijn volgens de Vlamingen de belangrijkste maatschappelijke problemen. In vergelijking met de doorsnee Europeaan ligt men minder wakker van problemen zoals werkloosheid, hun economische situatie en de levensstandaard. Dat Vlaanderen het op deze terreinen beter doet dan gemiddeld in Europa zal daar niet vreemd aan zijn.
  • De maatschappelijke participatie gaat er niet op achteruit. De helft van de Vlamingen is minstens actief lid in een vereniging, een vijfde doet vrijwilligerswerk en de helft springt wel eens in als mantelzorger. Daarnaast blijkt de culturele en sportparticipatie erop vooruit te gaan.
  • Deze participatie vertaalt zich niet in een intenser burgerschap. De politieke interesse ligt laag en in vergelijking met andere Europese landen wordt er veel minder over politiek gediscussieerd. Een derde van de bevolking wil meepraten over belangrijke maatschappelijke thema’s, de helft ziet dat niet zitten. De helft van de bevolking vindt referenda een goede zaak, een derde is voorstander van de afschaffing van de opkomstplicht, de helft zou deze behouden. Bij afschaffing zou driekwart nog gaan stemmen voor de gemeenteraad, tweederde voor het Vlaams en federaal Parlement en nog iets meer dan de helft voor de Europese verkiezingen. Hoe lager de scholing, hoe meer instemming met populistische en elitaire stellingen. Pluralistische stellingen worden door grote meerderheden onderschreven.
  • Vlaanderen behoort op heel wat terreinen zoals armoede, werkloosheid en opleiding tot de Europese top. Na Tsjechië heeft Vlaanderen het laagste armoederisicopercentage in Europa, de op drie na laagste werkloosheidsgraad, en een snellere daling van het aantal laaggeschoolden en stijging van het aantal hooggeschoolden. Er bestaan nog kloven tussen bevolkingsgroepen, maar het goede nieuws is dat deze kloven vernauwen: zo nemen de werkzaamheidskloven tussen mannen en vrouwen en jongeren en ouderen af.Voor laaggeschoolden en personen met een buitenlandse herkomst blijven er diverse maatschappelijke kloven bestaan.
  • De maatschappelijke positie van de vrouwen is op vele domeinen versterkt. Vrouwen zijn ondertussen hoger opgeleid dan mannen en de loonkloof is fors gedaald hoewel niet verdwenen. In Europa ligt hij gemiddeld wel dubbel zo hoog. Hij blijven ook nog verschillende vormen van seksesegregatie overeind zowel in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zowel mannen als vrouwen zijn ondertussen meer te vinden voor een gelijke taakverdeling in het huishouden en bij de opvoeding van de kinderen. De maatschappelijke positie zowel van personen met een handicap als personen van buitenlandse herkomst gaat er niet op vooruit. Wel neemt de openheid en tolerantie ten opzichte van vreemdelingen toe.

Economische ontwikkelingen

  • Vlaanderen behoudt de jongste jaren zijn positie inzake welvaartscreatie (bbp) ten opzichte van de Europese landen, ten opzichte van de Europese innovatieve topregio’s neemt het een middenpositie in. Een topscore is er wel voor arbeidsproductiviteit maar niet voor de jobratio, die lager ligt dan het Europese gemiddelde.
  • Goed voor de economie is dat de loonkost per eenheidproduct blijft dalen en dit vooral in de industrie.
  • Er is weer meer geloof in zelfstandig ondernemerschap en het aantal ondernemingen neemt toe.
  • De uitvoer kende een lichte groei maar het aantal exporterende bedrijven groeit niet.
  • Met meer dan 50% innovatieve ondernemingen behoort Vlaanderen Europees tot de top.Op het vlak van innovatie blijven er grote uitdagingen. Een aandachtspunt is de daling van het aantal werkenden in innovatieve en kennisintensieve sectoren waar de positie verzwakt ten opzichte van de topregio’s.

Ruimtelijke en ecologische ontwikkelingen

  • We zien een stijgende dichtheid van het woongebied, geconcentreerd rond de steden en de Vlaamse rand.Door een verschuiving van woningen naar flats zien we dat de gemiddelde woonoppervlakte daalt. Positief is ook dat minstens de nieuwbouwwoningen energiezuiniger worden en beter geïsoleerd.
  • Op heel wat milieu-indicatoren wordt vooruitgang geboekt.  Er is een verbetering voor o.a. de verzurende emissies en de fijnstofconcentraties. De verbetering van de waterkwaliteit zet zich echter niet door.
  • Er is een ontkoppeling tussen energiegebruik en economische groei. Dit neemt niet weg dat vandaag het energiegebruik een kwart hoger ligt dan in 1990;
  • Het wagenpark en de afgelegde kilometers blijven stijgen met een toenemende filezwaarte, verliesuren en toenemend energiegebruik als gevolg. Daartegenover staat dat de negatieve impact van het transport (o.a. lawaai, vervuiling) is afgenomen.
  • 80 % van de verplaatsingen gebeurt met de wagen, dat iets lager dan gemiddeld in Europa.
  • De verkeersveiligheid gaat erop vooruit maar Vlaanderen scoort slecht in vergelijking met de topregio’s.

