Een mooi loon en een bedrijfswagen zijn voor bedienden geen reden om hun werkgever trouw te blijven. Wie goed verdient, vertrekt sneller.

Bedrijven die hun bedienden met geld en een bedrijfswagen aan zich proberen te binden, zijn eraan voor de moeite. Uit een onderzoek van Evy Rombaut (VUB) blijkt dat bedienden die meer verdienen net sneller van job zullen wisselen dan collega’s met een lager loon.

Rombaut bestudeerde de gegevens van 400.000 Belgische werknemers uit de databank van hr-dienstverlener SD Worx over zes jaar tijd. Zo kon ze vergelijken welke profielen hun bedrijf sneller verlieten dan anderen.

Voor arbeiders speelde loon een grote rol: wie meer verdient, wisselt minder snel van job. Maar bij de bedienden was dat verband omgekeerd. ‘Bedienden die veel verdienen, kennen hun waarde op de markt’, zegt Rombaut. ‘Zij zullen hun kansen dus elders grijpen. Vanaf een bepaald niveau van loon is salaris voor hoogopgeleiden ook niet meer zo belangrijk. Eens ze inkomenszekerheid hebben, zijn mensen meer bezig met zelfontplooiing en de inhoud van de job.’

Ook een bedrijfswagen is geen reden om te blijven, integendeel: wie er een krijgt, vertrekt sneller. Uit eerder onderzoek bleek al dat werknemers een bedrijfswagen niet zo hoog waarderen als nettoloon. ‘Bedrijfswagens zijn tegenwoordig ook zo ingeburgerd dat mensen erop rekenen er elders ook wel een te krijgen. Bovendien doen de mobiliteitsproblemen de waarde van zo’n wagen in de ogen van veel werknemers dalen.’

Lees het volledige artikel uit De Standaard

Reacties uitgeschakeld voor Studie ING: ‘Antwerpen en Brusselse gemeenten staan voor grootste uitdagingen’

Studie ING: ‘Antwerpen en Brusselse gemeenten staan voor grootste uitdagingen’

Door | 14 juli 2017 | Nieuws

Anderlecht is een van de gemeentes die voor grote uitdagingen staan, nu de vraag naar openbare dienstverlening stijgt, maar de gemeente-inkomsten dalen (© Damienne de Harlez)

Een groep van achttien gemeenten, met daarbij Antwerpen en verschillende belangrijke Brusselse gemeenten, staan voor de grootste uitdagingen omdat ze de voorbije jaren een sterke bevolkingsgroei hebben gekend, gecombineerd met een trage groei van de al lage inkomens onder hun bevolking. Dat blijkt uit een studie van ING België.

De bank start een reeks analyses over lokale besturen. Een eerste rapport gaat over de demografische uitdaging in het verleden en in de toekomst. ING bracht de Belgische steden en gemeenten onder in acht groepen, op basis van de (fiscale) inkomens van de bewoners in 2005, de groei van die inkomens, en de bevolkingstoename. In de groep van gemeenten die met de grootste uitdagingen kampen, zitten achttien gemeenten met samen 1,5 miljoen inwoners.

Tot de groep behoren onder meer Antwerpen en de Brusselse gemeenten Anderlecht, Brussel, Evere, Ganshoren, Jette, Koekelberg, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Jans-Molenbeek en Sint-Joost-ten-Node. De vraag naar openbare diensten is er groot, terwijl de beschikbare financiële middelen er schaarser geworden zijn. Bovendien wordt er ook een verslechtering vastgesteld van de sociaaleconomische omstandigheden in vergelijking met het nationale gemiddelde, klinkt het.

Aan de andere kant is er een groep van 164 gemeenten waar de problemen het minst dringend lijken. Het zijn plekken die al rijker waren dan de mediaangemeenten en waar de inkomens hoger werden in de voorbije jaren, terwijl de bevolkingsdruk er minder hoog was. In die groep zijn Vlaamse gemeenten sterk vertegenwoordigd, maar niet de grote steden. Onder meer Sint-Niklaas, Torhout en Waregem zitten in die groep gemeenten.

