Archief september, 2018

Reacties uitgeschakeld voor Verliezen universiteiten hun wetenschappers ?

Verliezen universiteiten hun wetenschappers ?

Door | 26 september 2018 | Nieuws

Bron: VRT-nieuws, 25 09 2018  – Brigitte Vermeersch

Vlaamse universiteiten richten zich tot nieuwe regering: “Investeer, anders komt basiswerking in gedrang”

De vijf Vlaamse universiteiten trekken aan de alarmbel. Door de jarenlange besparingen dreigt hun basiswerking ernstig in het gedrang te komen, zo schrijven ze in een verkiezingsmemorandum voor de nieuwe regeringen.

“Wees wijs, investeer in grijs.” Dat is de titel van het verkiezingsmemorandum waarmee de 5 Vlaamse universiteiten samen naar de nieuwe regeringen trekken. In een hoogtechnologische samenleving, gesteund op kennis en onderzoek, rendeert het om in grijze hersencellen te investeren, legt de voorzitter van de Vlaamse Interuniversitaire Raad ( VLIR), Herman Van Goethem uit.

Als we niet opletten dan lopen de universiteiten straks het risico om zoals de bruggen en wegen wegens slecht onderhoud soms eens uit te vallen

De voorbije jaren kregen de Vlaamse universiteiten vooral met besparingen op hun werking te maken. Alleen al in 2018 werd zo 64 miljoen euro bespaard, staat in het memorandum. En door de systematische onderindexering van de afgelopen 10 jaar in de werkingstoelagen liepen de universiteiten bijna 300 miljoen euro mis.

Ook het groeiend aantal studenten werd jarenlang niet doorgerekend, zegt Herman Van Goethem, zodat er nu 15.000 studenten zijn waar de universiteiten geen geld voor krijgen.  En ook de investeringen voor gebouwen en infrastructuur dekken maar 22 procent van de noden.

“Als we niet opletten, dan lopen de universiteiten straks het risico om een beetje te zijn zoals de bruggen en wegen die wegens slecht onderhoud soms eens kunnen uitvallen”, merkt hij op. Daarom vragen de universiteiten aan de nieuwe Vlaamse regering minstens een verdubbeling van de huidige infrastructuurgelden.

Meer mogelijkheden om buitenlands toptalent aan te trekken

De vijf Vlaamse universiteiten vragen ook meer mogelijkheden om buitenlands toptalent aan te trekken en te verlonen. En hun verhuizing naar hier moet ook veel makkelijker kunnen, want nu is dat geen sinecure, zegt Van Goethem.

“Je hebt soms echt collega’s die we niet naar hier kunnen krijgen omdat we niet tijdig de procedure hebben kunnen afronden. En de procedure is ook loodzwaar waarbij de buitenlandse onderzoekers bij wijze van spreken ongeveer gelijk worden geschakeld met transitmigranten.”

Ook de strenge taalregeling moet soepeler. Wegens de beperkingen om in het Engels te doceren, moeten buitenlandse proffen die naar Vlaanderen komen Nederlands leren spreken op een hoog niveau, maar dat is moeilijk om te halen. En ook dit zet een rem om buitenlandse docenten naar hier te halen, zegt Van Goethem.

Door de pensioenhervorming lopen we  het risico op een braindrain waarbij de allerbesten niet meer naar de universiteit gaan

Om buitenlands talent, maar ook toppers in Vlaanderen te kunnen aantrekken willen de vijf Vlaamse universiteiten ook dat de huidige aantrekkelijke pensioenen voor professoren behouden blijven. De federale regering wil die met de pensioenhervorming verlagen. Maar volgens de universiteiten zal dat meebrengen dat toptalent niet meer voor een carrière aan de universiteit zal kiezen.

“Zeker in de richtingen exacte wetenschappen of de geneeskundige wetenschappen kunnen deze toppers elders een veel hoger loon krijgen”, zegt Herman Van Goethem. “Als je wil dat zij kiezen voor een wereld van onderzoek en onderwijs dan moet je echt wel zorgen dat je meer concurrentieel bent tegenover de private sector. Door de pensioenhervorming lopen we  het risico op een braindrain waarbij de allerbesten niet meer naar de universiteit gaan en dat zou heel erg zijn.”

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/25/vlaamse-universiteiten-vragen-dat-nieuwe-regering-dringend-opnie/

Reacties uitgeschakeld voor Personeelstekort bij Dienst Vreemdelingenzaken

Personeelstekort bij Dienst Vreemdelingenzaken

Door | 26 september 2018 | Nieuws

Bron: VRT-nieuws, 26/09/2018

“Werkdruk te hoog om de dossiers degelijk te kunnen onderzoeken”

Volgens ACV Openbare Diensten is er te weinig personeel op de dienst gezinshereniging. In 2015 steeg het aantal asielaanvragen. Indien de asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, kan hij of zij een vraag tot gezinshereniging indienen. Daar zijn strikte voorwaarden aan verbonden. Vanaf 2016 steeg het aantal aanvragen. “Er is niet genoeg personeel om die extra dossiers tijdig af te handelen”, zegt vakbondsafgevaardigde Luc Jacobs.

Eind 2015 – begin 2016 was er een piek van asielzoekers. De dienst vreemdelingenzaken (DVZ) kreeg toen tijdelijk extra personeel om de asieldossiers binnen redelijke termijnen te onderzoeken en af te handelen. Dat extra personeel is grotendeels weer weg. Maar daarna kwam de voorspelde stijging van aanvragen tot gezinshereniging. “Door het personeelstekort kunnen we niet garanderen dat die dossiers grondig onderzocht wordt”, zegt Luc Jacobs

Het personeel moet volgens de christelijke vakbond quota halen. Bovendien moeten de wettelijke termijnen gerespecteerd worden. In een dossier tot gezinshereniging moet binnen de 9 maanden een beslissing genomen worden. Als er binnen die termijn geen beoordeling komt, wordt het dossier automatisch goedgekeurd.