Burger en overheid

  • In de lente van 2016 ligt het vertrouwen in instellingen iets hoger dan de voorbije jaren. Een kwart van de Vlamingen heeft veel tot zeer veel vertrouwen in het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering, een kwart (helemaal) geen. De Vlaamse administratie scoort iets hoger. Er is in 2016 een opmerkelijke toename van het vertrouwen in het leger. In tegenstelling tot de tevredenheid met het beleid van de lokale en federale overheid, is de tevredenheid in de Vlaamse en Europese overheid de jongste jaren iets teruggevallen.
  • Dit neemt niet weg dat Vlamingen over het algemeen zeer tevreden zijn over de publieke voorzieningen die aan Vlaamse bevoegdheden kunnen gekoppeld worden. De scores lopen wel ver uit elkaar: hoog voor huisvuil, cultuur, gezondheid, sport, openbaar groen, sport en onderwijs. Minst tevreden blijft men over opvang en begeleiding van armen en vreemdelingen en over de staat van de wegen , iets- en voetpaden.
Reacties uitgeschakeld voor Omzendbrief vraagt omzichtigheid in besluitvorming en communicatie in de lokale besturen.

Omzendbrief vraagt omzichtigheid in besluitvorming en communicatie in de lokale besturen.

Door | 4 oktober 2017 | Nieuws

Omzendbrief Homans, 27/09/2017

Op 14 oktober 2018 hebben de verkiezingen plaats voor de vernieuwing van de gemeenteraden, de stadsdistrictsraden en de provincieraden.
De gemeenteraden, stadsdistrictsraden en provincieraden, zowel als de uitvoerende organen, behouden hun volle bevoegdheid tot aan hun vernieuwing na de verkiezingen, maar het is een algemene regel van behoorlijk bestuur dat zij in het jaar van de verkiezingen de nodige voorzichtigheid in acht nemen.
Daarom verzoek ik de lokale en provinciale overheden om in het jaar van de verkiezingen en tot aan de installatie van de nieuwe raden met de nodige omzichtigheid op te treden en in extremis geen beslissingen te nemen die het beleid van de nieuwe raden of de toekomstige ontwikkeling van de financiën nodeloos zouden verstoren.
Daarnaast verzoek ik de lokale en provinciale overheden met aandrang om inzake het gebruik van de gemeentelijke en provinciale informatiebladen of andere publicaties uitgaande van het bestuur, de nodige kiesheid aan de dag te leggen. Daartoe behoort ook de elektronisch beschikbaar gestelde informatie.

Deze informatiekanalen hebben tot doel de bevolking op een neutrale en objectieve wijze te informeren over de organisatie en de werking van de diensten en over de gemeentelijke of provinciale activiteiten. Het zijn officiële publicaties van de overheid en niet van een zittende meerderheid. Het gemeentelijk of provinciaal infoblad – of enige andere publicatie verspreid met financiële of andere middelen van de gemeente of provincie – mag dan ook niet politiek gekleurd zijn.
Een verstandig bestuur legt zichzelf ter zake uit eigen beweging strenge regels op. Een deontologisch correcte houding is bepalend voor het imago van het bestuur, zijn mandatarissen en voor de overheid in het algemeen.
In ieder geval is het niet mogelijk dat de leden van het college of van de deputatie in het jaar van de verkiezingen, en zelfs daarbuiten, langs die informatiekanalen op een systematische wijze hun verwezenlijkingen van de afgelopen bestuursperiode op een rijtje plaatsen. Dat lijkt mij geen onafhankelijke redactionele bijdrage. Bij officiële overheidsinformatie moet elke schijn van partijdigheid worden geweerd.
Ik verzoek de gouverneurs de datum van publicatie van deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad te vermelden in het bestuursmemoriaal.
Volledigheidshalve stuur ik aan alle gemeente-, OCMW- en provinciebesturen een afschrift van deze omzendbrief.
Liesbeth HOMANS

Wat de omzichtigheid inhoudt, wordt niet verder gedefinieerd.
De timing van de omzendbrief is volgens sommigen alvast opmerkelijk. Wat de consequenties ervan zijn naar een belangrijk dossier met de nodige impact als gemeente-OCMW integratie blijft immers onduidelijk.

Reacties uitgeschakeld voor Plaats- en tijdonafhankelijk werken (PTOW) neemt toe bij Vlaamse Overheid

Plaats- en tijdonafhankelijk werken (PTOW) neemt toe bij Vlaamse Overheid

Door | 4 oktober 2017 | Nieuws

Bron: Parlementaire vraag, antwoord: 4/10/2017

    • Ongeveer 70% van de personeelsleden die onder het toepassingsgebied Sectoraal Akkoord vallen, komt in aanmerking voor PTOW. Dit komt overeen met 17.420 personeelsleden. Van de Vlaamse ambtenaren die in 2016 in aanmerking kwamen voor PTOW, heeft ongeveer 60% effectief aan PTOW gedaan.

