Archief juni, 2015

Reacties uitgeschakeld voor Het personeelsbestand in de Vlaamse gemeenten

Het personeelsbestand in de Vlaamse gemeenten

Door | 30 juni 2015 | Nieuws

Bron: Agentschap Binnenlands Bestuur, Bestuursmonitor

Datum:   11.06.2015

Hoeveel personen werken voor de Vlaamse gemeenten? Wat is hun rechtspositieregeling? Hoe groot is het personeelsbestand van gemeenten? De bestuurskrachtmonitor die op 4 juni werd voorgesteld, geeft ons een kijk op het personeelsbestand in de Vlaamse gemeenten.

De bestuurskrachtmonitor leert ons onder meer dat:

  • Net iets meer mannen dan vrouwen voor een gemeentebestuur werken
  • Driekwart van de deeltijdse ambtenaar vrouw is
  • Gemiddeld voor elke duizend inwoners een gemeente bijna acht voltijdse medewerkers inzet.

Over de bestuurskrachtmonitor

De bestuurskrachtmonitor is een set aan indicatoren op basis waarvan de bestuurskracht van gemeenten wordt in kaart gebracht. Elke gemeente heeft met de monitor uit een set van indicatoren ter beschikking die zicht geeft op haar bestuurskracht.

Reacties uitgeschakeld voor Ambtenaar was in 2014 gemiddeld 17,65 dagen ziek’

Ambtenaar was in 2014 gemiddeld 17,65 dagen ziek’

Door | 21 juni 2015 | Nieuws

Bron:Knack
20/06/15 om 05:44 – Bijgewerkt om 05:49
In 2014 werden ruim 1,3 miljoen ziektedagen opgenomen door ambtenaren. De ziekte lag het laagst in Duitstalig gebied.

Keer gedeeldDeel op Facebook Deel op Twitter Deel op Google+ Deel op LinkedIn Verzenden via mail
reacties 34
Afdrukken
‘Ambtenaar was in 2014 gemiddeld 17,65 dagen ziek’
© Istock

Dat schrijven de kranten van Sudpresse op basis van gegevens van het controleorgaan Medex.

In totaal zijn er door ambtenaren 1.338.452 ziektedagen opgenomen, of 17,65 dagen per ambtenaar.

Het aantal dagen verschilde aanmerkelijk per landsdeel. Duitstalige ambtenaren namen gemiddeld 9,22 ziektedagen, Franstalige ambtenaren 19,86 en Nederlandstalige collega’s 15,79 dagen.

(Belga/RR)

Reacties uitgeschakeld voor Financiën werft aan

Financiën werft aan

Door | 19 juni 2015 | Nieuws

FINANCIËN WERFT AAN.

11:47 19/06/2015

Bron: FOD Financiën

Vandaag publiceert Selor, het selectiebureau van de overheid, een oproep voor in totaal 308 openstaande betrekkingen bij de FOD Financiën.

Er zijn 295 betrekkingen waarvoor de kandidaten over geen ervaring moet beschikken. Laatstejaarsstudenten van het schooljaar 2014-2015 zijn zelfs toegelaten tot de selectie.

Aan Nederlandstalige kant zoekt Financiën 40 masters (alle diploma’s), 75 bachelors (alle diploma’s), 20 masters-juristen en 100 masters-economisten.

Aan Franstalige kant zijn dat: 20 masters (alle diploma’s), 20 masters-juristen en 20 masters-economisten.

Ze zullen ingezet worden bij de zes algemene administraties die het departement telt en bij de stafdiensten.

Voor 13 andere IT-georiënteerde betrekkingen op masterniveau of equivalent is wel een nuttige ervaring van 2 jaar vereist.

– See more at: http://www.belga.be/nl/press-release/details-48102/?langpr=NL#sthash.647EaVuB.dpuf

Reacties uitgeschakeld voor Werkingsbudgetten voor het gewoon basis- en secundair onderwijs

Werkingsbudgetten voor het gewoon basis- en secundair onderwijs

Door | 18 juni 2015 | Nieuws

Bron: Persberichten Rekenhof
Terry Weytens
Marc Galle
Cel Vlaamse Publicaties

Sinds het schooljaar 2008-2009 kent de Vlaamse overheid aan de scholen van het gewoon basis- en secundair onderwijs werkingsbudgetten toe op grond van leerlingen- en schoolkenmerken. Uit een onderzoek van het Rekenhof blijkt dat de berekening van de werkingsbudgetten complex is en weinig transparant, maar correct verloopt. Het toezicht op de aanwending van de werkingsmiddelen is voor bijsturing vatbaar. De overheid beschikt niet over een methode om een globaal zicht te krijgen op de aanwending van de werkingsbudgetten. Het Rekenhof heeft op basis van de besteding door de scholen onderzocht of de weging van de school- en leerlingenkenmerken in de financiering adequaat is. De aanwending van de werkingsbudgetten blijkt slechts beperkt afhankelijk te zijn van de leerlingenkenmerken.

