Archief april, 2017

Reacties uitgeschakeld voor Kinderbegeleider baby’s en peuters: kwalificaties

Kinderbegeleider baby’s en peuters: kwalificaties

Door | 28 april 2017 | Nieuws

Bron: Vlaamse Regering, 25/04/2017

Definitie:

De kinderbegeleider baby’s en peuters voedt de baby’s en peuters op, verzorgt hen en doet dit in samenwerking met ouders, collega’s en externen rekening houdend met de diversiteit in de samenleving teneinde baby’s en peuters in hun algemene ontwikkeling te stimuleren en de ouders als eerste opvoeders te ondersteunen.

Situering:

– De inhoud van deze beroepskwalificatie werd bepaald door VIVO (Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding) en Kind en Gezin. Deze twee hoofdindieners konden rekenen op meerdere mede-indieners die feedback leverden op het dossier (Vlaams Welzijnsverbond Brussel, SOM vzw – Federatie sociale ondernemingen, Gezinsbond, Landelijke Kinderopvang VZW, Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten, FELIES VZW, Solidariteit voor het Gezin vzw, UnieKO vzw – beroepsvereniging voor de zelfstandigen in de kinderopvang in Vlaanderen en Brussel, Kind en Preventie vzw, Zorgnet – Icuro, UNIZO, Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten). VDAB-studiedienst leverde de vacaturegegevens aan.

– Het uitgangspunt voor dit dossier en de basis waarop de basisactiviteiten voor het beroepskwalificatiedossier kinderbegeleider baby’s en peuters steunen zijn de 6 volgende clusters van competenties (advies Raadgevend Comité, 23 mei 2012): Kunnen opvoeden en verzorgen van kinderen, zowel individuele als een groep kinderen en hun ontwikkeling kunnen ondersteunen; Kunnen samenwerken met het gezin als partner in de opvoeding; Kunnen samenwerken met externen in functie van de opvang van het kind; Kunnen samenwerken met collega’s en de pedagogisch ondersteuner; Kunnen reflecteren over het pedagogisch handelen en op basis van deze reflectie het handelen kunnen verbeteren; Kunnen omgaan met diversiteit van kinderen, gezinnen, externen en collega’s.

– De kinderbegeleider baby’s en peuters heeft een deel van de competenties gemeenschappelijke met de kinderbegeleider schoolgaande kinderen, zoals de titels aangeven verschilt het toepassingsgebied van de twee beroepen. Beide beroepen zijn, gezien hun verwantschap, samengebracht in één beroepenstructuur.

Procedure:

  • –  Ingediend op 23 december 2016
  • –  Gevalideerd op 20 februari 2017
  • –  Ingeschaald op 10 maart 2017 (niveau 4)
  • –  Marginale toetsing op 16 maart 2017
  • –  Erkenningsadvies op (niveau 4)

Conclusie: niveau 4

Reacties uitgeschakeld voor Decreet wijk-werken

Decreet wijk-werken

Door | 28 april 2017 | Nieuws

  • Vlaamse Regering, 28 april 2017
  • Door de Bijzondere Wet van 6 januari 2014 rond de Zesde Staatshervorming zijn de gewesten bevoegd geworden voor het PWA-stelsel. Een aantal aspecten rond PWA zijn wel federale bevoegdheid gebleven. Het Vlaamse Gewest wil nu een nieuwe invulling geven aan het PWA-stelsel, onder de nieuwe naam ‘Wijk-werken’. Wijk-werken wil werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt werkervaring laten opdoen, minstens gericht op het behoud van reeds verworven competenties. Dit gebeurt door het uitvoeren van maatschappelijk relevante activiteiten binnen een reële arbeidsmarktomgeving door middel van werkplekken op lokaal niveau. De Vlaamse Regering keurt nu principieel het voorontwerp van decreet goed met de algemene principes van Wijk-werken. Over dit voorontwerp van decreet wordt het advies ingewonnen van de SERV en van de Raad van State.
Reacties uitgeschakeld voor Begeleider in de kinderopvang: kwalitatief knelpuntberoep