Volgens vakbondsafgevaardigde Luc Jacobs wordt door de te hoge werkdruk oppervlakkig geoordeeld. “Er zijn te veel dossiers voor te weinig personeelsleden. Met als gevolg dat de dossiers niet altijd ten gronde onderzocht worden. Wat toch wel spijtig is voor die mensen als ze dan hun aanvraag geweigerd zien.”

Volgens het weekblad Knack worden “zeker ook verblijfskaarten afgeleverd aan mensen die een schijnhuwelijk afgesloten hebben of zelfs gezocht worden in het buitenland”. Of dat klopt, kon VRTNWS niet bevestigd krijgen.

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/26/personeelstekort-bij-dienst-vreemdelingenzaken-volgens-acv-wer/

Reacties uitgeschakeld voor Antwerps OCMW privatiseert de schuldbemiddeling

Antwerps OCMW privatiseert de schuldbemiddeling

Door | 25 september 2018 | Nieuws

Bron: Het Laatste Nieuws, 21/09/2018

Donderdag aanstaande stemt de Antwerpse OCMW-raad over een proefproject dat de schuldbemiddeling van leefloontrekkers zou privatiseren. Als het ontwerpbesluit wordt goedgekeurd zal het OCMW “leefloonklanten doorverwijzen naar deurwaarders die de rol van erkende schuldbemiddelaar willen opnemen”.
De reden zou een tekort zijn aan OCMW-personeel met een certificaat voor schuldbemiddeling. Concreet zullen MyTrustO en Modero Plus, twee gerechtsdeurwaarderkantoren, gedurende een jaar elk 50 leefloontrekkers doorgestuurd krijgen.
Terwijl schuldbemiddeling bij het OCMW gratis is voor de leefloonklant, rekent MyTrustO in principe eenmalig 150 euro aan voor de inventarisatie van de schulden en het maken van een afbetalingsplan en nog eens 23,29 euro per maand. Maar tijdens de pilootfase is het gratis.
Modero noemt het een evidentie dat hun bemiddelende inspanningen gratis gebeuren. “Bemiddeling is een kerntaak van de gerechtsdeurwaarder bij schuldinvordering en voor deze inspanningen vragen we nooit apart geld”, zegt de woordvoerder van Modero. “Wij vinden het onze taak om onze verantwoordelijkheid te nemen om kostenefficiënter te werken en voor alle partijen de best mogelijke resultaten te halen.”
De VZW SAM, waar het Vlaams Centrum Schuldenlast recent is in opgegaan, maakt zich zorgen. “Ik denk dat er veel problemen mee zijn, omdat het gaat om een erg kwetsbare doelgroep, bij wie men nu de schuldbemiddeling en hulpverlening van elkaar gaat loskoppelen”, zegt Chris Truyens, inhoudelijk coördinator bij SAM. “Voor het proefproject is de schuldbemiddeling misschien gratis, maar wat daarna? Gaan leefloontrekkers binnenkort moeten betalen voor hulpverlening die normaal gratis is?“
Middenveldorganisaties vrezen dat dit past in de vermarkting van het sociaal werk in Antwerpen. “Met dit proefproject wordt de hulpverlening van het OCMW weer een beetje verder uitgekleed”, zegt OCMW-raadslid voor PVDA Lise Vandecasteele.
De woordvoerder van OCMW-schepen Duchateau ontkent dat er een strategie van privatisering achter zit. “Onze strategie is de best mogelijke hulpverlening zoeken voor de cliënten, waarbij de belangen van de hulpbehoevende belangrijker wordt geacht dan die van de hulpverlener.”
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, die vorig jaar aan de alarmbel trok over de wachtlijsten bij OCMW’s voor schuldhulpverlening, wil het proefproject een kans geven. “Er is op zich niks tegen om partners in te schakelen voor je dienstverlening. De evaluatiecriteria in het ontwerpbesluit stellen de juiste eisen.”

Reacties uitgeschakeld voor Crevits: “Extreme verantwoordingsdrang in onderwijs moet stoppen, dossiers mogen niet te dik zijn”

Crevits: “Extreme verantwoordingsdrang in onderwijs moet stoppen, dossiers mogen niet te dik zijn”

Door | 19 september 2018 | Nieuws

Bron: VRT-nieuws, Terzake

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) vindt dat scholen minder tijd moeten steken in het opstellen van dossiers en het verantwoorden van bepaalde maatregelen die ze nemen. “De extreme verantwoordingsdrift in het onderwijs moet stoppen. We moeten leraren vertrouwen dat hun begeleiding goed is”, zegt ze in “Terzake”.

Opvallend: leraren kunnen maar 60 tot 70 procent van hun werktijd besteden aan de zogenoemde kerntaken: lesgeven, lessen voorbereiden en vergaderingen. De rest van de tijd gaat naar administratie. “We wisten al dat dat het geval was, maar het is nog iets erger dan we dachten”, reageert Crevits in “Terzake” op Canvas.

“De administratieve belasting moet anders”, zo zegt de minister, die meteen een voorbeeld geeft. “Leerkrachten begeleiden leerlingen met zorgnoden. Als ik dan moet kiezen tussen een dik rapport over die begeleiding of de effectieve begeleiding, dan kies ik het laatste. Er wordt momenteel veel tijd gestoken in de verantwoording waarom leerkrachten bepaalde zaken doen.”

“Scholen vragen momenteel enorme verantwoordingsstukken aan leerkrachten, om zich te kunnen verantwoorden als er een procedure zou komen”

“We hebben duidelijk gezegd dat we vertrouwen geven aan de leerkrachten, dan moeten we er ook op vertrouwen dat de begeleiding die leerkrachten geven goed is”, zegt Crevits. “Scholen vragen momenteel enorme verantwoordingsstukken aan leerkrachten, om zich te kunnen verantwoorden als er een procedure zou komen. Maar de dossiers mogen echt niet te dik zijn.”

