Archief maart, 2018

Reacties uitgeschakeld voor Jobbeurs werken bij de overheid – 2018 – Mechelen

Jobbeurs werken bij de overheid – 2018 – Mechelen

Door | 30 maart 2018 | Nieuws

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

U kan deelnemen als werkgever uit de sector overheid of onderwijs.

Voor méér info:  https://www.vdab.be/agenda/jobbeurs-voor-overheidsorganisaties/25042018

Reacties uitgeschakeld voor Verloning decretale graden: de motivering ?!

Verloning decretale graden: de motivering ?!

Door | 24 maart 2018 | Nieuws

Eigen berichtgeving, 21 maart 2018

30% loonsverhoging voor de algemeen directeur/financieel directeur

De regeling voor de nieuwe wedde van algemeen directeur/financieel beheerder is van rechtswege bepaald.

Dit gegeven maakt het op het eerste zicht gemakkelijk voor de lokale besturen. Toch is met de algemene verhoging van 30% geen rekening gehouden met de zwaarte van de functie in de lokale context.

Zo wordt de functie ook bepaald door de al dan niet aanwezigheid van een adjunct. In bepaalde gevallen laat het decreet toe dat de algemeen directeur 130% gaat verdienen van zijn/haar huidige wedde en de adjunct-directeur tot 129%. Het decreet heeft met andere woorden geen rekening gehouden met het gegeven dat één of twee functiehouder als decretale graad blijven.

Waar er geen ruimte is voor de autonomie van de gemeente bij de wedde van de algemeen directeur/financieel beheerder is ze er des te meer bij deze van de niet-gekozen functiehouder.

 

Onduidelijkheid voor de niet aangestelde algemeen of financieel directeur

Volgens artikel 589 van het decreet Lokaal Bestuur is het zo dat de persoon die uiteindelijk niet wordt aangesteld als algemeen of financieel directeur, met behoud van de aard van zijn dienstverband en geldelijke anciënniteit wordt aangesteld, hetzij als adjunct-algemeen of financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A bij de gemeente of de betreffende nevenbesturen van OCMW, autonoom gemeentebedrijf of OCMW-verenigingen.

Zowel Kurt De Loor , voorzitter OCMW Zottegem (SP-A), als de burgemeester van Izegem Bert Maertens (N-VA) formuleerden deze week ( 20 maart 2018) dan ook vragen en bedenkingen bij het gebrek aan duidelijk beleid rond de salarissen van de niet-gekozen algemeen en financieel directeur.

“Er bereiken ons verschillende signalen – ik hoor het toch heel vaak opduiken – dat sommige gemeenten, vooral om een grotere, moeilijkere procedure te vermijden en vooral ook uit schrik om mensen te demotiveren, dus om iedereen tevreden te houden, binnen de decretale graden, de ‘ambtelijke vrede’ willen afkopen. In die zin krijgen de algemeen of financieel directeur 130 procent van de wedde van de gemeentesecretaris/financieel beheerder, maar de anderen, de niet-gekozenen, krijgen als adjunct-algemeen directeur of als adjunct-financieel directeur 129 procent van de vorige wedde of net iets minder.”

“Minister, ik ga in op uw antwoord over de terugvalpositie voor de niet-gekozen algemeen en financieel directeur. Ik hoor u zeggen dat er een vrijheidsgraad is, dat er autonomie is bij de gemeenten, maar dat die natuurlijk geen vrijbrief is en dat die beginselen van behoorlijk bestuur moeten worden gehandhaafd. Ik versta u goed als u zegt dat u na een klacht eventueel de toetsing kunt maken aan die beginselen. Uiteraard.

U had het over het nieuwe salaris bij die passende functie. Als dat salaris voldoende gemotiveerd is, is er in principe geen probleem. Maar natuurlijk stelt zich dan de vraag: wat is een voldoende motivering? Want we kennen allemaal het systeem waarbij iemand wordt gecompenseerd voor iets waarvoor hij eigenlijk geen extra werk heeft. Als je dat goed motiveert, kun je dat altijd motiveren.”  (Bert Maertens)

De burgemeester van Izegem heeft met zijn parlementaire vraag dan ook de vinger op de wonde gelegd. In verschillende besturen laat het beleid de functieverdeling bovendien over aan de decretale graden zelf. Een keuze die niet alleen het risico op zowel loonspanning, als intermenselijke spanning vergroot, maar bovendien riskeert dat het geobjectiveerd personeelsbeleid waar lokale besturen hard aan hebben gewerkt in de top van de organisatie alvast is verstoord.