Toekenning
Voor het schooljaar 2013-2014 bedroeg het globale budget voor de werkingsmiddelen in het gewoon basisonderwijs bijna 450 miljoen euro en in het gewoon secundair onderwijs 423 miljoen euro. In het basisonderwijs wordt daarvan 64,5 miljoen euro toegekend op grond van vier sociaaleconomische leerlingenkenmerken (SES-kenmerken: de buurt waarin de leerling woont, het opleidingsniveau van de moeder, de thuistaal en het al dan niet verkrijgen van een schooltoelage). In het secundair onderwijs gaat het om 43 miljoen euro. Het grootste gedeelte van het budget wordt toegekend volgens de schoolkenmerken: onderwijsniveau, onderwijsvorm en studiegebied. Binnen de globale budgetten krijgt het officieel onderwijs ook middelen om levensbeschouwelijke vakken te geven en het Gemeenschapsonderwijs om neutraal onderwijs in te richten.
De berekeningen van de werkingsbudgetten zijn complex, maar het risico op fouten is gering omdat de berekeningen nagenoeg volledig zijn geautomatiseerd. Voor de kenmerken opleidingsniveau van de moeder en thuistaal steunt het uitbetalend agentschap AgODi echter op verklaringen op eer van de ouders. Het AgODi maakt ook niet alle parameters bekend. De huidige financiering is wel voldoende stabiel, zodat de scholen weliswaar geen nauwkeurige, maar wel een ruwe raming kunnen maken van het te verwachten werkingsbudget op basis van het leerlingenaantal. Door de invloed van de leerlingen- en schoolkenmerken verschilt het gemiddelde werkingsbudget per leerling wel sterk van school tot school: het hoogste is zowel in het basis- als in het secundair onderwijs meer dan het dubbele van het laagste.

Toezicht
De rapportering over de financiële verrichtingen van de scholen verschilt per net. De controle die het AgODi uitvoert, verdient bijsturing. Het toezicht kan meer worden gebaseerd op een risicoanalyse en op de controles die eigen zijn aan elk net. Ook de onderwijsinspectie kan vanuit het oogpunt van de onderwijskwaliteit input geven voor de risicoanalyse, maar er zijn geen afdoende afspraken met het AgODi. De verantwoordingsplicht over het financieel beheer en de aanwending van de middelen is ten aanzien van participatieorganen van de scholen weinig of niet uitgewerkt.

Aanwending en doelstellingen
In het algemeen is de financiële toestand van de scholen goed, maar er zijn sterke verschillen tussen de scholen. Leerlingenbijdragen vormen een groot deel van de inkomsten van de scholen. Door de decretaal verplichte kostenbeheersing in de basisscholen (maximumfactuur) liggen de leerlingenbijdragen er lager en zijn de uitgaven voor didactisch materiaal die de basisscholen met werkingsmiddelen moeten financieren, hoger dan in de secundaire scholen. In het vrij gesubsidieerd onderwijs is de schoolinfrastructuur (investeringen en onderhoud van de schoolgebouwen) een grote uitgavenpost.
De Vlaamse Regering beschikt niet over een methode – wat het decreet vereist – om globaal of per onderwijsnet een beeld te krijgen van de aanwending van de werkingsmiddelen. Het verschil in financiering of subsidiëring tussen het kleuter- en het lager onderwijs spoort niet met het beperkte verschil in de werkelijke kosten. Om de verschillende financiering van de onderwijsvormen en studiegebieden te beoordelen, bieden de schoolboekhoudingen onvoldoende kostprijsgegevens.
De financiering volgens leerlingenkenmerken moet de scholen met SES-leerlingen toelaten zich breder te profileren met bv. een aanvullend sociaal-cultureel aanbod, bijkomende leerlingenbegeleiding, extra investering in de nascholing van leerkrachten en in sociale tolken die de ouderbetrokkenheid kunnen stimuleren. De bestedingspatronen van de scholen verschillen echter weinig volgens het aantal SES-leerlingen. De extra kosten leunen sterk aan bij armoedebestrijding. De werkingsmiddelen worden erg beperkt ingezet voor extra pedagogisch personeel. Enkel bij de scholen met veel SES-leerlingen gaven de directies een beeld van een gelijkekansenbeleid. Het Rekenhof beveelt aan het gewicht van de leerlingenkenmerken in de berekening van de werkingsbudgetten te herbekijken en te overwegen de SES-middelen eventueel selectiever toe te kennen of de middelen toe te kennen door een vergroting van de personeelsomkadering.
Sedert de invoering van de financiering volgens leerlingenkenmerken is het aantal scholen met een goede sociale mix gedaald, behalve voor het kenmerk thuistaal. Een betere sociale mix in de scholen was nochtans de bedoeling van de nieuwe financieringsregeling.