Het onderzoek naar de tijdsbesteding van leerkrachten kwam er door de discussie rond het loopbaanpact, dat de job van leraar aantrekkelijker moet maken. Daarover is al veel gesproken, maar een akkoord kwam nog niet uit de bus. “Daarvoor moet er een akkoord zijn tussen drie partijen, maar ik zou heel graag hebben dat het lukt voor de verkiezingen van volgend jaar.”

Minister van Onderwijs Crevits laat hiermee zien dat het ook om een cultuuromslag moet gaan in onderwijs. Zij ziet alvast hoe complex het aspect werkbelasting is waar het onderwijs voor staat. Met haar uitspraak doet ze alvast een eerste gedurfde stap naar actie.

Lees het volledig onderzoek

Reacties uitgeschakeld voor Gemiddelde voltijdse leerkracht werkt 41,5 u / week

Gemiddelde voltijdse leerkracht werkt 41,5 u / week

Door | 19 september 2018 | Nieuws

Bron: De standaard, 19/09/2018

Uit een grootschalig onderzoek naar de tijdsbesteding van de Vlaamse leerkrachten blijkt dat de gemiddelde, voltijds werkende leerkracht over een heel kalenderjaar 41 uur en 30 minuten per week werkt. Ongeveer twee derde van de tijd gaat naar lesgeven en lesvoorbereiding. ‘De tijd die wordt gestopt in administratief werk is voor mij te hoog,’ zegt minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).

Onder leiding van onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) werd door de Vlaamse overheid en de sociale partners een grootschalig onderzoek gestart naar de tijdsbesteding van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs. De bedoeling was om uit te zoeken hoelang leerkrachten werken en wat hun job precies inhoudt. Het gaat om bijna 9.600 participerende leerkrachten uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs.

‘Eén iets baart mij heel erg zorgen, de tijd die wordt gestopt in administratief werk is voor mij te hoog’, zegt Crevits. ‘We hebben als Vlaamse Overheid al ingrepen gedaan, maar er ligt ook een enorme taak bij de koepels en de scholen om dit aan te pakken.’ Er is volgens de minister ook nog werk aan de winkel als het aankomt op de tevredenheid van jonge leerkrachten.

Dagboek
De leerkrachten hielden een dagboek bij waarin ze hun activiteiten registreerden, zowel in school- als vakantieperiodes. Een voltijdse leerkracht blijkt over een heel kalenderjaar (inclusief schoolvakanties) 41 uur en 30 minuten te werken. Tijdens de lesweken bedraagt de werktijd van een voltijdse leerkracht basisonderwijs 49 uur en 30 minuten, dat van voltijdse leerkrachten in het secundair onderwijs 47 uur en 59 minuten. Uit het onderzoek blijkt dat 60 à 70 procent van de werktijd gaat naar lesgeven en lesvoorbereiding. De overige tijd gaat naar administratie, organisatie, beleidstaken en professioneel overleg.

De werkdag voor de meeste leerkrachten start tussen 8 en 8.30 uur. Om 15.30 uur is nog 3/4de van de leerkrachten aan de slag. Ook ’s avonds zijn leerkrachten actief: op elk moment is er ’s avonds tijdens de week tussen 19.30 uur en 21.30 uur minstens 30 procent aan het werk voor school. ‘Alles samen wordt 25 tot 30 procent van de werktijd gepresenteerd buiten de zogenaamde kantooruren’, concluderen de onderzoekers.

‘Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat een leerkracht veel meer doet dan enkel lesgeven’, zegt minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). ‘Dit uit zich in een veelheid aan taken én in een ruime inzet qua tijdsbesteding.’ Crevits wil met de resultaten aan de slag. ‘We kunnen nu verder gesprekken voeren met de sociale partners over de opdracht van de leraar.’

De Standaard deed een bevraging van een aantal leerkrachten, vóór de start van het onderzoek in januari. Hanne De Witte geeft Nederlands en geschiedenis en hield haar werktijd bij. In deze video deelt ze haar bevindingen.

Lees het volledig onderzoek

Reacties uitgeschakeld voor Akkoord bereikt over aanpak: Vlaams overheidspersoneel staakt vrijdag niet

Akkoord bereikt over aanpak: Vlaams overheidspersoneel staakt vrijdag niet

Door | 18 september 2018 | Nieuws

Bron: De Morgen, 18-09-18

Er zal vrijdag 21/09 niet gestaakt worden.
Op het informeel overleg tussen de vakbonden en Vlaams minister van Bestuurszaken Liesbeth Homans (N-VA) is een akkoord bereikt, klinkt het. Daardoor worden de huidige vakbondsacties stopgezet. Vrijdag 21/09 wordt er dus niet gestaakt bij de Vlaamse overheid.
“Alle acties worden nu inderdaad opgeschort”, zegt Ilse Remy van het ACV. De vakbonden staken vandaag tegen de uitholling van het ambtenarenstatuut door Homans. Volgende maandag was er aanvankelijk een groot overleg gepland tussen de bonden en minister Homans. “Dat gaat ook niet door”, zegt Remy. “Want aan dat overleg was een termijn van dertig dagen gekoppeld om het dossier op te lossen, maar dat is veel te kort. Het dossier zal nu eerst in werkgroepen verder worden behandeld.”

“De vakbonden hebben aangegeven meer tijd nodig te hebben om over de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden te overleggen. Er is afgesproken dat er wekelijks een werkgroep bijeenkomt. De eerste zal aanstaande maandag plaatsvinden.

Reacties uitgeschakeld voor Vlaamse ambtenaren plannen staking op 21 september

Vlaamse ambtenaren plannen staking op 21 september

Door | 12 september 2018 | Nieuws

door pvm | Bron: BELGA

De ambtenarenvakbonden bij de Vlaamse overheid plannen een staking op 21 september. Dat bevestigen ACV en VSOA maandag. Bij het onderwijs en De Lijn worden geen acties gehouden.