Op het niveau van de Vlaamse overheid is er echter onmiskenbaar een stijgende tendens waar te nemen. Daar waar in 2012 24% van de personeelsleden af en toe (1-29 dagen) en 9% regelmatig (30 dagen of meer) aan plaatsonafhankelijk werken
deed, is dit in 2016 gestegen tot respectievelijk 33,9% (of 6.415 personeelsleden) en 25,9% (of 4.909 personeelsleden).

Reacties uitgeschakeld voor Meld je elke laatste werkdag van de maand ziek

Meld je elke laatste werkdag van de maand ziek

Door | 1 oktober 2017 | Nieuws

Schooldirecteurs roepen collega’s op tot opmerkelijke actie: “Meld je elke laatste werkdag van de maand ziek”

Bron: De Morgen, 28/09/2017

Een groep Vlaamse directeurs uit het basisonderwijs roept de collega’s op om zich vanaf vrijdag elke laatste werkdag van de maand ziek te melden. “We houden van onze job, maar de torenhoge werkdruk en gebrekkige ondersteuning zijn onleefbaar geworden”, zegt mede-initiatiefnemer Kristoff Dhont donderdag in Het Belang van Limburg.

De directeur van een basisschool voor buitengewoon onderwijs uit Aalst richtte samen met enkele Oost-Vlaamse collega’s de Facebookgroep ‘Directies basisonderwijs knappen af’ op. Vrijdag verwachten ze dat de actie in een twintigtal basisscholen gevolgd zal worden. “Op termijn hopen we dat ons voorbeeld in heel Vlaanderen wordt gevolgd, over alle koepels en instellingen heen.”

De Facebookgroep plant voorts elke laatste werkdag van de maand een mailoffensief naar Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.

De overkoepelende Organisatie Directeurs Vlaams Basisonderwijs (ODVB) steunt de oproep, maar de belangenverenigingen van de afzonderlijke doen dat niet. Daardoor “is het moeilijk te voorspellen hoeveel leden effectief thuis zullen blijven”, zegt ODVB-ondervoorzitter Joël Boussemaere.

“Ziekteverlof is een kostbaar goed dat niet misbruikt mag worden”, reageert Crevits. “Ik keur deze actie af en reken erop dat de verantwoordelijkheidszin van de betrokken directeurs de bovenhand krijgt. Ik zoek oplossingen in sociaal overleg.”

Vakbondsfront: “Onaanvaardbaar”

Het Gemeenschappelijk Vakbondsfront Onderwijs (GVO) reageert eveneens afkeurend op de oproep. “Ziektedagen gebruiken om actie te voeren is onaanvaardbaar”, klinkt het.

De onderwijsvakbonden COV, COC, ACOD-onderwijs en VSOA-onderwijs, samen het GVO, zegt begrip te hebben voor het ongeduld en de noden van de directeurs. “Directeurs basisonderwijs zijn manusjes-van-alles, ze hebben veel te weinig omkadering en veel te weinig kansen om echt de pedagogische directeur en personeelscoach te zijn die ze moeten zijn”, klinkt het.

Tegelijk wordt benadrukt dat van bij de start van de legislatuur aan Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) en haar coalitiepartners gevraagd werd om een oplossing te vinden voor het statuut en de werkvoorwaarden van de directies. In het kader van het loopbaandebat werd door de onderwijsvakbonden herhaaldelijk gevraagd om een werkgroep ‘Schoolleiderschap’ op te richten. Hoewel daar tot nu toe geen gevolg werd aangegeven, vindt het GVO het onaanvaardbaar om ziektedagen te gebruiken als actiemiddel.

“Voor de onderwijsvakbonden moeten de gesprekken in het kader van het loopbaandebat over het schoolleiderschap snel worden opgestart en leiden tot voelbare resultaten voor directies en lerarenteams”, luidt hun besluit.

Reacties uitgeschakeld voor Reeds 139 gemeenten zullen wijk-werken organiseren

Reeds 139 gemeenten zullen wijk-werken organiseren

Door | 1 oktober 2017 | Nieuws

Bron: Beslissingen Vlaamse Regering + Knack

29/09/17

(Belga) De Vlaamse regering heeft definitief het systeem van wijk-werken goedgekeurd. Dat moet het bestaande PWA-stelsel vervangen vanaf 2018. Met wijk-werken wil de regering bepaalde langdurig werklozen op weg helpen in hun traject naar werk.