 

 

Reactie van de minister
De Vlaamse minister van Onderwijs deelde in haar reactie op het Rekenhofrapport mee dat het een nuttig instrument is om samen met de administratie te bekijken welke elementen kunnen worden bijgestuurd.
Rekenhof, juni 2015 2/2

Reacties uitgeschakeld voor OCMW’s naar gemeenten? SP.A werkt alternatief uit

OCMW’s naar gemeenten? SP.A werkt alternatief uit

Door | 8 juni 2015 | Nieuws

08/06/2015 om 19:34 door sdv | Bron: BELGA

Oppositiepartij SP.A vreest dat de plannen van de Vlaamse regering om de OCMW’s tegen 2019 te integreren in de gemeentebesturen zullen leiden tot een afbouw van het lokaal sociaal beleid. ‘Het kan niet zijn dat gemeenten op sociaal vlak gereduceerd worden tot de uitbetaler van het leefloon’, zegt Vlaams parlementslid Ingrid Lieten.

Volgens een conceptnota van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) houden de OCMW’s na de volgende gemeenteraadsverkiezingen, in 2018, op te bestaan. Er worden dan geen OCMW-raden meer geïnstalleerd en de taken van het OCMW worden overgenomen door de gemeente.

Oppositiepartij SP.A hield maandag een studiedag over lokaal sociaal beleid. De socialisten vinden dat de minister de kwestie te eenzijdig vanuit de structuren benadert. ‘Terwijl de vraag moet zijn: hoe kunnen we lokaal sociaal beleid sterker maken. Minister Homans is niet alleen minister van Binnenlands Bestuur, maar ook van Armoedebestrijding’, zegt Lieten.

‘Armoede is niet alleen een probleem van geld, er komen ook zaken als gezondheid, huisvesting of kinderopvang aan te pas. Je moet armoede op al die fronten aanpakken, zodat de betrokkene na enige tijd geen leefloon meer nodig heeft. Daarom vinden we dat lokale besturen niet alleen regisseur, maar ook actor moeten blijven in dat sociaal beleid, al was het maar omdat het niet-publieke aanbod op sommige plaatsen ontoereikend is. Openbare ziekenhuizen, rusthuizen, dagverzorgingscentra en crèches kunnen bovendien de prijzen drukken. En de grote expertise vanuit die voorzieningen moet behouden blijven’, legt Lieten uit.

De SP.A vindt het van bovenaf opleggen van de fusie gemeente-OCMW geen goed idee. ‘Wij denken niet dat er één model is dat voor alle gemeenten past. Naast een integratie in het gemeentebestuur kan een OCMW ook een verzelfstandigd agentschap worden. Of verschillende gemeenten kunnen samen een intergemeentelijk centrum voor maatschappelijk werk oprichten. Eén opgelegd model gaat voorbij aan de lokale situatie en is contraproductief.’

De socialisten zien een risico in een fusie: OCMW’s zouden herleid kunnen worden tot een loutere administratieve dienst. ‘Een raadslid kan via de concrete dossiers rond hulpvragen die hij of zij voorgelegd krijgt voedsel putten voor het voeren van een beleid’, zegt parlementslid Kurt De Loor.

SP.A gaat de eigen visie uitwerken in een resolutievoorstel, met de bedoeling om dat in de commissies Binnenlands Bestuur, Welzijn en Armoede van het Vlaams Parlement te bespreken en te stemmen.