De bonden protesteren tegen de plannen van Vlaams minister van Bestuurszaken Liesbeth Homans (N-VA) met het ambtenarenstatuut.

De Vlaamse regering keurde eind juni op voorstel van Homans een principiële beslissing goed om Vlaamse ambtenaren bij ziekte nog dertig kalenderdagen lang hun volledige salaris uit te betalen. Daarna vallen ze terug op 65 procent. Bovendien worden de ontslagmogelijkheden voor statutairen uitgebreid.

Er zal maandag nog een stakingsaanzegging overgemaakt worden aan de minister, aldus Ilse Remy van de christelijke ACV Openbare Diensten. De actie zal gelden voor alle ambtenaren die onder het Vlaamse personeelsstatuut vallen. Het onderwijs en De Lijn horen daar niet bij.

Maandagochtend vond al een eerste van verschillende personeelsvergaderingen plaats. ‘Het zit heel hoog bij de personeelsleden. De actiebereid is groot. De mensen zeggen dat dit niet meer kan’, aldus Remy.

De socialistische vakbond ACOD heeft al een stakingsaanzegging lopen en voerde de voorbije weken al verschillende acties uit protest tegen de hervorming van het ambtenarenstatuut. Vorige maandag blokkeerde de vakbond nog verschillende sluizen op de binnenwateren in Vlaanderen. Ook de liberale VSOA zal de acties tegen de harmonisering van het personeelsstatuut ondersteunen.

Lees ook :http://werkenbijdeoverheid.be/ambtenaren-kunnen-gebruikte-ziektedagen-meer-overdragen-vakbond-boos/

Reacties uitgeschakeld voor Kaderwet bescherming persoonsgegevens (GDPR) in Belgisch Staatsblad

Kaderwet bescherming persoonsgegevens (GDPR) in Belgisch Staatsblad

Door | 6 september 2018 | Nieuws

Bron: VVSG 5-9-2018
​Op 5 september werd de Wet bescherming natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens gepubliceerd in het Staatsblad (inforumnr. 322888). De wet vormt de omzetting van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) en de specifieke Richtlijn gegevensbescherming politie en justitie en legt de beginselen inzake gegevensverwerking, de rechten en plichten van betrokkene en verwerkingsverantwoordelijke vast.

Verder worden de bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteiten (de Gegevensbeschermingsautoriteit en het Controleorgaan Politionele Informatie) verduidelijkt en wordt verduidelijkt onder welke omstandigheden een toetreding tot bestaande algemene machtigingen van Sectorale Comités mogelijk blijft.

Niet onbelangrijk is dat met ingang van 5 september ook de bestaande Privacywet van 8 december 1992 (inforumnr. 50479) wordt opgeheven. De bestaande regelgeving die nog verwijst naar de Privacywet, wordt geacht te verwijzen naar de nieuwe wet.

De VVSG kreeg de kans om een advies uit te brengen bij deze Kaderwet en deed dat samen met de werkgroep informatieveiligheid. Op 28 september stelt de VVSG een model van verwerkingsovereenkomst en een pocket over het thema voor.

Reacties uitgeschakeld voor 2% meer loon vanaf oktober 2018 door indexaanpassing

2% meer loon vanaf oktober 2018 door indexaanpassing

Door | 4 september 2018 | Nieuws

In de maand augustus is de spilindex bereikt, wat betekent dat ons salaris vanaf 1 oktober 2018 met 2% stijgt. De vergoedingen en toelagen stijgen ook op 1 oktober 2018 met 2%.

Wat

Je salaris en sommige vergoedingen en toelagen zijn gekoppeld aan de prijsevolutie van goederen en diensten die de gezinnen in België consumeren. Om de actuele waarde te kennen, moet je het bedrag daarom vermenigvuldigen met het huidige indexcijfer (zie tabel onder).

Principe

Elke maand wordt de waarde van een vaste korf van goederen en diensten bepaald. Deze waarde wordt uitgedrukt door het indexcijfer – ook wel de gezondheidsindex genoemd. De indexcijfers tonen dus de evolutie van de levensduurte voor de gezinnen.

Bereikt of overstijgt het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex, vermenigvuldigd met 0,98 (afgevlakte index) een bepaalde waarde (spilindex), dan worden de lonen en sociale uitkeringen automatisch verhoogd. Dit is de automatische indexering.

De spilindexcijfers werken dus als aanpassingsdrempels. Op voorhand wordt een spilindex vastgelegd. Bij het bereiken of overschrijden van de spilindex worden de lonen en sociale uitkeringen in de publieke sector verhoogd met 2%. In dit geval moeten de salarissen, vergoedingen en toelagen die voor indexatie in aanmerking komen verhoogd worden met een verhogingscoëfficiënt (indexcijfer) (zie tabel onder). Dit gebeurt altijd de 2e maand volgend op de overschrijding van de spilindex.

103,04 (= basis 2013) of 124,45 (= basis 2004) 01.07.2017 x 1,6734
105,10 (basis: 2013) 01.10.2018 1,7069
Reacties uitgeschakeld voor Rode pennenzak voor het eerste leerjaar

Rode pennenzak voor het eerste leerjaar

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Standaard, 4/09/2018
Heibel over rode pennenzakken in Brussel
In de pennenzak zat een schaar, scherper, gom, lijmstift, potlood, latje en een pen in vier kleuren. Foto: rr

De Brusselse schepen van Onderwijs Faouzia Hariche (PS) deelde rode pennenzakken uit aan leerlingen van het eerste leerjaar in het lager onderwijs. Oppositiepartij Ecolo verwijt de schepen dat ze verkiezingscampagne voert.