Met de zesde staatshervorming kwam de werking van PWA’s (Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen) over naar Vlaanderen. Maar het bestaande PWA-systeem was aan hervorming toe. Vlaams minister van Werk Philippe Muyters werkte het nieuwe system van wijk-werken uit. Het gaat om een stelsel waarin werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt tijdelijk werkervaring kunnen opdoen in een laagdrempelige werkomgeving dicht bij huis. Wijk-werkers zullen een beperkt aantal uren (max. 60 uur/maand en 630 uur/jaar) kunnen presteren in een specifieke, toegankelijke werkomgeving. Het kan bijvoorbeeld gaan om het uitvoeren van klusjes bij mensen thuis zoals het gras afrijden, om het verzorgen van voor- en naschoolse kinderopvang, om het bedelen van maaltijden aan huis… De wijk-werkers krijgen daarvoor een kleine vergoeding van 4,10 euro per uur bovenop de werkloosheidsuitkering. Particulieren, gemeenten, scholen, OCMW’s of vzw’s die een beroep willen doen op wijk-werk, zullen hiervoor net als bij dienstencheques gebruikerscheques kunnen aankopen die voor particulieren fiscaal aftrekbaar zijn (30 procent). De basisprijs van de cheque is 5,95 euro, al krijgen de lokale besturen de mogelijkheid een hogere aanschafprijs te vragen die maximaal 7,45 euro per cheque mag zijn. Bedoeling is dat de betrokkenen binnen het jaar de volgende stap kunnen zetten in een traject naar werk. “Dat kan een stage zijn, een opleiding, een IBO (individuele beroepsopleiding, red.) of een van de andere instrumenten die we hebben”, aldus minister Muyters. Werkzoekenden voor wie blijkt dat de drempel alsnog te hoog is om de volgende stap te zetten, zullen terechtkunnen in de nieuwe werk-zorgtrajecten waar minister Muyters samen met zijn collega-ministers Jo Vandeurzen (Welzijn) en Liesbeth Homans (Sociale Economie) aan werkt. Om het nieuwe wijk-werken te organiseren, kunnen gemeenten samenwerkingsverbanden aangaan of de organisatie overlaten aan de VDAB. Intussen hebben 139 gemeenten aangegeven om zelf wijk-werk te zullen organiseren. Drie gemeenten hebben beslist de organisatie over te laten aan de VDAB. Het nieuwe systeem liep wat vertraging op, maar is nu volgens minister Muyters klaar voor de start in 2018.

Reacties uitgeschakeld voor ACOD protesteert tegen ‘afbraakbeleid’ Vlaamse regering in openbare sector

ACOD protesteert tegen ‘afbraakbeleid’ Vlaamse regering in openbare sector

Door | 25 september 2017 | Nieuws

Bron: De Standaard, 25 09 2017

Zowat 200 militanten van de socialistische vakbond ACOD hebben maandag aan het Vlaams Parlement geprotesteerd tegen het ‘afbraakbeleid’ van de Vlaamse regering in de openbare sector. De regering-Bourgeois krijgt van de socialistische vakbond een ‘rode kaart’.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois leest maandagnamiddag in het Vlaams Parlement de Septemberverklaring van zijn regering voor. Die verklaring bevat de krachtlijnen van het beleid en de begroting van de Vlaamse regeringsploeg.

Voor aanvang van de Septemberverklaring verzamelden zowat 200 militanten van de socialistische vakbond ACOD aan de gebouwen van het Vlaams Parlement. Ze voerden met symbolische rode kaarten actie tegen het beleid van de Vlaamse regering op het vlak van openbaar bestuur.

Met vier sectoren (Vlaamse overheidsdiensten, Onderwijs, Lokale en Regionale Besturen en Cultuur) protesteerde de vakbond tegen wat zij ‘het afbraakbeleid van de regering in de openbare sector’ noemen. De actievoerders riepen slogans als: ‘Besparingen neen, statutaire jobs ja, interimcontracten neen, uitbestedingen neen, openbare dienstverlening ja’.

Volgens de vakbond hebben de besparingen van de voorbije jaren een grote impact gehad op de openbare diensten in Vlaanderen. ‘Minder personeel, drastisch teruggeschroefde budgetten, de afbouw van loon- en arbeidsvoorwaarden en de toename van werkstress hebben grote gevolgen voor zowel het personeel van de betrokken openbare diensten als voor de burgers die gebruik willen maken van de dienstverlening. Hoe langer hoe meer wordt duidelijk dat de openbare diensten niet meer optimaal hun taken kunnen vervullen’, luidt de kritiek.

De actie kadert in de ACOD-campagne ‘Make openbare diensten great again’ in aanloop naar de reactiedag op 10 oktober 2017.

Reacties uitgeschakeld voor Aanpassingen aan audit lokale besturen

Aanpassingen aan audit lokale besturen

Door | 25 september 2017 | Nieuws

Vlaamse Regering, 22 09 2017
Naar aanleiding van het jaarlijks overleg met de auditcomités van de Vlaamse administratie en van de lokale besturen, beslist de Vlaamse Regering een aantal aanpassingen door te voeren om de invulling van de auditfunctie en de werking van de Vlaamse administratie en de lokale besturen rond organisatiebeheersing verder te optimaliseren. Het gaat onder andere om een aanpassing van de rapporteringslijnen van de auditopdrachten bij de Vlaamse administratie; het overgaan tot actieve openbaarheid van bestuur van de globale rapporten van thema-audits en het opvolgen van structurele aanbevelingen uit de globale rapporten bij de lokale besturen. Audit Vlaanderen zal samen met het departement Kanselarij en Bestuur een voorstel uitwerken voor de ondersteunende coördinerende werking in het kader van risicomanagement binnen de Vlaamse administratie. Er zal ook een bijkomend jaarlijks overleg plaatsvinden tussen Audit Vlaanderen en het politieke niveau.