Begeleider in de kinderopvang: kwalitatief knelpuntberoep

Door | 24 april 2017 | Nieuws

Bron: VDAB : knelpuntberoepen 2016-2017
Begeleider in de kinderopvang betreft zowel de begeleider in de opvang voor baby’s en peuters als in de buitenschoolse kinderopvang (BKO).
Een begeleider in de opvang voor baby’s en peuters heeft een kwalificatie nodig. In de erkende buitenschoolse opvang moet slechts de helft van de begeleiders BKO over de vereiste kwalificatie beschikken. De andere vijftig procent mag ook over een minimum kwalificatie (=attest startopleiding) beschikken. Sinds 1 april 2014 kan een beperkt aandeel (25%) kinderbegeleiders starten zonder kwalificatie (mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden) en dat zowel in de opvang van baby’s en peuters als in de buitenschoolse opvang. Binnen de zes jaar na starten moeten ze wel hun kwalificatie behalen. Bij begeleider BKO zijn ook de specifieke arbeidsomstandigheden een deel van het probleem. De gesplitste en onregelmatige werktijden zoals voor en na school, op woensdagnamiddag en tijdens vakanties maken de baan minder aantrekkelijk. Vaak werken de begeleiders ook met een deeltijds contract waardoor ze uitkijken naar betere banen. Bij laag betaalde en deeltijdse jobs speelt onvermijdelijk de werkloosheidsval.

Reacties uitgeschakeld voor Bestuursraden Vlaamse Agentschappen niet transparant

Bestuursraden Vlaamse Agentschappen niet transparant

Door | 24 april 2017 | Nieuws

Bron: diverse bronnen

Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) zal een studie bestellen naar de vergoedingen in de bestuurs­raden van ­Vlaamse agentschappen. Een on­af­hanke­­lijk bureau moet alles bench­marken en controleren. Als blijkt dat er excessen zijn, zal hij ingrijpen.

De Vlaams minister-president die zelf kritisch was voor intercommunales geeft wel toe dat er wat schort aan de transparantie. Veel agentschappen publiceren hun bestuursvergoedingen immers niet. “Dat moet veranderen.” Bij Groen reageert men gematigd positief. “Het is een eerste stap in de goede richting”, zegt Björn Rzoska. “Maar ik hoop dat Bourgeois ook de onder­liggende structuren in kaart zal brengen en evalueren.”

Reacties uitgeschakeld voor Werkbaar Wendbaar Werk: geen deeltijdse uurroosters meer in arbeidsreglement

Werkbaar Wendbaar Werk: geen deeltijdse uurroosters meer in arbeidsreglement

Door | 19 april 2017 | Nieuws

Bron: ADMB – Sociaal Bureau
De Wet Werkbaar Wendbaar Werk pakt de deeltijdse arbeid aan om de organisatie van de arbeid en de arbeidsduur flexibeler te maken. Wat hierbij het meest in het oog springt, is het wegvallen van de verplichting om alle deeltijdse uurroosters in het arbeidsreglement op te nemen.

Terug naar de overzichtspagina over de Wet Werkbaar Wendbaar Werk

Afschaffing
Vanaf 1 oktober 2017 is de werkgever niet meer verplicht om de deeltijdse wekelijkse arbeidsduur (arbeidsregeling), en deeltijdse werkroosters die mogelijk in de onderneming worden toegepast, in het arbeidsreglement op te nemen. Als de werkgever variabele, deeltijdse werkroosters gebruikt, moet hij wel een algemeen kader vastleggen in het arbeidsreglement voor de toepassing van deze werkroosters.

Dat kader moet de volgende elementen omvatten:

Het dagelijks tijdvak waarbinnen arbeidsprestaties kunnen worden voorzien.
De dagen van de week waarop arbeidsprestaties kunnen worden voorzien.
De minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur. Als het aantal uren ook variabel is, moet de werkgever ook de minimale en maximale wekelijkse arbeidsduur vermelden.
De manier waarop de deeltijdse werknemer ingelicht wordt. Zo moet het bericht schriftelijk en gedateerd zijn en moet het document het individueel werkrooster bevatten. De aanplakking van het bericht is niet meer verplicht.
De termijn waarbinnen de deeltijdse werknemers op de hoogte gebracht moeten worden van hun werkroosters. Dat is ten minste 5 werkdagen vooraf. Deze termijn kan veranderd worden door een cao zonder korter te mogen zijn dan één werkdag. Bestaande cao’s die een kortere termijn hebben, blijven van kracht voor zover de minimumtermijn van één werkdag wordt nageleefd.
Heeft de werkgever deeltijdse werknemers met een vast werkrooster in dienst, dan moet de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen, maar hoeft hij dit niet meer op te nemen in het arbeidsreglement.

Heeft de werkgever deeltijdse werknemers met een variabel werkrooster in dienst, dan moet de arbeidsovereenkomst een verwijzing bevatten naar het kader in het arbeidsreglement en de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling. In het arbeidsreglement moet de werkgever het kader opnemen.