‘In de 18 jaar dat Faouzia Hariche schepen voor openbaar onderwijs is, is het de eerste keer dat kinderen dit soort cadeau krijgen’, zegt gemeenteraadslid Zoubida Jellab van Ecolo aan Bruzz. Volgens haar is het pure verkiezingspropaganda. Politici mogen sinds 14 juli geen cadeautjes meer uitdelen tijdens de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober.

De actie heeft volgens Hariche niets te maken met de verkiezingen, maar passen in het doel van het schepencollege om onderwijs zo betaalbaar mogelijk te houden. En het feit dat de pennenzakken rood zijn, de universele kleur van het socialisme, is toeval. Rood is volgens Hariche vooral één van de officiële stadskleuren van Brussel.

Enkel Franstalige scholen

Daarnaast is er ook kritiek op de schepen omdat geen enkele Nederlandstalige school pennenzakken kreeg, maar 22 van de 23 Franstalige scholen wel. De schepen verdedigt zich door te zeggen dat de pennenzakken al in juni besteld werden, op basis van het aantal inschrijvingen toen. ‘Daardoor krijgen een aantal scholen nu geen pennenzakken. Maar het Nederlandstalig onderwijs telt nu eenmaal minder leerlingen’, zegt ze aan Bruzz. Ze maakt zich sterk dat op termijn elke Brusselse leerling uit het eerste leerjaar zo’n pennenzak zal krijgen.

Reacties uitgeschakeld voor Gelijke kansen en excelleren in het gemeenschapsonderwijs

Gelijke kansen en excelleren in het gemeenschapsonderwijs

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Standaard, 04/09/2018

Topvrouw Gemeenschapsonderwijs: ‘Ik ontken niet dat er werk aan de winkel is’

Scholen van het vrij onderwijs slagen er beter in hun leerlingen te laten ­excelleren en hun sociale ­mobiliteit te bevorderen. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat ik verrast ben’, reageert Raymonde Verdyck, topvrouw van het GO!.

Scholen van het vrij onderwijs slagen er beter in hun leerlingen te laten ­excelleren en hun sociale ­mobiliteit te bevorderen. Dat blijkt uit onderzoek van Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL), op basis van de Pisa-resultaten van de Oeso. Voor Vlaanderen zien de onderzoekers dat 38 procent van de vrije scholen erin slaagt een hogere sociale mobiliteit te combineren met schoolse prestaties die beter zijn dan verwacht. In het ­officiële net lukt dat voor 12 procent van de scholen.

Had u deze resultaten verwacht?

‘Ik kan alleen maar zeggen dat ik verrast ben. Deze onderzoekers beschikken blijkbaar over vergelijkende gegevens, terwijl we de resultaten voor ons eigen net zelfs niet krijgen, ook al zijn we hiervoor vragende partij. Dat we beter scoren op sociale mobiliteit zegt immers iets over de prestaties van onze leerlingen.’

‘Het marktaandeel van het GO! klimt al jaren: ons aantal leerlingen stijgt sneller dan het aantal geboorten, dit heeft een duidelijke link met onze inzet op kwaliteit. Ik zal nooit tegenspreken dat er werk aan de winkel is, maar we scoren volgens de onderzoekers nog steeds beter op sociale mobiliteit als er binnen het eigen net gekeken wordt (dus zonder de schoolse prestaties mee te rekenen, red.).’

De onderzoekers stellen dat het gemeenschapsonderwijs een ander leerlingenprofiel zou aantrekken.

‘Dat klopt. We zien dat bij het GO! het aantal leerlingen met bepaalde SES-indicatoren ­(over ­hun sociaal-economische achtergrond, zoals opleidings­niveau en inkomen van de ouders, red.) hoog is. Maar het is bewezen dat gelijke kansen en ­excellentie elkaar niet uitsluiten. Als we willen excelleren, moeten we iedereen kansen geven. Het behoort tot onze missie om, ongeacht de achtergrond, voor alle leerlingen de hoogste leerwinst te realiseren.’

Dirk Van Damme, hoofd ­onderwijsdivisie van de Oeso, pleitte nochtans voor een beter kwaliteitsbeleid in het gemeenschapsonderwijs.

‘Kwaliteit is al veel langer dan vandaag een continu aandachtspunt bij ons. Dat vertaalt zich in onze driejaarlijkse begeleidingsplannen. We nemen de resultaten van het onderzoek daarbij ter harte. Zo behoren taal en ­lezen tot onze speerpunten.’

Reacties uitgeschakeld voor De Lijn verliest hooggeschoolde technici.

De Lijn verliest hooggeschoolde technici.

Door | 4 september 2018 | Nieuws

Bron: De Tijd, 04 09 2018

Door de geplande reorganisatie verlaten tal van ervaren ingenieurs de vervoersmaatschappij. Waarnemers maken zich zorgen over de veiligheid van trams en bussen.

Bij de bedienden van De Lijn zit de sfeer onder het vriespunt. Een tiental hooggeschoolde technici heeft het bedrijf de voorbije maanden verlaten. Het gaat onder meer om leidinggevenden voor techniek, infrastructuur, trams en sporen.

De uittocht is een gevolg van de grote reorganisatie bij de Vlaamse vervoersmaatschappij. Ze schaft haar dubbele hiërarchie met provinciale en thematische directies af en centraliseert haar diensten op de hoofdzetel in Mechelen. Daardoor wordt het aantal functies sterk herleid. Tegen 2020 wil De Lijn minstens 286 bediende- en managementjobs schrappen via natuurlijke uitstroom.

Heel wat bedienden moeten solliciteren voor hun eigen functie. Wie ernaast grijpt, in rang daalt of er gewoon genoeg van heeft, zoekt vaak een nieuwe job. Lang duurt die zoektocht niet. Bedrijven, zoals de spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel, schreeuwen om hooggeschoolde technische profielen. Het precieze aantal vertrekkers bij De Lijn is nog niet duidelijk, want de nieuwe functies zullen pas in november allemaal ingevuld zijn.

