Archief mei, 2017

Reacties uitgeschakeld voor Breng meer diversiteit in de personeelssamenstelling van justitie en 14 andere voorstellen

Breng meer diversiteit in de personeelssamenstelling van justitie en 14 andere voorstellen

Door | 23 mei 2017 | Nieuws

23/05/2017
Bron: Op.Recht.Mechelen – De Redactie

 

Meer diversiteit in de personeelssamenstelling van justitie. Het is maar één van de 15 voorstellen uit het ‘Groenboek’ Justitie.

Een mooi initiatief dat alvast toont tot wat Justitie wel in staat is.

 

“Justitie moet bereid zijn om een einde te maken aan haar gebrekkige organisatie en aan een soms te autonoom denken en handelen.”
Zo staat het er in het “Groenboek: 15 voorstellen voor een betere justitie.”

Meer dan twee jaar, zijn al zo’n 1000 mensen uit de gehele keten van justitie met elkaar in gesprek gegaan. Men heeft mekaar bevraagd, uitgedaagd, soms de rug toe gekeerd (want “Zo erg kan het toch niet zijn bij justitie?”), maar uiteindelijk heeft men de moed getoond over het eigen gelijk heen te stappen en mekaar te vinden in een toekomst visie.

Twee jaar heeft dat geduurd en nu ligt er het eindresultaat: Het “Groenboek:15 voorstellen voor een betere justitie.”

Op 23 mei aanstaande werd het aangeboden aan de minister van justitie.

Justitie mag trots zijn op haar werk. Dit Groenboek is inderdaad uniek en baanbrekend en toont alvast aan dat het niet zo wereldvreemd is.

 

De 15 voorstellen op een rij

  • Ontwikkel een langetermijnvisie voor justitie als bijzondere maatschappelijke dienstverlening
  • Organiseer de rechterlijke orde op een efficiënte manier
  • Voorzie een jaarlijks onderzoeksbudget voor justitie
  • Verdedig de rechtsstaat
  • Creëer één rechtbank en één openbaar ministerie per provincie
  • Bouw stevige federale ondersteuningsdiensten voor justitie uit.
  • Los meer conflicten op buiten de rechtbank
  • Stimuleer in strafzaken meer echt herstel
  • Maak een integrale, multidisciplinaire aanpak van bepaalde daders mogelijk
  • Stem de werking van justitie af op de diversiteit van de samenleving
  • Breng meer diversiteit in de personeelssamenstelling van justitie
  • Richt een federaal bureau op voor klare, begrijpelijke, juridische taal
  • Creëer een omvattend, multidisciplinair onthaal in elke provinciale rechtbank
  • Kies voor een radicale digitalisering van procedures en rechtszorg
  • Zet een federaal kenniscentrum internationaal recht op poten
Reacties uitgeschakeld voor Wijziging Vlaams Personeelsstatuut: overheveling personeel provincies

Wijziging Vlaams Personeelsstatuut: overheveling personeel provincies

Door | 19 mei 2017 | Nieuws

Bron: mededelingen Vlaamse Regering, dd. 19/05/2017

Met het decreet van 18 november 2016 over de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies wil de Vlaamse Regering de taakstelling van de provincies aanscherpen. In de toekomst zullen de provincies niet langer taken of dienstverlening ontplooien op het vlak van de zogenaamde culturele en persoonsgebonden aangelegenheden. Dit betekent dat het personeel moet geïntegreerd worden in ofwel de diensten van de Vlaamse overheid ofwel de lokale besturen. In het kader van de afslanking van de provincies wijzigt de Vlaamse Regering daarom nu principieel het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006. Het bepaalt onder meer de inschalingsmodaliteiten voor de ongeveer 380 personeelsleden van de provincies die vanaf 1 januari 2018 overgeheveld worden naar de diensten van de Vlaamse overheid. Dit wijzigingsbesluit wordt nog geagendeerd voor onderhandelingen met de sociale partners, daarna wordt het advies ingewonnen van de Raad van State.

Reacties uitgeschakeld voor Werken in het onderwijs: boeiend maar vermoeiend

Werken in het onderwijs: boeiend maar vermoeiend

Door | 11 mei 2017 | Nieuws

Iets meer dan de helft van de personeelsleden in het onderwijs heeft in 2016 een werkbare job. Deze werkbaarheidsgraad ligt boven het globale cijfer voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Maar de laatste tien jaar daalde het aandeel onderwijspersoneel met werkbaar werk systematisch. Dat heeft vooral te maken met de toename van werkstressklachten en werk-privé-combinatieproblemen in de sector.