Lees ook: de verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

Reacties uitgeschakeld voor De verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

De verloning van de secretaris/financieel beheerder die geen directeur wordt

Door | 19 maart 2018 | Nieuws

Bron: Decreet Lokaal Bestuur: overgangsregeling decretale graden in 85 vragen en antwoorden

Kan de niet gekozen functiehouder een hoger salaris worden toegekend (passend A-niveau) ?
Overeenkomstig artikel 589 DLB worden de secretarissen en financieel beheerders die niet worden aangesteld als directeur, op persoonlijke titel aangesteld hetzij als adjunct-directeur hetzij in een passende functie van niveau A. Verder geldt dat hij/zij wordt aangesteld “met behoud van de salarisschaal die hij kreeg als secretaris [financieel beheerder], zolang het salaris op basis daarvan gunstiger is dan het salaris dat hij zou krijgen na de inschaling in de passende functie.”
Uitgangspunt is bijgevolg het behoud van de huidige salarisschaal die men geniet als secretaris of financieel beheerder, tenzij het salaris in de nieuwe functie gunstiger is. Een hoger salaris behoort in theorie bijgevolg tot de mogelijkheden, voor zover dit in het concrete geval kan worden verantwoord en gemotiveerd in het licht van de plaatselijke situatie en de invulling van de functie. Het komt aan de lokale autonomie van de gemeenteraden toe om de salarisschaal van de passende functie vast te stellen, binnen de grenzen van het Rechtspositiebesluit en rekening houdend met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (redelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel).

Welke salarisschaal kan aan de adjunct-algemeen directeur worden toegekend ?
Artikel 586, tweede lid DLB bepaalt dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- algemeen directeur vaststelt. Daarbij moet die salarisschaal wel lager blijven dan de salarisschaal die voor de algemeen directeur vastgesteld is. Dit komt overeen met de bepaling van het huidige Rechtspositiebesluit, nl. dat de gemeenteraad de salarisschaal van de adjunct- gemeentesecretaris vaststelt met als begrenzing dat deze lager moet blijven dan die voor de gemeentesecretaris. In de praktijk wordt aan de adjunct vaak een salaris toegekend uitgedrukt in een percentage van het salaris van de gemeentesecretaris.

Hoe kan een hoger salaris voor een adjunct-functie gemotiveerd worden ?
De waarborgregeling voorziet minimaal in het behoud van salaris voor de niet als directeur aangestelde functiehouder. In bepaalde gevallen zal ook de niet aangestelde functiehouder echter zijn/haar takenpakket uitgebreid zien, gezien de implementatie van het Decreet Lokaal Bestuur en de daarin opgenomen organieke integratie van gemeente en OCMW inclusief veranderingstraject.
MvT: “Wat de opdracht en het takenpakket van de adjunct-algemeen directeur betreft, worden er met dit ontwerp van decreet geen bijzonderheden vastgesteld. De organieke bepalingen die op dit ogenblik gelden voor de adjunct-gemeentesecretaris, werden integraal overgenomen. Omdat de adjunct de directeur bijstaat en vervangt bij afwezigheid of verhindering zal zijn takenpakket op dat vlak verruimen.”

 

Chris De Meerleer , expert decretale graden, stelt dat het niet eenvoudig is voor het beleid om in bovenstaande keuzes te maken. Om het zorgvuldigheidsbeginsel in de praktijk te hanteren ziet hij volgende stappen nodig:

-een duidelijke functieweging van de zogenaamde ‘adjunct-functie’

-een duidelijke keuze tussen tussen ‘adjunct’ en ‘A-niveau’

-een verantwoorde loonspanning tussen de functie van ‘directeur’, ‘adjunct-directeur’ en de verloning van de leden van het managementteam.