Rekruteren

De kennisvlucht die de vertrekkende ingenieurs veroorzaken, stelt het bedrijf al voor problemen. Bij gebrek aan echte bus- of tramopleidingen vergaarden jongere technici hun kennis de voorbije decennia op de werkvloer. Door de uittocht van experten moet De Lijn nu – ondanks de reorganisatie – extern technici rekruteren, vernam De Tijd.

Maar die externen zijn niet altijd vertrouwd met de specifieke spoortechniek. Dat bleek onlangs toen ingehuurde technici de bovenleidingen van de tram in Antwerpen controleerden. De test liep mis toen de tram op een stuk spoor zonder bovenleiding reed. Daarbij werd de peperdure controleapparatuur op het dak van de meettram vernield.

Volgens verkeersexpert Johan De Mol (UGent) komt zo de veiligheid in het gedrang. ‘Als ervaren mensen opstappen en worden vervangen door onervaren of onkundige technici, dan dreigt een probleem voor het onderhoud van het rollend materieel en van de infrastructuur’, zegt hij.

Ontkenning

De Lijn ontkent dat een leegloop gaande is. ‘Een vakbond die de cao niet heeft ondertekend (de socialistische ACOD, red.), stookt dat er een uitstroom is’, zegt woordvoerder Tom Van de Vreken. ‘De cijfers spreken dat tegen. Het verloop bij De Lijn bedraagt 3,6 procent. In vergelijking met andere bedrijven is dat laag.’

Van de Vreken beklemtoont dat het niet abnormaal is dat in een periode van reorganisatie sommigen een andere weg kiezen. ‘Als iemand vertrekt, zoeken we eerst intern oplossingen om dat vertrek op te vangen. Is dat op korte termijn niet mogelijk, dan huren we tijdelijk externe mensen in.’

Reacties uitgeschakeld voor Crevits wil evaluatie van leerkrachten herzien.

Crevits wil evaluatie van leerkrachten herzien.

Door | 2 september 2018 | Nieuws

  • Bron: eigen berichtgeving +  VRT-nieuws, 3/09/2018

De evaluatieprocedure binnen onderwijs is sinds 2007 een verplicht maar niet effectief gegeven. Er wordt veel over gesproken, vorming over gegeven, maar het blijft vaak hangen in veel regels en procedures en een vaak weinig pragmatische aanpak. In principe moeten alle leerkrachten om de 4 jaar geëvalueerd. Maar zelfs deze maximale termijn wordt vaak niet behaald.

En ook directies blijven zelf in de kou. Binnen het gemeentelijk onderwijs worden ze weinig geëvalueerd. Want waar evaluatie binnen de gemeentelijke overheid, ondertussen lang is ingeburgerd (tot en met decretale graden), blijft het in het gemeentelijk onderwijs niet te beantwoorden aan de noden van vandaag.

Volgens Chris De Meerleer, expert evaluatie overheid, zijn nieuwe leerkrachten en directies vaak méér dan vragende partij om feedback en ondersteuning te krijgen. “Evaluatie is een  eenvoudig gegeven dat echter binnen onderwijs nodeloos ingewikkeld is gemaakt. Nergens bij de overheid zijn de procedures immers zo star gemaakt, vaak een gevolg van te veel evenwichtsoefeningen.  Ook bij vakbonden groeit dit besef  stilaan.”

Crevits neemt dus méér dan een uitdaging op als ze dit wil herzien. Het gaat immers niet over het herzien van een procedure, maar een radicale cultuuromslag in het onderwijslandschap.

 

Meer geld voor kleuteronderwijs en een betere evaluatie van vastbenoemden: dit antwoordt Crevits op uw vragen

Een einde maken aan de historische onderfinanciering van het kleuteronderwijs, meer aandacht voor de evaluatie van vastbenoemde leerkrachten en de keuzemogelijkheid om de Nederlandse taalvaardigheid ook in het vak geschiedenis of bij een paper te beoordelen: dit had Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) te zeggen op uw vragen.

De “vaste benoeming” van leerkrachten

Verschillende vragen die binnenkwamen, gingen over de zogenoemde “vaste benoeming” van leerkrachten.  Van “Moet de vaste benoeming van leerkrachten niet afgeschaft worden om jonge leerkrachten meer kansen te geven?” tot “Waarom wordt de vaste benoeming niet vervangen door een contract van onbepaalde duur?”

“Het belangrijkste is dat de indruk niet ontstaat dat een vaste benoeming iets is voor de eeuwigheid, waar je sowieso nooit geëvalueerd wordt en nooit gesanctioneerd”, zei Crevits daarover. “Dinsdag gaan we samenzitten met de sociale partners om te kijken of we de evaluatieprocedure niet moeten bijsturen.”

Want daar loopt het volgens de minister vooral fout. “Elk schooljaar zijn er 30 tot 35 leerkrachten die ondanks het feit dat ze vastbenoemd zijn, ontslagen worden. Is dat veel, is dat weinig? Het zal wel weinig zijn. Maar wat we dan zien is dat een aantal van die ontslagprocedures toch vernietigd worden omdat er fouten zijn gemaakt. En als ik dan hoor dat leerkrachten niet weten door wie ze geëvalueerd worden, dat leerkrachten soms 10 jaar lang niet geëvalueerd worden en dan toch beschouwd worden als rotte appel in de groep… Dat kan ook niet. Het evalueren van leerkrachten moet deel uitmaken van het kwaliteitsbeleid van de school.”