 

http://www.vlaanderen.be/nl/vlaamse-regering/beslissingenvlaamseregering

Reacties uitgeschakeld voor 4000 minder Vlaamse ambtenaren in 2019

4000 minder Vlaamse ambtenaren in 2019

Door | 25 september 2017 | Nieuws

Uit de septemberverklaring van De Vlaamse Regering, 25 09 2017….

De toekomst van Vlaanderen vergt een efficiënte overheid. Want de kwaliteit van de overheid bepaalt mee onze concurrentiekracht. En  burgers en bedrijven hebben recht op een kwaliteitsvolle en slanke overheid die hun optimaal diensten verleent. In 2019 zullen er bij de Vlaamse Overheid 24 entiteiten en 4.000 ambtenaren minder zijn. Uiterlijk in de zomer van volgend jaar zullen alle raden van bestuur van Vlaamse instellingen aan het decreet Deugdelijk Bestuur voldoen. Dit betekent onder meer dat een derde van de bestuurders onafhankelijk zal zijn.

In het najaar dient minister Homans bij uw Parlement het ontwerpdecreet Lokaal Bestuur in, dat concrete stappen zet naar een slanke, efficiënte en daadkrachtige overheid. Het bevat onder meer strengere regels voor intergemeentelijke samenwerking. Door de beperking van het aantal bestuurders in de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, verdwijnen er ongeveer 1000 mandaten. Vanaf de volgende lokale bestuursperiode wordt ook het aantal provincieraadsleden gehalveerd

…..

Reacties uitgeschakeld voor Staking openbare diensten – 10 oktober: wat weten we al?

Staking openbare diensten – 10 oktober: wat weten we al?

Door | 22 september 2017 | Nieuws

VRT-nieuws, 21/09/2017
ACV Openbare Sector staakt niet mee op 10 oktober

De christelijke vakbond ACV Openbare Sector staakt niet mee op 10 oktober. Dat heeft de bond aangekondigd in een persbericht. De staking is een initiatief van de socialistische overheidsvakbond ACOD.

ACV Openbare Sector groepeert de verschillende afdelingen in de overheidssector. Het gaat dan concreet om de overheidsdiensten, De Lijn, de NMBS, het onderwijs, enzomeer.

De socialistische overheidsvakbond ACOD gaat dus wél actievoeren op 10 oktober, de dag dat premier Charles Michel (MR) zijn regeerverklaring aflegt. Met de nationale “reactiedag” willen ze protesteren tegen het regeringsbeleid. Volgens de vakbond gaat de regering met de hakbijl te werk in de openbare sector door te besparen op investeringen, pensioenen en budgetten.

Reacties uitgeschakeld voor Puurs stemt nu ook fusie met Sint-Amands

Puurs stemt nu ook fusie met Sint-Amands

Door | 19 september 2017 | Nieuws

Bron: De Standaard, 18/09/2017

In Puurs heeft de gemeenteraad maandagavond zoals verwacht de princiepsbeslissing goedgekeurd om tot een fusie met buurgemeente Sint-Amands over te gaan. 18 raadsleden stemden voor, 2 tegen (Vlaams Belang en Groen) en 3 N-VA’ers onthielden zich. Even voordien had de gemeenteraad van Sint-Amands (12 voor, 6 tegen) al zijn zegen gegeven.

Burgemeesters Koen Van den Heuvel (CD&V, Puurs) en Peter Van Hoeymissen (CD&V, Sint-Amands) bevestigden dit voorjaar hun intentie tot fuseren, nadat de plannen in de pers waren uitgelekt. Een studiebureau werkte de voorbije maanden nog een ‘fusierapport’ uit om op een objectieve manier te kunnen oordelen over de voor- en nadelen van een fusie. Daaruit bleek vooral het kleinere Sint-Amands (8.400 inwoners ten opzichte van de 17.200 van Puurs) op financieel vlak gebaat bij een fusie, maar ook de dienstverlening zou erop vooruitgaan.

In Puurs heeft CD&V een absolute meerderheid,waardoor weinigen twijfelden aan groen licht voor een fusie, maar in Sint-Amands leek coalitiepartner Lippelo Oppuurs Sint-Amands (LOS) mogelijk dwars te gaan liggen. Toch stemden twaalf gemeenteraadsleden er maandagavond voor een fusie. Zes stemden tegen en Koen Segers (Open VLD) was verontschuldigd. Schepen Frans Joos (LOS) verliet meteen na de stemming de zaal, en is nu niet langer schepen of gemeenteraadslid.

Wat later schaarde ook de gemeenteraad van Puurs zich nog achter de fusie. De fusie kan nu verder worden uitgewerkt en zal allicht in november voor definitieve goedkeuring opnieuw aan de beide gemeenteraden worden voorgelegd, inclusief de nog te bepalen naam van de fusiegemeente.