Reacties uitgeschakeld voor Lancering gemeente- en stadsmonitor

Lancering gemeente- en stadsmonitor

Door | 19 maart 2018 | Nieuws

Agentschap Binnenlands Bestuur, 19 maart 2018

Het Agentschap Binnenlands Bestuur en Statistiek Vlaanderen publiceren vandaag de gemeente- en stadsmonitor. Dit nieuw grootschalig onderzoek peilt onder andere naar de tevredenheid van burgers over hun lokale woon- en leefomgeving en naar hoe ze leven. Een van de voornaamste conclusies is dat een grote meerderheid van de burgers graag in zijn gemeente of stad woont en een hoge algemene tevredenheid ervaart. Toch zijn er nog heel wat knelpunten op weg naar de ideale woon- en leefomgeving. De tevredenheid van burgers verschilt bovendien sterk tussen de gemeenten. Hieronder een samenvatting van een aantal belangrijke bevindingen.

Woon- en leefomgeving

De gemeente- en stadsmonitor leert dat 79% van de inwoners tevreden is met de eigen buurt en 76% met de eigen gemeente. In veel gemeenten blijkt dat de kwaliteit van de publieke ruimte nog onvoldoende aansluit bij het beeld dat inwoners hebben van een aantrekkelijke woonomgeving. Vooral de staat van fiets- en voetpaden zijn een heikel punt voor veel inwoners. Slechts 1 op 2 inwoners is hierover tevreden.

Andere opmerkelijke bevindingen over woon- en leefomgeving:

  • Onaangepaste snelheid van het verkeer en zwerfvuil wekken bij de inwoners de meeste ergernis op. Bijna de helft van de inwoners geeft aan vaak last te hebben van onaangepaste snelheid in de buurt. Dit hangt ook nauw samen met lawaai van verkeer en sluipverkeer. Zwerfvuil is voor bijna 4 op 10 inwoners een buurtprobleem.
  • De woonomgeving kan voor veel inwoners ook nog een stuk verkeersveiliger. Slechts 1 op 2 inwoners vindt het veilig om te fietsen. Amper 1 op 3 vindt het veilig voor kinderen om zich te verplaatsen met de fiets of te voet.
  • De tevredenheid over voorzieningen in de Vlaamse steden en gemeenten is groot: 3 kwart van de inwoners is hierover tevreden.
  • 1 op 5 inwoners geeft aan binnen de 5 jaar te willen verhuizen. In de steden is dat 1 op 3. De levensfase, de positie op de woningmarkt, maar ook de eigen perceptie van de kwaliteit van de woonomgeving beïnvloeden deze verhuisintentie.

Welzijn en samenleven

Bij het welzijn van de inwoners is een tweedeling merkbaar tussen de centrumsteden en de andere steden en gemeenten. Er wonen meer mensen met betalingsmoeilijkheden in de steden, er worden meer kinderen in kansarme gezinnen geboren, het beschikbare inkomen is er lager en de werkloosheid is er merkelijk hoger. De participatiegraad voor culturele activiteiten en het aandeel inwoners dat zelf sport is wel hoger in de steden.

Andere opmerkelijke bevindingen over welzijn en samenleven:

  • Bijna 60% van de bevolking heeft veel contact met buurtbewoners. 2 op 3 vindt personen uit andere culturen sympathiek. In 13 steden is de openheid ten opzichte van andere culturen toegenomen. Een kwart van de Vlamingen vindt daarnaast ook dat er te veel mensen van andere culturen in zijn buurt of gemeente wonen. Hierbij zijn erg grote verschillen tussen de gemeenten.
  • Mensen voelen zich veiliger in de eigen buurt dan op andere plaatsen in de gemeente of stad. 4% voelt zich onveilig in de buurt of mijdt er plekken.
  • Het onveiligheidsgevoel in de steden is groter, maar het neemt wel af ten opzichte de voorgaande jaren.

Inwoners en hun bestuur

De bevraging van de gemeente- en stadsmonitor toont dat de mensen meer tevreden zijn over de informatie die ze krijgen van de gemeente of stad, dan over de inspanningen om hen te consulteren. Zo is 78% tevreden over de informatie over activiteiten in de gemeente. Minder dan de helft van de inwoners is echter tevreden over de inspanningen om bewoners te betrekken bij veranderingen en met de wijze waarop met vragen van burgers wordt omgesprongen.