Vaste benoeming blijft bestaan, maar evaluatie wordt belangrijker

Afschaffen van de vaste benoeming, is echter niet aan de orde. “We hebben bij het begin van de legislatuur gezegd dat we daar niet aan zouden raken. Maar er zijn wel studies geweest, o.a. van het Rekenhof, dat die benoeming niet het probleem is, maar wel de evaluatieprocedure. We moeten dus zorgen dat leraren correct en goed geëvalueerd worden, dat ze weten wie hen evalueert en dat er tijd is om bij te schaven als dat nodig is.”

De vaste benoeming blijft dus bestaan, maar evaluatie zal belangrijker worden. Crevits benadrukt ook dat die vaste benoeming al sneller gebeurt. “Met de sociale partners hebben we gezegd dat de 600 dagen die een leraar voor de klas moet staan om een tijdelijke vastheid van betrekking te krijgen, gereduceerd wordt tot 400 dagen.”

De minister benadrukte ook nog dat er deze legislatuur 3.000 extra leraren zijn die werk hebben in het onderwijs.

 

Reacties uitgeschakeld voor OCMW gaat op in gemeente. Unieke kans voor sterk lokaal sociaal werk

OCMW gaat op in gemeente. Unieke kans voor sterk lokaal sociaal werk

Door | 1 september 2018 | Nieuws

Bron: Sociaal Net, Jeroen Peeters, 

De sociaalwerkconferentie schoof vijf krachtlijnen naar voor die de identiteit van het sociaal werk bepalen. Inspireren die krachtlijnen de OCMW’s? Jeroen Peeters is duidelijk: meer dan ooit, nu OCMW’s inkantelen in de gemeenten.

SOCIAALWERKCONFERENTIE

De sociaalwerkconferentie van 24 mei 2018 debatteerde over de identiteit van het sociaal werk. Vijf krachtlijnen zijn bepalend: verbindend werken, nabij werken, politiserend werken, generalistisch werken en procesmatig werken.

“Sociaal werk is een breed werkterrein.”

Zo’n identiteitsbepaling is niet evident: sociaal werk is een breed werkterrein. Vanuit mijn ervaringen binnen het OCMW en overtuigd van de belangrijke rol die maatschappelijk werkers in de OCMW’s spelen, kroop ik in de pen. Ik was geboeid door de dynamiek van de conferentie, maar ben tegelijkertijd bezorgd over de vertaling ervan naar het werkterrein.

Ik wil vooral het prediken voor de eigen sociaalwerk-kerk overstijgen. Want het sociaal werk staat als beroepsgroep voor de belangrijke uitdaging om deze toekomstvisie waar te maken.

OCMW BIEDT MOGELIJKHEDEN

Sociaal werk binnen de OCMW’s biedt heel wat mogelijkheden. In elke gemeente is er een OCMW waar mensen terechtkunnen met hulpvragen. Sociaal werkers staan klaar om hen op alle mogelijke levensdomeinen te begeleiden.

“Troef is de verbinding met de leefwereld van cliënten.”

De potentiële rijkdom van het sociaal werk binnen een OCMW bestaat dan ook uit een unieke combinatie van eigen generalistisch sociaal werk en het zoeken van samenwerking met meer gespecialiseerde partners.

Belangrijke troef is de directe verbinding met de lokale context, dichtbij de leefwereld van cliënten.

POLITIEKE NABIJHEID

Tegelijk zijn OCMW-werkers actief binnen een politieke en ambtelijke context. Dat verhoogt de complexiteit van hun werk. Vooral de nabijheid van het politieke domein stelt hen voor uitdagingen.

“Toekennen van steun is geen nattevingerwerk.”

Zo is het een uniek gegeven dat politiek verkozen raadsleden oordelen over het al dan niet toekennen van steun. Dat mag geen subjectief nattevingerwerk zijn.

De basis van de beslissing is een sociaal onderzoek van de maatschappelijk werker. Dit sociaal onderzoek en verslag zijn onderworpen aan kwaliteitsvereisten. De samenwerking tussen lokaal bestuur en management is vastgelegd in een afsprakennota en personeels- en raadsleden werken vanuit een deontologische code.

ROL VAN DE SOCIAAL WERKER

Die objectivering moet uitmonden in een leefloon en steunverlening die optimaal afgestemd is op de individuele cliëntsituatie. De rol van de maatschappelijk werker als sociale professional is essentieel.

“Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus.”

Onderzoek toont aan dat deze sociale professional zich onderscheidt door vanuit een discretionaire ruimte de wetgeving toe te passen, rekening houden met de methodiek van sociaal werk. Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus die reproduceert, ongeacht de individuele context.De Wilde, M., e.a. (2016), 40 jaar OCMW en bijstand, Leuven, Acco.

POLITIEKE LUWTE

Alle OCMW’s hebben deze basisopdracht. Ze geven deze vorm en inhoud, afgestemd op de lokale context. Vanuit deze lokale beleidsruimte is het logisch dat er verschillen ontstaan.

“OCMW-raadsleden bouwden eigen expertise op.”

Historisch gezien bevond de werking van de sociale dienst van een OCMW zich in de politieke luwte. OCMW-raadsleden bouwden vanuit een stabiele basis expertise op. Debatten in de OCMW-raad of het bijzonder comité (dat beslist over individuele dossiers van OCMW-cliënten) werden vaak gevoerd vanuit een breed ideologisch debat, minder vanuit een louter partijpolitieke invalshoek.

VERANDERINGEN DECREET LOKAAL BESTUUR

Het Decreet Lokaal Bestuur brengt daar verandering in. Met dit decreet heeft de Vlaamse Regering de ambitie om sterk geïntegreerd sociaal beleid te realiseren. Via een conceptnota werkte ze verder uit hoe ze die integratie wil realiseren.

Zo moet het decreet de verkozen gemeenteraad versterken. Zij neemt de belangrijke beslissingen over het lokale beleid. Door OCMW- en gemeentelijke administraties samen te smelten, zijn er efficiëntiewinsten. Een grotere klantgerichtheid en laagdrempeligheid kunnen de sociale dienstverlening toegankelijker maken.

INKANTELING VAN OCMW

Concreet blijven er vanaf 1 januari 2019 wel twee rechtspersonen overeind: de gemeenten en het OCMW. Maar de OCMW-raad valt vanaf dan wel samen met de gemeenteraad. En het college van burgemeester en schepenen vervult de taken van het vast bureau, het dagelijks bestuur van het OCMW.

“OCMW-raad valt samen met gemeenteraad.”

Hierdoor wordt het uitstippelen van het sociaal beleid een opdracht voor de OCMW-raad, samengesteld uit dezelfde raadsleden als de gemeenteraad. Wel blijft er een apart comité sociale dienst bestaan waarin de individuele steuntoekenning zal gebeuren.

Het feit dat er vanaf 1 januari 2019 één algemeen directeur en één financieel directeur aan het hoofd staan van gemeente en OCMW, maakt de politieke en ambtelijke inkanteling compleet.

VELE VRAGEN

Vandaag zijn alle OCMW’s en gemeenten in transitie. De verhoudingen tussen beide worden hertekend. Daarbij duiken veel vragen op. Die hebben niet alleen te maken met structuren en functies, maar raken ook de identiteit van sociaal werk.

“Deze verandering raakt de identiteit van sociaal werk.”

Het Decreet Lokaal Bestuur spreekt over inkanteling. Kan het OCMW haar eigenheid behouden? Heeft zo’n inkanteling gevolgen voor het beroepsgeheim van sociale professionals?

Krijgen armoedebeleid en hulpverlening in de gemeenteraad een volwaardige plaats naast de electoraal meer interessante thema’s zoals de aanleg van de straat en het netjes verleggen van de scheve stoeptegel?

Hoe stemmen we deze verandering af op andere beleidsvernieuwingen zoals eerstelijnszones en het geïntegreerd breed onthaal?

UNIEKE KANS

De cruciale vraag is hoe we deze evoluties aanwenden om sociaal werk binnen het OCMW te versterken. Deze evoluties zijn niet alleen een bedreiging, maar vooral ook een kans. Want er was nog nooit zo veel aandacht voor lokaal sociaal werk.

“Lokaal beleid is per definitie sociaal beleid.”

Het Decreet Lokaal Bestuur blijft de expertise en bestaffing van de sociale dienst waarborgen. De maatschappelijk werker blijft een erkende beroepsgroep. Het geïntegreerd breed onthaal vertrekt vanuit de cliënt en tracht eindelijk los te komen van structuren. En het regeerakkoordvan de Vlaamse Regering 2014-2019 erkende de lokale besturen (gemeente en OCMW) als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid.

Daarom is deze inkanteling van OCMW in gemeente een unieke kans voor de realisatie van een integraal hulpaanbod, gestuurd vanuit één administratieve en politieke organisatie. Bovendien schetst een ander decreet, het Decreet Lokaal Sociaal Beleid, heel duidelijk de rol die het lokaal beleid kan opnemen. Daardoor is lokaal beleid per definitie sociaal beleid.

VOLWASSEN DEBAT OVER VERSCHIL

De beoogde inkanteling biedt kansen voor een sterk lokaal sociaal werk. Voorwaarde is wel dat organisaties niet alle energie investeren in het zoeken naar de grootste gemene deler van gemeentelijke dienstverlening en lokaal sociaal werk.

Er moet voldoende aandacht blijven voor het verschil tussen beide. Zowel het afleveren van een paspoort als het uitkeren van een leefloon monden uit in een definieerbaar resultaat. Maar het afgelegde proces is fundamenteel anders.

“Er moet debat komen over het ‘waarom’.”

Er zullen nieuwe organisaties ontstaan die zowel hulpverlening als dienstverlening realiseren. Om het beste van twee werelden te krijgen, is een volwassen debat nodig over verschil en eigenheid. Over de discretionaire ruimte die nodig is om het DNA van verschillende disciplines tot zijn recht te laten komen.

Dit gaat in essentie ook over waarden die in zowel hulp- als dienstverlening aan bod komen. Naast het reorganiseren en het hertekenen van organogrammen, moet er ook een debat gevoerd worden over het ‘waarom’, over de vraag hoe de nieuwe organisatie omgaat met de diversiteit aan cliënten.

WELKE UITDAGING?

Weldra zitten lokale beleidsmakers samen rond de tafel bij het bepalen van een nieuw bestuursakkoord. Zij tekenen een nieuw integraal en sociaal lokaal beleid uit. Hier liggen kansen om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.

“Het is een kans om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.”

Het sociaal beleid zal niet meer in een aparte structuur bepaald worden. Raadsleden die veelal geen historiek hebben binnen de OCMW-context staan mee aan het roer. Debatten zullen gevoerd worden middenin een politieke realiteit.

OPDRACHT VOOR SOCIAAL WERK

De beroepsgroep van sociaal werk heeft hier een belangrijke opdracht. Ze staat voor de uitdaging om op ambtelijk en politiek niveau in debat te gaan. Ze moeten sleutelactoren die geen voorkennis hebben van dit sociaal werk aangespreken.

Mandatarissen moeten opgeleid worden, niet alleen op vlak van kennis, maar ook op vlak van methodieken, waarden, opdrachten en beroepsprofiel.

POLITISEREND WERKEN

Terecht schoof de sociaalwerkconferentie politiserend werken naar voor als een krachtlijn van sociaal werk. Dit betekent dat sociaal werkers mee de toegang tot rechten waarborgen en structurele factoren aankaarten die sociale rechtvaardigheid belemmeren. Op die manier beïnvloeden ze mee het beleid.

“De inzet is om politiserend werken te vrijwaren.”

De inzet is om op het werkterrein dat politiserend werken te vrijwaren en verder te versterken. Dit alles in een maatschappelijke context waarin publiek debat steeds meer verengd wordt tot oneliners, en gepolariseerde stellingnames.