Wanneer de werkgever al van vóór 1 oktober 2017 toepassing maakt van variabele deeltijdse werkroosters, moet hij het arbeidsreglement tegen 1 april 2018 in overeenstemming brengen met de nieuwe bepalingen.

Werkroosters bewaren in elektronische vorm
Op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, moet een afschrift van de deeltijdse arbeidsovereenkomst, of een uittreksel ervan bewaard worden samen met de werkroosters en de identiteit van de deeltijdse werknemer waarop deze van toepassing zijn. Ook zijn handtekening en die van de werkgever zijn daarbij verplicht. Het afschrift of uittreksel kan vanaf 1 oktober 2017 niet alleen in papieren vorm bijgehouden worden, maar ook in elektronische vorm.

Als de werkgever variabele deeltijdse werkroosters gebruikt, moet hij het bericht met de individuele werkroosters niet meer aanplakken. Hij moet het bericht of een afschrift ervan, wel bijhouden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd van zodra en zolang het werkrooster van kracht is. Dat bijhouden kan zowel in papieren vorm als in elektronische vorm. Nadien moet de werkgever de documenten gedurende een jaar bewaren, gerekend vanaf de dag waarop het werkrooster niet meer van kracht was.

Afwijkingsregister vervangen door tijdsregistratiesysteem
De afwijkingen op de normale, deeltijdse werkroosters kunnen vanaf 1 oktober 2017 niet alleen worden vastgesteld in een afwijkingsregister, maar ook door een systeem van tijdsopvolging, op voorwaarde:

dat het systeem van tijdsopvolging voor elke betrokken werknemer de volgende gegevens bevat:
de identiteit van de werknemer;
per dag het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes; deze gegevens moeten respectievelijk worden opgetekend op het ogenblik dat de prestaties beginnen, dat ze eindigen en bij het begin en einde van elke rustpauze;
de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben;
dat het systeem van tijdopvolging de opgetekende gegevens bijhoudt gedurende de betrokken periode en dat zowel de deeltijdse werknemer als de bevoegde ambtenaren dit kunnen consulteren;
dat de opgetekende gegevens worden bewaard zoals voorgeschreven;
dat de vakbondsafvaardiging in de mogelijk gesteld wordt om haar bevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot het systeem van tijdsopvolging en de opgetekende gegevens.
De huidige wetgeving maakt het al mogelijk om het afwijkingsregister te vervangen door ‘geschikte apparaten’, die ook aan enkele voorwaarden moeten voldoen. Deze ‘apparaten’ kunnen behouden blijven als ze aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

Reacties uitgeschakeld voor Commissie Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement werkt aan maatregelen rond intercommunales

Commissie Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement werkt aan maatregelen rond intercommunales

Door | 14 april 2017 | Nieuws

Bron: Vlaams Parlement

Vrijdag 14 april 2017 — De Commissie voor Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement zet  de problematiek van de intercommunales bovenaan haar agenda. De eerste resultaten worden tegen het zomerreces 2017 verwacht.

Aanleiding

De Commissie bevoegd voor Binnenlands Bestuur nam zich voor de problematiek van de structuren, mandaten, taken en transparantie in het kader van de intergemeentelijke samenwerking prioritair te behandelen.

Aanleiding daartoe vormde het actualiteitsdebat van 15 februari jl. over de intercommunales. Uit dat debat bleek dat er over de partijgrenzen heen consensus bestond om op korte termijn maatregelen te nemen met betrekking tot de (tussen)structuren, de vergoedingen en de transparantie binnen de intergemeentelijke samenwerking. De Commissie besliste daarop die maatregelen uit te werken.

Start van de werkzaamheden

De Commissie voor Binnenlands Bestuur zal haar werkzaamheden over deze maatregelen starten met een bespreking van de inventarisatie van het Agentschap Binnenlands Bestuur waarin alle (inter)gemeentelijke participaties in kaart werden gebracht. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans en het Agentschap zelf zullen deze inventaris tijdens de commissievergadering van 18 april 2017 voorstellen.

Aansluitend op deze toelichting volgt een hoorzitting met de academische experten Filip De Rynck (UGent) en Wouter Van Dooren (UAntwerpen).

Praktisch: de commissievergadering van 18 april 2017 start om 13u en kan LIVE gevolgd worden via https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1128860#video

Verdere planning

Op 16 mei 2017 organiseert de commissie alvast een tweede hoorzitting met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), het Instituut voor Bestuurders Guberna en het consultancybedrijf Capgemini.

De Commissie voor Binnenlands Bestuur wil tegen het zomerreces 2017 een aantal concrete maatregelen klaar hebben.