In 2007 kwam de onderwijssector zeer dicht tegen het streefdoel van een werkbaarheidsgraad van 60%. In 2007 achtte bijna 73% van de personeelsleden uit het onderwijs doorwerken in hun huidige job tot de pensioenleeftijd haalbaar. In 2016 is dit aandeel gedaald tot 50%. Tegelijkertijd blijkt ook de groep die vragende partij is voor aangepast werk (lichter werk, minder uren) om langer te kunnen werken, bijna verdubbeld: van 24% in 2007 naar 46% in 2016.

Ann Vermorgen, voorzitter SERV: “Zowat de helft van de leerkrachten plaatst vraagtekens bij de haalbaarheid van de recent verhoogde pensioenleeftijd. Dat plaatst de werkbaarheid en vooral het werkdruk- en stressprobleem met stip op de agenda van de onderwijssector. De nieuwe werkbaarheidsmonitor levert relevante cijfers voor zowel de Vlaamse Regering, als de koepels en onderwijsvakbonden voor de  lopende besprekingen over een loopbaanpact in de sector.”

Terugval van de werkbaarheidsgraad onderzocht

De terugval in werkbaarheid is vooral toe te schrijven aan psychische vermoeidheid. Die problematiek is op negen jaar tijd gevoelig toegenomen. Ook de werk-privébalans evolueerde negatief in het onderwijs.

Op het vlak van leermogelijkheden voor het personeel en werkbetrokkenheid of motivatie kan het onderwijs een positief rapport voorleggen. Voor deze werkbaarheidsdimensies haalt de sector veruit de meest gunstige scores op de Vlaamse arbeidsmarkt. De leermogelijkheden namen het afgelopen decennium toe. Voor werkbetrokkenheid ging recent wel een knipperlicht branden.

De ongunstige evolutie van de psychische vermoeidheid wijst in de richting van een toegenomen arbeidsbelasting in het onderwijs. Het aandeel personeelsleden dat aankijkt tegen een hoge werkdruk steeg in de afgelopen drie jaar tot 37%. Ook voor emotionele belasting merken we een toename van de groep in een problematische situatie naar 35%.

Evolutie van de werkbaarheidsgraad in de onderwijssector en op de Vlaamse arbeidsmarkt

Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Werknemers 2004-2016

Aandeel werknemers met werkbaarheidsknelpunten in de onderwijssector
Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Werknemers 2004-2016

Werkbaar werk doet langer werken

De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) benadrukken al vele jaren dat langer doorwerken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en jobs voldoende kwaliteitsvol zijn.

Sinds 2004 brengt de Stichting Innovatie & Arbeid, het onderzoekscentrum van de SERV, de werkbaarheid (in sectoren) op de Vlaamse arbeidsmarkt gedetailleerd in beeld. De Vlaamse Werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle informatie en onderzoeksresultaten vind je op http://www.werkbaarwerk.be.

Reacties uitgeschakeld voor Ambtenaren vaker ziek dan voorheen, maar niet meer dan in privé-sector

Ambtenaren vaker ziek dan voorheen, maar niet meer dan in privé-sector

Door | 11 mei 2017 | Nieuws

Bron: Belga,  11 mei 2017
 

Federale ambtenaren waren vorig jaar gemiddeld ruim zes op honderd werkdagen afwezig door ziekte, blijkt uit cijfers van de dienst medische expertise van de FOD Volksgezondheid. Dat is het hoogste peil in jaren. Ambtenaren worden steeds ouder en stress maakt hen steeds vaker ziek.

Voor alle duidelijkheid: ambtenaren zijn niet vaker ziek dan in de privésector. Daar ligt het ziekteverzuim op gelijkaardige niveaus. Wat wel zo is, en dat geldt ook voor de privésector: jaar na jaar stijgt het cijfer van het ziekteverzuim. ‘Met een percentage van 6,22 procent zit men op het hoogste niveau sinds men elf jaar geleden begon met het meten van het zieketeverzuim’, aldus Eduard De Decker, hoofd ziekteverzuim bij Medex. In 2015 lag het ziekteverzuim met 5,98 procent onder de zes op honderd dagen.