Financieel aangemoedigd

De gemeenten moeten zich voor het einde van het jaar achter een fusie scharen om van de Vlaamse regering een financiële aanmoediging te kunnen krijgen in de vorm van een schuldovername van maximaal 500 euro per inwoner en maximaal 20 miljoen euro in totaal.

De fusie moet dan in 2018 nog goedgekeurd worden in het Vlaams Parlement, om tegen 1 januari 2019 effectief te kunnen fuseren.

Volgens Koen Van den Heuvel ligt er nog ‘heel veel werk op tafel, maar het zal de inspanningen waard zijn. Het resultaat zal trouwens met zowat 26.000 inwoners nog steeds een gemeente op mensenmaat zijn, die dicht bij de burger staat.’

Lees ook: De Tijd, 13/07/2017
Fusies van gemeenten kunnen voordelen opleveren, maar de beloofde kostenbesparingen zijn vaak bescheiden of onbestaand. De afstand tussen burger en bestuur neemt toe, de kleinere partner vreest opgeslorpt te worden en een fusie kan maar lukken als er een politiek, administratief en maatschappelijk draagvlak is.

Reacties uitgeschakeld voor Michiel Trippas nieuwe diversiteitsambtenaar

Michiel Trippas nieuwe diversiteitsambtenaar

Door | 17 september 2017 | Nieuws

Bron: 13

De Vlaamse Regering stelt Michiel Trippas aan als nieuwe Vlaamse diversiteitsambtenaar. Trippas neemt de fakkel over van Alona Lyubayeva die eerder dit jaar in conflict kwam met Minister Homans en  ontslagen werd. Trippas was de voorbije maanden al waarnemend diversiteitsambtenaar. Hij werkt al drie jaar voor de Dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid.

Reacties uitgeschakeld voor Laat ons vooral het wetttelijk pensioen in ere herstellen.

Laat ons vooral het wetttelijk pensioen in ere herstellen.

Door | 17 september 2017 | Nieuws

Bron: De Standaard: 16/09/2017

JEF PACOLET, EXPERT SOCIALE ZEKERHEID KU LEUVEN

‘De sociale zekerheid is een fraai bouwsel. Stop dus met ze beetje bij beetje af te breken.’ Ditmaal komt die taal niet uit de mond van een vakbondsman. Aan het woord is Jef Pacolet, een van de meest gereputeerde specialisten sociale zekerheid, en fiscale en sociale fraude, die maandag met pensioen gaat.

‘Ik voel pure wanhoop rond de pensioenen’

LEUVEN‘Ik heb meer dan mijn best gedaan om de veel te lage gemiddelde pensioenleeftijd in ons land op te krikken.’ De bijna 66-jarige Jef Pacolet, hoofddocent en voorman van de afdeling Verzorgingsstaat en Wonen van het ­Onderzoeksinstituut voor Arbeid en ­Samenleving van de KU Leuven, gaat maandag met pensioen. Na een academische carrière van veertig jaar, toegespitst op sociale zekerheid en fraude.

Pacolet is niet van plan om daarna aan de zijlijn te gaan staan. Vanaf maandag is hij prof op emeritaat met opdracht. Hij maakt er geen geheim van wat hem drijft. Hij is een overtuigd ­believer van de sociale zekerheid.

U gaat met pensioen op een ­moment van grote verwarring over de hervorming van het Belgische pensioensysteem, een van de cruciale onderdelen van de sociale zekerheid.

Jef Pacolet: ‘Het geeft me het gevoel dat ik nog niet genoeg gedaan heb om te wijzen op het belang van een goed pensioensysteem. Ik krijg de indruk dat de overheid in grote verwarring is. Of misschien is het zelfs pure wanhoop.’

‘We hebben de voorbije decennia oudere werknemers veel te snel uit de arbeidsmarkt gestoten’

‘Bovendien stel ik vast dat – om het te lage wettelijke pensioen te verbeteren – almaar gewed wordt op het verkeerde paard, door de tweede pensioenpijler (aanvullend pensioen, red.) groter te maken. Dat moet nu ook helpen om het pensioen van de zelfstandigen te verbeteren, terwijl de omvang van de tweede pensioenpijler niet echt een succes is. De waarde van de pensioenfondsen in de tweede pijler blijft al jaren hangen rond vijf procent van het bruto binnenlands product. En dat is dan nog een goede spaarformule. Dat kun je van de groepsverzekering niet zeggen. Kijk naar de discussie over de rendementsgarantie van de aanvullende pensioenen uit groepsverzekering. Die waarborg is de voorbije jaren al een keer fors teruggeschroefd.’

‘Volgens mij is er geen weg naast. Aangezien de overheid in gebreke blijft om het wettelijke pensioen op peil te houden en nu ook de private pensioenvorming in gebreke blijft, is er geen andere optie meer dan terug te keren naar de herwaardering van de eerste pijler. Er zal extra bijgedragen moeten worden. Laat ons dat gebruiken om het wettelijk pensioen in ere te herstellen.’

Pleiten voor extra bijdragen: daarmee maakt u zich niet populair.