Andere vaststellingen over de inwoners en hun bestuur:

  • Grotere tevredenheid over de dienstverlening in het algemeen (73%) dan over de digitale dienstverlening (65%). Grotere verschillen tussen de gemeenten wat betreft de tevredenheid over digitale dienstverlening. Grote tevredenheid over de loketvoorzieningen (77%). 28% van de contacten tussen burgers en overheid verlopen in de steden vandaag al uitsluitend digitaal maar dit varieert sterk.
  • Het vertrouwen in het lokale bestuur en de politie ligt merkelijk hoger dan in de federale en Vlaamse overheid. 35% van de inwoners heeft (zeer) veel vertrouwen in het gemeente- of stadsbestuur, 47% in de politie.
  • In weinig gemeenten (1 op 10) heeft ten minste de helft van de inwoners veel vertrouwen in het gemeente- of stadsbestuur.

Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving creëren is de uitdaging voor alle gemeenten. Er zijn gelijkaardige demografische uitdagingen: bevolkingsgroei, vergrijzing, dalende actieve populatie, toenemend aantal huishoudens. Maar de intensiteit van deze uitdagingen kan erg verschillen tussen de gemeenten. Socio-economisch zijn de verschillen tussen de gemeenten ook groter. Zeker de centrumsteden kennen een meer uitgesproken context. Ze produceren heel wat welvaart maar kennen ook grotere uitdagingen inzake armoede en achterstelling. Daarom moeten de resultaten voor elke gemeente vanuit de eigen context van die gemeente bekeken worden.

Een volledig overzicht van de rapporten op gemeentelijk of stedelijk niveau wordt vandaag gepubliceerd op www.gemeente-en-stadsmonitor.vlaanderen.be en op www.statistiekvlaanderen.be.

Reacties uitgeschakeld voor Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Ontwerp van decreet uitzendarbeid

Door | 14 maart 2018 | Nieuws

ONTWERP VAN DECREET, 08 /03/2018

DE VLAAMSE REGERING,

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

Na beraadslaging,

 

BESLUIT:

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding is ermee belast, in naam van de Vlaamse Regering, bij het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet in te dienen, waarvan de tekst volgt.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps­ en gewestaangelegenheid.

Art. 2. Dit decreet is van toepassing op de volgende Vlaamse overheidsdiensten: 1° de departementen;
2° de intern verzelfstandigde agentschappen;
3° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn;
4° de strategische adviesraden;
5° de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia;
6° de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, afgekort als “Raad GO!”;
7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, afgekort “De Watergroep”; 8° het Vlaams Fonds voor de Letteren;
9° de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal­ en Letterkunde.

Dit decreet is van toepassing op de volgende lokale besturen:
1° de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan afhangen;
2° de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare

instellingen en publiekrechtelijke agentschappen en verenigingen die ervan af-

hangen;

 

3° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
4° de openbare instellingen van de erkende erediensten zoals vermeld in het decreet van 7 mei 2004 betre ende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder:
1°uitzendarbeid: de tijdelijke arbeid uitgevoerd door een uitzendkracht in het

kader van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

  1. 2°  Vlaamse overheidsdienst: elk van de Vlaamse overheidsdiensten, vermeld in artikel 2, eerste lid;
  2. 3°  lokaal bestuur: elk bestuur van de lokale besturen, vermeld in artikel 2, tweede lid;
  3. 4°  de wet: de wet van 24 juli 1987 betre ende de tijdelijke arbeid, de uitzend­ arbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebrui- kers.

 

Vlaams Parlement

104 1515 (2017-2018) – Nr. 1

 

Hoofdstuk 2. Vormen van uitzendarbeid

Art. 4. De Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen kunnen een beroep doen op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen, vermeld in artikel 1, §1 tot en met §4, §6 en §7, van de wet:

  1. 1°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is geschorst;
  2. 2°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsover-eenkomst is beëindigd;
  3. 3°  tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loop-baanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kadervan het zorgkrediet;
  4. 4°  tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijdsuitoefent;
  5. 5°  een tijdelijke vermeerdering van werk;
  6. 6°  uitvoering van uitzonderlijk werk;
  7. 7°  in het kader van tewerkstellingstrajecten;
  8. 8°  voor artistieke prestaties of artistieke werken.

 

Hoofdstuk 3. Beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten

Art. 5. Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst is bevoegd om uitzendkrachten in dienst te nemen.

Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst of zijn gemachtigde brengt de re- presentatieve vakorganisaties vooraf op de hoogte van de indienstnemingen van uitzendkrachten.

Hoofdstuk 4. Beslissingskader binnen de lokale besturen

Art. 6. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° raad:

a) de gemeenteraad van een gemeente;
b) de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf;
c) de raad van bestuur van een autonoom gemeentelijk havenbedrijf;
d) de provincieraad van een provincie;
e) de raad van bestuur van een autonoom provinciebedrijf;
f) de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor maat-

schappelijk welzijn;
g) de algemene vergadering voor de publieke extern verzelfstandigde vereni-

gingen, vermeld in hoofdstuk I van titel VIII van het decreet van 19 decem- ber 2008 betre ende de organisatie van de openbare centra voor maat- schappelijk welzijn;

h) de raad van bestuur van een projectvereniging;
i) de algemene vergadering van een dienstverlenende en opdrachthoudende

vereniging;
j) de kerkraad van een kerkfabriek;
k) de bestuursraad van een kerkgemeente;
l) de bestuursraad van een israëlitische gemeente; m) de kerkfabriekraad van een orthodoxe kerkfabriek; n) het comité van een islamitische gemeenschap;

2° uitvoerend orgaan: het uitvoerend orgaan van de lokale besturen.

De raad bepaalt in welke gevallen uitzendarbeid mogelijk is binnen de krijtlijnen van dit decreet. De raad stelt hierover de nadere regels vast.

Het uitvoerend orgaan is bevoegd om, binnen deze regels, uitzendkrachten in dienst te nemen.

 

Vlaams Parlement

1515 (2017-2018) – Nr. 1 105 Het uitvoerend orgaan kan die bevoegdheid aan het hoofd van het personeel

toevertrouwen. Een subdelegatie van de voormelde bevoegdheid is niet mogelijk.

Het lokaal bestuur brengt in voorkomend geval de representatieve vakorganisa- ties vooraf op de hoogte van de gevraagde indienstnemingen van uitzendkrachten, ermee rekening houdend dat in sommige van de als lokale besturen omschreven instellingen geen syndicale vertegenwoordiging voorhanden is.

 

Hoofdstuk 5. Duur van de uitzendarbeid

Art. 7. Voor elke vorm van uitzendarbeid als vermeld in artikel 4, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de even- tuele verlengingen.

 

Hoofdstuk 6. Informatieverstrekking en monitoring

Art. 8. §1. In dit artikel wordt verstaan onder globale informatie over de uitzend- krachten:
1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd hebben; 2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten.

§2. Elke Vlaamse overheidsdienst bezorgt jaarlijks globale informatie over de uit- zendkrachten aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat daarover jaarlijks een rapport bezorgt aan de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie.

De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Regering en bezorgt jaarlijks een rapport aan het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest.

§3. Het lokaal bestuur bezorgt jaarlijks globale informatie over de uitzendkrachten aan het plaatselijke Hoog Overlegcomité.

Reacties uitgeschakeld voor Optimalisatie werking Vlaamse Overheid

Optimalisatie werking Vlaamse Overheid

Door | 9 maart 2018 | Nieuws

Bron: Vlaamse Ministerraad, 09 03 2018
Het Vlaams Regeerakkoord bevat verschillende engagementen voor een optimalisatie van de werking van de Vlaamse overheid. Die engagementen zijn verder uitgewerkt in de beleidsnota’s Algemeen Regeringsbeleid en Bestuurszaken. Na adviezen van de SERV, de Minaraad, de Vlaamse Woonraad, de SARO, de MORA, de SAR WGG, de SALV, de VLOR, de SAR CJSM, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en de Vereniging van Vlaamse Provincies, keurt de Vlaamse Regering nu opnieuw principieel het voorontwerp van Bestuursdecreet goed. Door de keuze voor het bundelen van verschillende bestuurlijke hervormingen in het groenboek ‘bestuur’ en het witboek ‘open en wendbare overheid’ coördineert dit decreet 12 bestaande bestuurlijke decreten. Het voorontwerp van decreet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Reacties uitgeschakeld voor Lessen Arabisch in het OCMW: een minister reageert

Lessen Arabisch in het OCMW: een minister reageert

Door | 7 maart 2018 | Nieuws

Bron: Nieuwsblad.be, 6 maart 2018 e.a.Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) beveelt een onderzoek naar de lessen Arabisch die het OCMW van Gistel organiseert voor de medewerkers. Ze wil ook weten of het in andere gemeenten gebeurt. “Ik verwerp dit initiatief, vanuit al mijn bevoegdheden en vanuit mezelf als persoon”, zei ze in het parlement na een vraag van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang).