Het stijgend ziekteverzuim is een gevolg van het ouder wordend ambtenarenkorps. Hoe ouder men is, hoe langer ziek men is. Stress hakt er ook meer en meer in bij de ambtenaren. Uit de cijfers van 2016 blijkt dat één op drie ziektedagen het gevolg is van stress-gerelateerde aandoeningen. Een bijkomende reden voor het hoge cijfer vorig jaar is het sociaal conflict bij de Franstalige cipiers: heel wat ambtenaren meldden zich toen ziek.

Nog uit de cijfers blijkt dat de ambtenaren gemiddeld 2,1 keer per jaar ziek zijn en dat die afwezigheid gemiddeld 7,2 dagen duurt. Dat betekent dat ze gemiddeld vijftien dagen per jaar ziek zijn.

Supergemotiveerd

Hoe ouder de ambtenaren hoe langer ziek ze zijn. Met één uitzondering: er zijn ruim 500 federale ambtenaren ouder dan 65 jaar. ‘Hun ziekteverzuim is zo goed als onbestaand’, aldus De Decker. Om op die leeftijd nog aan de slag te zijn, moeten ze én supergemotiveerd zijn én een sterke gezondheid hebben, met amper ziektedagen tot gevolg.

Het ziekteverzuim ligt hoger bij ambtenaren zonder dan met een diploma. ‘Toegang tot medische zorg en zorgverstrekkers ligt hoger bij mensen met een diploma, met als gevolg een betere gezondheid’, klinkt het bij Medex.

Opvallend: het ziekteverzuim ligt bij contractuelen hoger dan bij statutairen. Contractuelen vindt men vaker bij de lagere niveaus van ambtenaren. ‘Het cliché dat statutaire ambtenaren misbruik maken van hun statuut klopt dus niet’, verduidelijkt De Decker.

Cliché

Een ander cliché klopt wel. Ambtenaren uit Wallonië zijn met een ziekteverzuim van 7,20 procent vaker ziek dan hun Brusselse (5,06 procent) en Vlaamse (5,64 procent) collega’s. Een uitleg heeft men daar niet voor bij Medex. Wel wordt verwezen naar een andere studie, waaruit blijkt dat de algemene gezondheidstoestand in Henegouwen lager ligt dan in de rest van het land. ‘Henegouwen is ook bij ons de provincie met het hoogste ziekteverzuim (7,8 procent), aldus nog De Decker.

Reacties uitgeschakeld voor Decreet uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen

Decreet uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen

Door | 5 mei 2017 | Nieuws

Bron: Vlaamse Regering, 05/05/2017
Op voorstel van viceminister-president Liesbeth Homans
De Vlaamse Regering stemde eind januari vorig jaar in met de conceptnota over uitzendarbeid en de daarin opgenomen krijtlijnen om de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen toe te laten een beroep te doen op uitzendarbeid. Op basis van de conceptnota en de uitgebrachte adviezen, en na onderhandelingen met de sociale partners, hecht ze nu opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet over de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen. Volgende elementen worden decretaal verankerd: de vormen van uitzendarbeid, de tijdsduur, het beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten en in de lokale besturen, en de controle op de naleving van de bepalingen uit het decreet. Het voorontwerp van decreet gaat nu voor advies naar de Raad van State.

1.Vormen van uitzendarbeid
De vormen van uitzendarbeid, die de overheidswerkgevers effectief zullen kunnen gebruiken, zijn de volgende:
– de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;
– de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
– de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet ;
– de tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijds uitoefent;
– de tijdelijke vermeerdering van het werk;
– het uitzonderlijk werk;
– tewerkstellingstrajecten;
– artistieke prestaties.
Aangezien het stelsel van de deeltijdse loopbaanonderbreking door de invoering van het zorgkrediet slechts in overgang van toepassing blijft, wordt bij dit motief ook de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet expliciet vermeld omdat dit in de plaats komt van de deeltijdse loopbaanonderbreking.

2. Tijdsduur van de uitzendarbeid
De tijdsduur en de maximumduur waarin de inschakeling van uitzendarbeid toegelaten is, wordt beperkt: omwille van de duidelijkheid wordt geopteerd voor een uniforme duurtijd van maximaal 6 maanden, éénmaal verlengbaar met maximaal 6 maanden voor de hierna vermelde vormen van uitzendarbeid:
1. de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
2. de tijdelijke vermeerdering van het werk;
3. uitzonderlijk werk.

3 Budgettaire weerslag:

Het is onbekend in welke mate de entiteiten (DVO en lokale besturen) gebruik zullen maken van het instrument uitzendarbeid (geen raming beschikbaar / mogelijk van aantal en duurtijd).
Het aantrekken van uitzendkrachten wordt gerealiseerd binnen de beschikbare middelen (werkingsmiddelen). Hieruit volgt dat dit geen impact zal hebben op de begroting van de Vlaamse overheid.