Reacties uitgeschakeld voor Publieke sector doet meer aan telewerk

Publieke sector doet meer aan telewerk

Door | 14 juli 2017 | Nieuws

Bron: Federaal Ministerie van Werk, Kris Peeters

VERDUBBELING AANTAL TELEWERKERS OP 8 JAAR TIJD

Verschillende financiële instellingen zetten in op telewerken. BNP Paribas Fortis wil zijn personeel tegen 2020 gemiddeld twee dagen per week thuis laten werken. Telewerken zit algemeen in de lift. In 2016 werkten 12,9 procent van de Belgische werknemers minstens één dag per maand van een andere locatie dan het werk.

Telewerken zit in de lift. In 2016 werkten 12,9% procent van de werknemers ofwel 586.000 werknemers minstens één dag per maand vanaf een andere locatie. In 2008 was dat maar 6,6% of 291.000 werknemers.

Telewerken en deconnectie

Telewerken kan dan wel de stress van het woon-werkverkeer verminderen, het risico bestaat dat het werk op die manier meer en meer het privéleven binnendringt.

Kris Peeters: “Ik ga werk maken van een recht op deconnectie, zoals dat in Frankrijk al bestaat. Tijd- en plaatsonafhankelijk werken vindt meer en meer ingang. Werknemers zijn steeds vaker geconnecteerd, ook buiten de normale kantooruren, waardoor de grens tussen werk en privéleven onder druk kan komen te staan. De bedoeling is niet om een absoluut recht op deconnectie in te voeren dat de werknemer dwingt om zich te deconnecteren, maar wel om het recht te geven de kwestie bespreekbaar te maken binnen een onderneming.”

Occasioneel telewerken

Naast structureel telewerk, voerde de wet werkbaar en wendbaar werk uit februari 2017 een kader in voor occasioneel telewerk. Kris Peeters: “Als je autopech hebt, naar de dokter moet, of als de loodgieter komt voor een herstelling, kan je met je werkgever afspreken dat je occasioneel thuiswerkt. Verlof kan je dan gebruiken voor échte vakantie.”

Het occasioneel telewerken moet telkens bij de werkgever worden aangevraagd. Dat moet binnen een redelijke termijn, die kort kan zijn bij overmacht. Als de werknemer bijvoorbeeld autopech heeft kan hij het occasioneel telewerk de ochtend zelf aanvragen.

Bijna een vierde van de hooggeschoolde loontrekkenden verricht thuiswerk

Meer en meer werknemers verrichten hun werk soms of gewoonlijk van thuis uit. Waar het percentage loontrekkenden dat soms of gewoonlijk thuis werkt in 1995 4,6% bedroeg, is dit aandeel 20 jaar later opgelopen tot 12,2%. Het gaat hier om alle loontrekkenden, met uitzondering van de leerkrachten. Wanneer ook de leerkrachten opgenomen worden, dan werkte in 2015 zelfs 16% van de loontrekkenden soms of gewoonlijk thuis.

Opvallend is dat het percentage thuiswerkers veel hoger ligt bij hooggeschoolden dan bij midden- en laaggeschoolden1. Ook de groei van thuiswerk is het sterkst bij hooggeschoolden. In 2015 werkte bijna een vierde van de hooggeschoolden gedeeltelijk of volledig thuis. Bij midden- en laaggeschoolden bedroeg dit percentage respectievelijk 5,1% en 2,9%.

Dat het percentage thuiswerkers veel hoger ligt bij hooggeschoolden dan bij midden- en laaggeschoolden heeft wellicht te maken met het soort werk dat verricht wordt. Bekijken we het percentage loontrekkenden dat regelmatig of occasioneel thuis werkt volgens beroepsgroep, dan zien we thuiswerk voornamelijk bij hogere functies. Bijna 44% van de managers werkt wel eens thuis. Bij intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen is dat 26,8%. Bij arbeiders is thuiswerk nagenoeg onbestaande. Dat heeft uiteraard veel met de aard van het uitgevoerde werk te maken, dat zich al dan niet leent om op afstand te worden uitgevoerd. Maar vermoedelijk speelt ook de graad van autonomie in de functie een rol.