Vrijwilligers, maatschappelijke werkers en politieagenten die in contact komen met nieuwe inwoners kunnen in het Sociaal Huis van Gistel een cursus Arabisch volgen. Het OCMW wil daarmee bij de eerste contacten het ijs breken en vertrouwen wekken.

Homans is naast minister van Binnenlands Bestuur ook minister van Inburgering en steunt het initiatief absoluut niet.  Het is daarbij nog maar eens duidelijk hoe de stoel van Binnenlands Bestuur en Inburgering zich niet makkelijk laat combineren.

“Het is niet verenigbaar met onze doelstellingen van integratie”. “Het is belangrijk dat nieuwkomers vanaf dag één in een taalbad Nederlands worden ondergedompeld. Als er mensen zijn die het Nederlands toch onvoldoende zouden beheersen, zijn er nog altijd andere manieren om daar mee om te gaan. Men kan bijvoorbeeld met pictogrammen werken, ik denk dat dat een veel betere manier is om de integratie te bevorderen.”

Homans geeft West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé daarom opdracht na te gaan wat het doel is van de lessen. De Vlaamse lokale overheden zijn immers verplicht het Nederlands als omgangstaal te hanteren. “Als blijkt dat er een onverenigbaarheid is met de taalwetgeving, zal ik onmiddellijk optreden”, aldus de minister. “Misschien gebeurt dit ook bij andere lokale besturen, dus ik heb ook de andere gouverneurs opdracht gegeven te controleren of er overtredingen plaatsvinden.”

Zie ook:

Reacties uitgeschakeld voor Over hulpverlening en de taalwetten (de case ‘Gistel’)

Over hulpverlening en de taalwetten (de case ‘Gistel’)

Door | 7 maart 2018 | Nieuws

Burgemeester Gistel over onderzoek Homans: “Heel veel gemeenschapsgeld en om wat te bewijzen?”

Bron: VRT-nieuws, 6 maart 2018

 Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) heeft een onderzoek bevolen naar de lessen Arabisch die het OCMW van de stad Gistel organiseert. “Ik verwerp dit initiatief”, klinkt het. Burgemeester Bart Halewyck (CD&V) van Gistel vindt dat “much ado about nothing”.

In Gistel kunnen vrijwilligers, stadsmedewerkers en sociaal assistenten een cursus basiswoorden Arabisch volgen om “het ijs te breken en gemakkelijker contact te leggen” met vluchtelingen in de gemeente.  “De cursiste zelf is iemand van Syrische afkomst die in Syrië lesgaf. Ze bood zich vrijwillig aan als soort return voor het feit dat ze hier mag blijven wonen”, zegt de burgemeester in “De wereld vandaag” op Radio 1.

Maar minister Homans is erg kritisch voor het initiatief. “Ik verwerp dit vanuit al mijn bevoegdheden en vanuit mezelf als persoon”, zei ze in het parlement na een vraag van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang).  “Het is niet verenigbaar met onze doelstellingen van integratie. Het is belangrijk dat nieuwkomers vanaf dag één in een taalbad Nederlands worden ondergedompeld.” Homans heeft daarom een onderzoek bevolen: alle provinciegouverneurs moeten nagaan of er ook elders dergelijke initiatieven zijn en of dit in overeenstemming is met de taalwetgeving.

De burgemeester van Gistel nuanceert de hele kwestie: “Wij gaan niet in tegen de taalwetgeving. Het is niet de bedoeling om een hoogstaande cursus Arabisch te geven. We gaan de mensen ook niet georganiseerd in het Arabisch aanspreken.” Meneer Halewyck wil naar eigen zeggen ook niet voorbijgaan aan het principe van integratie. “Het beste voorbeeld is de Syrische mevrouw die lesgeeft. Ze is anderhalf jaar in Gistel en ze praat beter Nederlands dan de gemiddelde Waal.”