 

Reacties uitgeschakeld voor 129 lokale besturen met gedeelde financieel beheerder voor gemeente & OCMW

129 lokale besturen met gedeelde financieel beheerder voor gemeente & OCMW

Door | 12 april 2017 | Nieuws

Bron: Vlaams Parlement, 10 april 2017

In volgende 129 besturen wordt de functie van financieel beheerder voor gemeente en OCMW door dezelfde persoon ingevuld. –

Antwerpen (24): – Aartselaar – Beerse – Bonheiden – Boom – Borsbeek – Brasschaat – Dessel – Duffel – Hemiksem – Herenthout – Kasterlee – Meerhout – Merksplas – Mol – Mortsel – Niel – Olen – Puurs – Retie – Rijkevorsel – Sint-Amands – Wijnegem – Wuustwezel – Zwijndrecht –

Limburg (25): – As – Beringen – Bocholt – Bree – Genk – Gingelom – Halen – Ham – Hamont-Achel – Heers – Herk-de-Stad – Herstappe – Houthalen-Helchteren – Kortessem – Lanaken – Maaseik – Meeuwen-Gruitrode – Neerpelt – Nieuwerkerken – Opglabbeek – Overpelt – Peer – Riemst – Voeren – Zutendaal –

Oost-Vlaanderen (29): – Aalter – Assenede – Berlare – Beveren – Brakel – Denderleeuw – Eeklo – Gavere – Haaltert – Herzele – Horebeke – Kaprijke – Kluisbergen – Kruishoutem – Lede – Lierde – Merelbeke – Moerbeke – Nazareth – Oosterzele – Sint-Laureins – Sint-Lievens-Houtem – Sint-Martens-Latem – Waasmunster – Wetteren – Zelzate – Zingem – Zomergem – Zwalm –

West-Vlaanderen (24): – Ardooie – Avelgem – Beernem – Deerlijk – Dentergem – Gistel – Heuvelland – Ichtegem – Ingelmunster – Koekelare – Kortemark – Langemark-Poelkapelle – Ledegem – Lichtervelde – Moorslede – Oostrozebeke – Pittem – Ruiselede – Spiere-Helkijn – Wevelgem – Wielsbeke – Wingene – Zonnebeke – Zwevegem –

– Vlaams-Brabant (27): – Begijnendijk – Bertem – Bever – Bierbeek – Boutersem – Diest – Galmaarden – Geetbets – Glabbeek – Gooik – Haacht – Herent – Hoegaarden – Hoeilaart – Holsbeek – Huldenberg – Kapelle-op-den-Bos – Kortenaken – Kortenberg – Landen – Lennik – Liedekerke – Linter – Opwijk – Steenokkerzeel – Ternat – Tremelo –

Reacties uitgeschakeld voor 77 lokale besturen met een gedeelde gemeente- en OCMW-secretaris

77 lokale besturen met een gedeelde gemeente- en OCMW-secretaris

Door | 12 april 2017 | Nieuws

Bron: Vlaams parlement, 10 april 2017

 

In volgende 77 Vlaamse besturen wordt de functie van gemeente- en OCMW-secretaris door dezelfde persoon ingevuld.

Antwerpen (15): – Baarle-Hertog – Borsbeek – Brecht – Herenthout – Herselt – Kontich – Lier – Malle – Nijlen – Olen – Puurs – Rumst – Schelle – Westerlo – Willebroek –

Limburg (20): – Alken – As – Beringen – Bocholt – Borgloon – Bree – Genk – Heers – Kinrooi – Lanaken – Maaseik – Meeuwen-Gruitrode – Neerpelt – Nieuwerkerken – Overpelt – Peer – Tessenderlo – Voeren – Wellen – Zutendaal –

Oost-Vlaanderen (12): – Aalst – Assenede – Erpe-Mere – Evergem – Gavere – Geraardsbergen – Haaltert – Nevele – Ninove – Sint-Martens-Latem – Zelzate – Zwalm –

West-Vlaanderen (19): – Anzegem – Beernem – Diksmuide – Ichtegem – Kortemark – Langemark-Poelkapelle – Lendelede – Mesen – Meulebeke – Middelkerke – Oostkamp – Poperinge – Roeselare – Ruiselede – Spiere-Helkijn – Staden – Torhout – Vleteren – Zonnebeke –

Vlaams-Brabant (11): – Beersel – Bever – Diest – Dilbeek – Drogenbos – Hoegaarden – Liedekerke – Linter – Sint-Pieters-Leeuw – Tremelo – Zemst