‘De tweede en de derde private pensioenpijler zijn ook niet gratis. Al die extra bijdragen om het wettelijk pensioen te vrijwaren, moeten niet onmiddellijk worden geïnd. De pensioneringsgolf van de babyboomers is wel op gang aan het ­komen. Maar de grootste rekeningen zijn voor de toekomst. Het is een illusie om te denken dat je tegelijk de loonlasten kunt drukken en de pensioenen betaalbaar kunt houden.’

Als het gaat over de pensioenen betaalbaar houden, spreekt men steevast over mensen langer laten werken.
‘Om het te lage wettelijke pensioen te verbeteren, wordt almaar op het verkeerde paard gewed: het aanvullend pensioen. Maar laat ons vooral het wettelijk pensioen in ere herstellen’

‘Daar sta ik wel achter. De kosten van de vergrijzing zullen tegen 2060 oplopen tot 15 procent van het bruto binnenlands product. Tegenover 11 procent vandaag. Door de pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar kunnen die bijkomende uitgaven gehalveerd worden.’

‘Daarbij komt nog dat de activiteitsgraad in ons land veel te laag ligt. We zijn de voorbije decennia bijzonder goed geweest in het veel te snel uitstoten van oudere werknemers uit de arbeidsmarkt.’

U hebt in het verleden niet onder stoelen of banken gestoken dat u twijfels hebt of de bedrijven het wel echt menen met langer werken?

‘Ik kan alleen maar vaststellen dat individuele bedrijven bijzonder creatief zijn in het vinden van telkens weer een nieuwe formule om oudere werknemers te dumpen. De bedrijven moeten meer voor hun verantwoordelijkheid worden gezet. Ze kopen zich momenteel wat te gemakkelijk vrij via brugpensioenregelingen.’

Het overleg over de pensioenhervorming tussen vakbonden, werkgevers en de overheid zit momenteel totaal vast door de ­tegenstellingen over wat een zwaar beroep is.

‘Ook in andere landen is de discussie over zware beroepen aan de orde. Het ­risico hier is dat iedereen vindt dat hij een zwaar beroep uitoefent. We zijn ons te snel aan het neerleggen bij de huidige arbeidsomstandigheden. In plaats van alle tijd en energie te stoppen in het oplijsten van de zware beroepen die in aanmerking komen voor minder lang werken, zou er veel meer aandacht moeten gaan naar het humaner en lichter maken van zwaar werk. Door de inzet van technologie, door de aanpak van stress op het werk, het vermijden van burn-outs en door veel meer aandacht te hebben voor veiligere en gezondere werkomstandigheden. Zodat mensen het veel langer volhouden.’

‘De discussie over arbeidsduurvermindering of de kortere werkweek mag daarbij ook niet uit de weg gegaan worden. Nu worden degenen die daarover beginnen, onmiddellijk weggehoond.’

U bent voorstander van veralgemeende ­arbeidsduurvermindering

‘Ja. In een almaar rijker wordende economie staat het in de sterren geschreven. Heel de bevolking wordt nu gevraagd om langer te werken. Om dat verteerbaar te maken, lijkt het me de moeite waard om tegelijk de werkweek te verkorten. Binnen redelijke limieten natuurlijk want niets is gratis.’

U legt zich ook al jaren toe op het becijferen van de omvang van de ondergrondse economie.

‘Ik wil achterhalen hoe we de verzorgingsstaat betaalbaar kunnen houden. Ik geef grif toe dat we in België veel belastingen betalen. Vandaar dat we er alles aan moeten doen om fiscale en sociale fraude maar ook ontwijking te bestrijden. Want daardoor is de rekening groot voor hen die wel blijven meebetalen om de verzorgingsstaat in stand te houden. Probleem is wel dat de overheid zelf via allerlei maatregelen de belastbare basis verkleint. België is daar kampioen in.’

De notionele-interestaftrek, een van die fiscale maatregelen, noemt u fiscale dumping.

‘Je kunt er toch niet omheen dat de overheid op die manier zelf de vennootschapsbelasting fors heeft uitgehold. Je vraagt je af waarom een land met een hoge schuld en een begrotingstekort zo zijn best blijft doen om de fiscale uitgaven te laten boomen.’

En u bestempelde de dienstencheques als cadeaubons.

‘Als ik aan een politicus vroeg naar het waarom voor zo’n maatregel, kreeg ik als antwoord dat het een manier was om fraude te ontmoedigen. Maar het gaat toch zeer ver als je daarvoor zelfs subsidies over hebt, zoals bij de dienstencheques.’

Is dat dan geen goede manier om al het poetswerk te verwitten?

‘De dienstencheques zijn zo’n succes dat ik me afvraag of de omvang van de huidige dienstenchequesector niet veel groter is dan het zwartwerkcircuit dat men daarmee wou verwitten. En gaan door de dienstencheques niet meer en meer mensen aan de slag in precaire jobs? Is het de bedoeling om Belgen die het zich kunnen veroorloven een poetshulp in huis te halen, fiscaal nog een keer te belonen?’

‘De overheid stopt veel tijd en energie – kijk naar de dienstencheques en al de maatregelen om de onlinewinkels ertoe aan te zetten naar België te komen – in het aantrekken van laagproductieve arbeid. Daarover kan ik niet laaiend enthousiast zijn, want het is een perverse industriepolitiek. Een economie is niet gebaat bij het stimuleren van laagproductieve arbeid en lage lonen. Maar floreert het beste als er ingezet wordt op hoogproductieve activiteiten.’

U aarzelde in het verleden niet om ons land een fiscaal luilekkerland te noemen.

‘Omdat uit studies bleek dat van heel wat mensen in ons land de financiële bijdrage aan de overheid – dankzij al de fiscale gunstmaatregelen – veel te laag ligt. En daarbij komt nog dat de meer gegoeden nog het meest profiteren van dergelijke gunstmaatregelen.’

U hebt het dan ook niet begrepen op de fiscale amnestieën?

‘Rechtvaardig is het niet. We hebben in een rapport ook duidelijk gemaakt dat het niet de goede manier is om belastingontduiking tegen te gaan. Het enige positieve aan de opeenvolgende amnestieën is dat ze gaandeweg strenger zijn geworden. En meer en meer krijgt iedereen ook de indruk dat vluchten geen zin meer heeft. Al vraag ik me wel af of het de fiscale amnestieën zijn die daartoe hebben geleid.’

‘Het zou me niet verwonderen als de bijdrage van academici zoals Pikkety, een paar ngo’s en van onderzoeksjournalisten ten minste even groot zou zijn. Door geregeld frappante voorbeelden van belastingontduiking aan de grote klok te hangen.’

‘De volgende stap is paal en perk stellen aan belastingontwijking. Hoe groot bijvoorbeeld is de wil en bereidheid van de overheid om belastingen ontwijkingsproof te maken? De huidige minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) wacht alvast met de abonnementstaks op effectenrekeningen een mooie test.’

‘Ik huiver wel voor kliklijnen en mysteryshoppers om ontduikingen of discriminatie aan het licht te brengen. Het ­creëert een maatschappij van wantrouwen. Terwijl de overheid zelf bijzonder goed weet of zou moeten weten waar zich de achterpoortjes bevinden.’

Vergt het ook geen cultuuromslag bij de Belgen?

‘Het is zoals de strijd tegen rijden ­onder invloed. Je moet de pakkans zeer groot maken en fraude voldoende hoog beboeten. Maar ook Bob-campagnes helpen en dus is er ook nood aan acties over de gevolgen van fraude, om ons een betere belastingsmoraliteit aan te praten.’

‘Ik heb de indruk dat de tolerantie in ons land tegenover fiscale fraude en ontwijking aan het dalen is. Kijk naar de strijd tegen het misdaadgeld en de bezorgdheid dat criminelen daardoor infiltreren in de gewone economie en de financiële wereld. Er is hoop ondank alles.’

‘Over een mentaliteitsverandering gesproken. Ik pleit maandag tijdens mijn emeritaatstoespraak voor de Lucas-optie: “Geef en u zal gegeven worden.” Het is in het belang van alle Belgen om mee te betalen, en om zo een hoogwaardige sociale zekerheid in stand te houden. Als je krenterig bent, dan moet je ook niet veel verwachten als je ziek wordt, werkloos bent of met pensioen gaat.’

Reacties uitgeschakeld voor Publieke leiders letten niet altijd op hun woorden. Of juist wel ?

Publieke leiders letten niet altijd op hun woorden. Of juist wel ?

Door | 15 september 2017 | Nieuws

15/09/2017

Met een dag verschil werden deze week twee publieke leiders aangepakt op hun woordgebruik.

Letten ze niet op hun woorden ?  Of is getwitter juist zeer overdacht ?

Bron: De Morgen, 15/09/2017

De Britse premier Theresa May heeft de Amerikaanse president Trump verweten “niet behulpzaam te zijn” met zijn reactie op de aanslag in de Londense metro.

Trumps suggestie dat de politie weet wie er achter de aanslag zit, vindt May “een beschuldiging die niet erg behulpzaam is”. May beklemtoonde dat politie en veiligheidsdiensten hard werken aan de zaak.

Letterlijk heeft Trump in een tweet geschreven dat de daders “zieke en demente mensen in het vizier van Scotland Yard” zijn. Daarmee impliceert hij dat de Britse inlichtingendiensten de aanslag mogelijk hadden kunnen voorkomen. Trump noemde de dader ook een “loser terrorist” en hij zei dat het beter is het internet af te sluiten om meer aanslagen te voorkomen.

 Bron: Twitter

Geen enkele mens, Belg, vluchteling, om het even wie, verdient taalgebruik als dit.

Jan Blommaert:
de taal die in politiek discours gebruikt wordt is geenszins neutraal noch waardevrij. Op de koop toe worden de inhoudelijke boodschappen nog eens vakkundig onder handen genomen door communicatietrainers, spindokters en reclamebureaus die hiervoor niet aarzelen een eigen taalgebruik te introduceren (‘langue de bois’) met een eigen semantiek en een eigen jargon.