Verder is het zo dat het percentage thuiswerk iets hoger ligt bij mannen dan bij vrouwen. Dit was reeds 20 jaar geleden het geval. In 2015 werkt 13,5% van de mannen soms of regelmatig thuis tegenover 10,7% van de vrouwen.

Een andere vaststelling is dat thuiswerk meer voorkomt in de publieke sector dan in de privésector. In 2015 werkte 14,8% van de loontrekkenden in de publieke sector soms of regelmatig van thuis uit tegenover 11,5% van de loontrekkenden in de privésector.

Opmerking: Bovenstaande gegevens zijn afkomstig van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK). In deze enquête wordt aan werkende personen gevraagd of ze tijdens de maand voorafgaand aan de enquête nooit, soms of gewoonlijk thuiswerk verricht hebben. De notie thuiswerk zoals hier beschreven, beperkt zich dus niet tot telewerk. De analyse heeft betrekking op alle loontrekkenden exclusief de leerkrachten.

(1) Onderwijsniveau: Laaggeschoolden zijn die personen die maximaal een diploma hebben van het lager secundair onderwijs. Middengeschoolden zijn personen die een diploma behaald hebben van het hoger secundair onderwijs, maar geen diploma van het hoger onderwijs. Hooggeschoolden hebben een diploma van het hoger onderwijs.

Reacties uitgeschakeld voor Vlaams personeelsstatuut (VPS): top- en middenkader wijzigt.

Vlaams personeelsstatuut (VPS): top- en middenkader wijzigt.

Door | 12 juli 2017 | Nieuws

7 juli 2017, Vlaamse Regering
De Vlaamse Regering wijzigt principieel het Vlaams personeelsstatuut, wat betreft het topkader en een maatregel voor het middenkader. Het gaat om het optimaliseren van de selectie- en evaluatieprocedure voor het topkader, en een wijziging aan de vacantverklaring in de selectieprocedure voor het middenkader. Daarnaast wordt een mobiliteitskrediet toegekend voor verplaatsingen aan titularissen van een management- en projectleidersfunctie van N-niveau. Het besluit wordt voor onderhandelingen voorgelegd aan de sociale partners en gaat daarna voor advies naar de Raad van State.

Reacties uitgeschakeld voor Bachelor in het human resources management: negatief advies.

Bachelor in het human resources management: negatief advies.

Door | 10 juli 2017 | Nieuws

Oordelen over macrodoelmatigheid nieuwe bacheloropleidingen
7 juli 2017, Vlaamse Regering
De Vlaamse Regering beslist een negatief oordeel te geven over de macrodoelmatigheid van de volgende nieuwe professioneel gerichte bacheloropleidingen: ‘bachelor in de orthopedagogie’ (Hogeschool West-Vlaanderen); ‘bachelor in de human resources’ (Hogeschool West-Vlaanderen); ‘bachelor in de houtconstructie’ (Thomas More Kempen); ‘bachelor in de oogzorg’ (Arteveldehogeschool); ‘bachelor in de human resources’ (Karel de Grote Hogeschool – Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen); ‘bachelor in de human resources’ (Hogeschool PXL); ‘bachelor in de human resources’ (Arteveldehogeschool); ‘bachelor in het human resources management’ (Odisee Brussel); ‘bachelor in het human resources management’ (UCL Limburg, Diepenbeek) en ‘bachelor in het human resources management’ (Thomas More Mechelen-Antwerpen). De macrodoelmatigheid van de door de Hogeschool West-Vlaanderen voorgestelde nieuwe professioneel gerichte bacheloropleiding ‘bachelor in digital design & development’ krijgt een positief oordeel, op de voorwaarde dat de opleiding ondergebracht wordt in het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie.