Archief augustus, 2018

Reacties uitgeschakeld voor De taken van een omgevingsambtenaar

De taken van een omgevingsambtenaar

Door | 21 augustus 2018 | Nieuws

Bron: VVSG

1° De belangrijkste ‘exclusieve’ taak van een omgevingsambtenaar is het schrijven van het deskundig advies (‘verslag’) dat ter voorbereiding van de beslissingen van het college moet worden opgemaakt. Dit advies maakt vanzelfsprekend deel uit van het vergunningsdossier. Daarentegen is het niet verplicht het verslag op te nemen in de vergunningsbeslissing zelf. Handig is het wel, omdat zo eenvoudiger kan worden nagegaan of het advies van de omgevingsambtenaar afwijkt van de uiteindelijke beslissing van het college. Daarnaast kan enkel de gemeentelijke omgevingsambtenaar (en dus niet het college) het ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs afgeven bij de aanvraag van een planologisch attest.

 

2° Bovendien zijn er verschillende taken die logischerwijs aan de omgevingsambtenaar worden overgelaten, maar waar er ruimte is dat het college dit zelf doet. Het gaat daarbij niet om een delegatie van bevoegdheden van het college naar de omgevingsambtenaar, maar om een gedeelde bevoegdheid. Daarom is het belangrijk vooraf af te spreken wie deze taken uitvoert: het college of de omgevingsambtenaar. Het gaat om:

  • Ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring van een vergunningsaanvraag, verzoek tot bijstelling en opvraag ontbrekende gegevens;
  • Op basis van de screeningsnota een beslissing of de opmaak van een milieueffectenrapport noodzakelijk is;
  • Aanvragen van de adviezen aan de adviesinstanties;
  • Aanvraag van advies aan de provinciale of gewestelijke omgevingsvergunningscommissie en de deelname aan dit overleg;
  • Overleg met de nutsmaatschappijen als de vergunningsbeslissing lasten inhoudt met betrekking tot nutsvoorzieningen. Wij wijzen in dit verband ook op de ‘Code Nuts’ die de VVSG in samenwerking met de VRN opmaakte en tracht de hinder bij werken op het openbaar domein te beperken;
  • Organisatie van een openbaar onderzoek dat moet worden georganiseerd voor het permanent maken van een milieuvergunning die voor de duur van 20 jaar is afgeleverd. Andere openbare onderzoeken hoeven niet per se door de omgevingsambtenaar worden georganiseerd;
  • Opmaak van een gemeentelijk advies over aanvragen die worden behandeld door de gewestelijke of provinciale overheid;
  • Opmaak van advies bij beroepsprocedures, tenzij beroep is ingesteld door het college;
  • Aktename van meldingsplichtige handelingen of exploitaties;
  • Evaluaties of de voorwaarden van lopende milieuvergunningen moeten “bijgesteld” worden (“De bevoegde dienst van de gemeente” – art. 5.4.12 DABM).

 

3° Tot slot kan een omgevingsambtenaren andere taken opnemen, zonder dat er een expliciete decretale basis is. Zo zal visievorming rond ruimtelijke planning en milieubeleid vaak ook tot het takenpakket van een omgevingsambtenaar behoren. Sommige omgevingsambtenaren spelen ook een rol op het vlak van handhaving.

 

Opleidingsniveau en kwaliteitsvereisten van een omgevingsambtenaar

Om te kunnen worden aangewezen als omgevingsambtenaar legt het uitvoeringsbesluit bepaalde vereisten op naar opleidingsniveau en kwaliteit. Ze staan beschreven in art. 143  en 146 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

 

Art. 143. § 1. Om te kunnen worden aangewezen als gemeentelijke omgevingsambtenaar, moet een persoon voldoen aan elk van de volgende voorwaarden :

1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A of B;

2° beschikken over een relevante aantoonbare beroepservaring van minstens twee jaar.

  • 2. Onverminderd hoofdstuk 12 van het decreet van 25 april 2014 en in afwijking van paragraaf 1 kunnen personen die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau B, als gemeentelijke omgevingsambtenaar worden aangewezen op voorwaarde dat op de datum van goedkeuring van dit besluit de administratieve behandeling van aanvragen tot milieuvergunning, stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning een van hun hoofdtaken was.
  • 3. Onverminderd hoofdstuk 12 van het decreet van 25 april 2014 en in afwijking van paragraaf 1 kunnen personen die houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau C als gemeentelijke omgevingsambtenaar worden aangewezen op voorwaarde dat op de datum van goedkeuring van dit besluit de administratieve behandeling van aanvragen tot milieuvergunning, stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning gedurende minstens vijf jaar een van hun hoofdtaken was.

Art. 146.(1) De kwaliteitseisen waaruit voldoende kennis van de ruimtelijke ordening blijkt en waarover de aangestelde omgevingsambtenaar of omgevingsambtenaren gezamenlijk moeten beschikken, zijn :

1° cursussen stedenbouw, ruimtelijke ordening of ruimtelijke planning gevolgd hebben, wat aangetoond wordt met het betrokken master- of bachelordiploma, of;

2° een relevante beroepservaring inzake ruimtelijke ordening hebben van minstens twee jaar.

(2) De kwaliteitseisen waaruit voldoende kennis van het milieu blijkt en waarover de aangestelde omgevingsambtenaar of omgevingsambtenaren gezamenlijk moeten beschikken, zijn :

1° cursussen milieu gevolgd hebben, wat aangetoond wordt met het betrokken master- of bachelordiploma, of;

2° een relevante beroepservaring inzake milieu hebben van minstens twee jaar.

 

De gemeente moet er dus kort samengevat op letten dat:

  1. het individuele personeelslidhet juiste opleidingsniveau heeft (diploma dat toegang geeft tot het A- resp. het B-niveau ) én2 jaar relevante aantoonbare beroepservaring. Hierop gelden twee uitzonderingen:
  • Ook iemand zonder relevante aantoonbare beroepservaring kan worden aangewezen, op voorwaarde dat het iemand is met een diploma dat toegang geeft tot B niveau (dus niet A!) én die persoon op 27 november 2015 de administratieve behandeling van vergunningsaanvragen als hoofdtaak had. Deze eerste uitzondering geldt dus enkel voor de functie van omgevingsambtenaar die op het B-niveau wordt vastgesteld.
  • Ook iemand met een diploma dat toegang geeft tot niveau C kan worden aangewezen, als hij op 27 november 2015 reeds minstens 5 jaar de administratieve behandeling van vergunningsaanvragen als hoofdtaak had.
  1. onder de groepvan omgevingsambtenaren voldoende kwaliteit is wat blijkt uit een specifiek diploma (ruimtelijke ordening of milieu)of 2 jaar relevante beroepservaring.
    Aangezien de individuele personeelsleden sowieso 2 jaar relevante beroepservaring moeten hebben (zie artikel 143), doet dit laatste criterium er meestal niet toe, tenzij in de specifieke situaties, nl.  een stedenbouwkundige ambtenaar die automatisch omgevingsambtenaar wordt en op 23 februari 2017 niet over twee jaar werkervaring beschikt, of de omgevingsambtenaar die toepassing van art. 143 §2 zonder twee jaar relevante beroepservaring op het B niveau aangesteld en aangewezen werd. Dat men het in art. 143 § 2 (uitzondering voor wie op 27.11.2015 met vergunningverlening bezig was) slechts over niveau B heeft en niet over niveau A, is een vergetelheid; in elk geval heeft iemand met diploma niveau A zeker ook een diploma niveau B en komt dus ook in aanmerking voor deze uitzondering.

 

Via het schema dat te raadplegen is via deze linkkan worden achterhaald of een gemeente voldoende kennis in huis heeft om de omgevingsvergunning te kunnen behandelen.

 

Het gaat hier overigens om de minimaletoegangsvereisten die de Vlaamse overheid oplegt. Een gemeente kan hogere kwaliteitseisen stellen, bijv. met  strengere toegangsvereisten, wat betreft opleidingsniveau of werkervaring.
Daarnaast kan ze de kwaliteit ook garanderen met een extra grondige selectieprocedure,, zodat de beste kandidaat komt bovendrijven.