2. De gefactureerde kost (exclusief BTW) per uitzendkracht is ongeveer 1,75 keer de kost voor een contractueel personeelslid DVO of lokale besturen, maar
a. de kost van de BTW volgt uit een fiscale verplichting die eigen is aan het instrument; voor een aantal entiteiten is de 21% BTW een bijkomende kost, voor andere is de BTW aftrekbaar dus geen kost;
b. voor eigen personeel wordt de totale overheadkost vaak niet volledig in kaart gebracht , terwijl die door het uitzendkantoor wel gefactureerd wordt …bv:
– kost selectie en werving;
– kost personeelsadministratie
-kosten sociaal secretariaatsfunctie.

4. Personeelsbeleid

De conceptnota onderstreept een aantal voordelen met betrekking tot personeelsbeleid.
De nadelen die zijn aangegeven, worden echter niet vermeld.
In lokale besturen zal allicht een grondiger debat worden gevoerd.

Reacties uitgeschakeld voor Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: verlengstuk van het lokaal bestuur

Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: verlengstuk van het lokaal bestuur

Door | 5 mei 2017 | Nieuws

Bron: Vlaamse Regering, Rapport (inter)gemeentelijke participaties, 3 mei 2017

Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, die gemeenzaam “intercommunales” worden genoemd, zijn dus in essentie verlengstukken van het lokale bestuur, die ontstaan op basis van een beslissing van
minstens twee gemeenteraden, die daarmee te kennen geven dat zij welbepaalde taken die tot hun bevoegdheid behoren beter samen kunnen uitoefenen dan apart. Het DIS onderscheidt vier soorten intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waarin gemeenten kunnen deelnemen en die de gemeenten een palet bieden om hun onderlinge samenwerking al naargelang de behoefte vorm te geven:

I. De interlokale vereniging:
De interlokale vereniging is de lichtste vorm van intergemeentelijke samenwerking, gevormd door minstens twee gemeenten, zonder rechtspersoonlijkheid en zonder beheersoverdracht om een welbepaald project van gemeentelijk belang te verwezenlijken. Andere rechtspersonen van publiek recht en privaat recht kunnen hieraan deelnemen. Het gaat hier over een samenwerking op basis van een overeenkomst met een statutaire draagkracht. (cf. artikel 6 tot en met 9 van het DIS)
Op basis van de databank van de regioscreening1 zijn er ons op heden 154 interlokale verenigingen bekend. Er is geen bestuurlijk toezicht op interlokale verenigingen.
II. De projectvereniging
De projectvereniging is een publieke rechtspersoon die opgericht wordt voor een periode van ten hoogste zes jaar (verlengbaar) ingevolge de daartoe strekkende gemeenteraads- beslissingen. Zij worden opgericht voor een verlengbare periode van zes jaar voor de realisatie van een welomschreven project. De projectvereniging heeft als enige bestuursorgaan een raad van bestuur. (cf. artikel 13 tot en 24 van het DIS)
Op basis van de databank van de regioscreening en informatie uit het Belgisch Staatsblad zijn ons op heden 43 projectverenigingen bekend. Er is geen goedkeuringstoezicht op de oprichting van projectverenigingen.
III. De dienstverlenende vereniging (DV)
De dienstverlenende vereniging is een publieke rechtspersoon die opgericht wordt voor een periode van ten hoogste 18 jaar (verlengbaar) ingevolge daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen. De dienstverlenende vereniging heeft drie bestuursorganen namelijk een algemene vergadering, een raad van bestuur en een directiecomité. (cf. artikel 25 en volgende van het DIS)
IV. De opdrachthoudende vereniging (OV)
De opdrachthoudende is een publieke rechtspersoon die opgericht wordt voor een periode van ten hoogste 18 jaar (verlengbaar) ingevolge daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen. De opdrachthoudende vereniging heeft drie bestuursorganen namelijk een algemene vergadering, een raad van bestuur en een directiecomité.
Het verschil met de dienstverlenende vereniging is dat de deelnemende gemeenten overeenkomstig artikel 12 van het DIS een beheersoverdracht doen aan de OV.Onder beheersoverdracht wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van door hen genomen beslissingen in het kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de deelnemende gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren. (cf. artikel 25 en volgende van het DIS)