De kwestie is dan ook “much ado about nothing”. “Maar da’s in het Engels dus ik ga het anders formuleren”, aldus een ironische burgemeester. “Het gaat om een storm in een glas water. “Ik kan mevrouw Homans niet verhinderen om haar onderzoek te doen. Maar daar zal weer heel veel gemeenschapsgeld naartoe gaan en om wat te bewijzen?

De Syrische lesgeefster spreekt na 1,5 jaar beter Nederlands dan de gemiddelde Waal

 

“Dat is een storm in een glas water”, zegt ze.  Volgens Cool ging het om een eenmalige lessenreeks van welgeteld acht uur voor medewerkers en vrijwilligers die in contact komen met anderstalige nieuwkomers. “Geïnteresseerden konden die cursus vrijwillig volgen om toch een paar woorden te kunnen spreken met nieuwkomers. Het spreekt vanzelf dat nieuwkomers in Gistel verplicht worden om Nederlands te leren. Ze hebben ook buddy’s die Nederlands met hen spreken.”

“De lessen Arabisch passen gewoon in de vormingsactiviteiten van ons lokaal dienstencentrum De Zonnewijzer. Die organiseert eens kooklessen, dan weer Franse lessen, nu waren dat lessen Arabisch.”

Bron: http://www.focus-wtv.be/nieuws/voorzitter-ocmw-gistel-storm-glas-water#

 

Het OCMW-beleid van Gistel

Wie zelf  moeite doet om de   de werking van het OCMW van Gistel te bekijken, merkt een actief OCMW. Daarbij is duidelijk dat het OCMW van Gistel een actief  beleid voert, zorg draagt voor diverse minderheidsgroepen en op integratie inzet.

Bron:

OCMW-RAAd- Gistel verslagen

 

Ook Kortrijk organiseert taallessen

“En waarom zouden de Kortrijkzanen geen Arabisch mogen leren, gratis dan nog, terwijl ze Russisch, Chinees, Oekraïns, Roemeens, Kazachstaans, Mongools, Zuid-Afrikaans, Babango, Likilaba, Sakalala, Bugatti, Lingati, Borribomba en andere Congolese negertalen aan de Hitek tegen woekerprijzen leren !” OCMW-voorzitter Kortrijk

Bron: Jarretel Kortrijk

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Tuchtprocedure statutair personeel lokaal bestuur

Tuchtprocedure statutair personeel lokaal bestuur

Door | 5 maart 2018 | Nieuws

Bron: Vlaamse Regering, 2/03/2018

De Vlaamse Regering keurt principieel het besluit goed met de tuchtprocedure voor het statutair personeel van het lokaal bestuur en dat de werking, de samenstelling en de vergoeding van de leden van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken vaststelt. Het besluit wordt voor onderhandelingen voorgelegd aan de sociale partners en gaat daarna voor advies naar de Raad van State.

 

Lees hier het nieuw besluit.

Reacties uitgeschakeld voor Decreet lokaal bestuur: praktische consequenties

Decreet lokaal bestuur: praktische consequenties

Door | 3 maart 2018 | Nieuws

Bron: VVSG

Het decreet lokaal bestuur krijgt definitief vorm en vanaf 2019 verandert het lokale bestuurlijke landschap grondig. De VVSG organiseert op zes plaatsen in Vlaanderen seminaries waar ze inzoomen op de praktische consequenties van het nieuwe decreet. VVSG doet  dit in drie verschillende formules, telkens inspelend op vragen van een specifieke doelgroep:

  • voor managementleden en beleidsmedewerkers ontleden we de nieuwe regelgeving tot op het technische niveau, onder het motto ‘praktisch aan de slag met het nieuwe decreet’ (telkens van 9.30 uur tot 13 uur);
  • voor politici focussen we op consequenties voor de politieke organisatie van het lokaal bestuur en de gewijzigde kieswetgeving (telkens van 18.30 uur tot 20.30 uur);
  • voor colleges is er de mogelijkheid om specifieke vragen over de plaatselijke invoering van het decreet in een adviesgesprek te overleggen (telkens tussen 13 uur en 18 uur); colleges mailen hun vragen en gewenste uurblok voor een adviesgesprek door naar mattie.jacobs@vvsg.be

 

Bekijk de informatie over programma en inschrijving hieronder per plaats en datum: