Archief augustus, 2014

Reacties uitgeschakeld voor Normen voor kwaliteitsvol selectiegebeuren bij Vlaamse Overheid.

Normen voor kwaliteitsvol selectiegebeuren bij Vlaamse Overheid.

Door | 30 augustus 2014 | Nieuws

Bron: Vlaams personeelsstatuut, wijzigingen juni 2014, van kracht: 01/12/2014

De Vlaamse overheid zet sterk in op een verdere professionalisering van het HR-beleid, ook voor de rekrutering en selectie van medewerkers. Om kwaliteitsvolle selecties binnen de Vlaamse overheid te garanderen, is er de nieuwe omzendbrief ‘Kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties’. De omzendbrief vormt de leidraad voor alle selectoren in de Vlaamse overheid.

Dankzij de richtlijnen in de omzendbrief kunnen testresultaten van selectieprocedures voortaan bij nieuwe procedures worden hergebruikt. Ook worden een aantal richtlijnen gegeven over het verloop van een procedure en de expertise van de selectiedeskundigen.

Bekijk hieronder de voornaamste bepalingen van de omzendbrief.

Een kwaliteitsvol selectieproces bestaat minimaal uit de volgende stappen:
een zorgvuldige beschrijving van de functie;
de bekendmaking van de vacature;
een kwaliteitsvolle selectie of competentiebeoordeling;
de motivering van en rapportering over de selectie of competentiebeoordeling;
de eindbeslissing door de opdrachtgever.
Om bij de selectie gebruik te maken van een professionele methodologie, zijn minimaal drie stappen noodzakelijk:
een screening op basis van het curriculum vitae (cv);
een screening van de afgesproken competenties;
een inhoudelijk of functiegericht eindgesprek;
Bij de selectie worden wetenschappelijk onderbouwde instrumenten gebruikt, die relevant zijn voor de functie en die een betrouwbare selectie garanderen.
Voor de selectiespecialisten gelden een aantal opleidingsrichtlijnen en ervaringsvereisten. Zo moet het personeelslid dat testen afneemt, minstens 50% van een voltijds equivalent aan selectie-gerelateerde activiteiten besteden.
Gezien de impact op het imago van de organisatie bij selecties, worden een aantal bepalingen vermeld voor de correcte omgang met kandidaten: onder meer over het bezorgen van correcte informatie, over de timing, transparantie, non-discriminatie en privacy.
De criteria voor de omgang met de opdrachtgever moeten een kwaliteitsvolle rapportering en motivering garanderen. Op die manier benadrukken deze criteria de discretie en transparantie van de selectoren en het proces.
Kandidaten moeten informatie krijgen over de indiening van een klacht bij een klachtenmanager of bij de Vlaamse Ombudsdienst.
Met de inwerkingtreding van de omzendbrief (op 1 juni 2014) gaan op 1 december 2014 ook de bepalingen over niet-nodeloos hertesten van kandidaten van kracht, zoals opgenomen in het Vlaams Personeelsstatuut (zie: toelichting bij artikel I 5bis, §3).

Reacties uitgeschakeld voor Eindresultaat personeelsbesparing Vlaamse Overheid (juni 2014)

Eindresultaat personeelsbesparing Vlaamse Overheid (juni 2014)

Door | 30 augustus 2014 | Nieuws

Bron: www.bestuurszaken.be

Sinds de start van de regeerperiode in 2009 heeft de Vlaamse overheid op de einddatum van de besparingsronde, met name juni 2014, haar personeelsbestand met 7,5% of met 2.160 personeelsleden verminderd. Dit zijn er 285 meer dan vooropgesteld. De evolutie van de uitvoering van de besparingen werd twee keer per jaar in kaart gebracht. De grafiek hiernaast toont aan dat de verhoging naar 6,5% in 2013 werd ingevoerd nadat de administratie de opgelegde besparingsdoelstelling gerealiseerd had reeds één jaar voor de einddatum (juni 2014).

Besparingsmaatregelen

De Vlaamse Regering heeft de Vlaamse administratie opgedragen besparingen te realiseren, zowel op vlak van personeel als op het vlak van budgetten.

Daarbij moesten volgende besparingsdoelstellingen gerealiseerd worden:

de vermindering van het personeelsbestand van de Vlaamse overheid met 6,5%. De initiële personeelsbesparing bedroeg 5% van het personeelsaantal maar werd nadien in 2012 en 2013 verhoogd naar respectievelijk 6% en 6,5%.
de besparing van 60 miljoen euro op vlak van de personeelsgerelateerde kredieten in de begrotingsjaren 2012-2014. In februari 2012 werd ook deze besparing verhoogd van 50 naar 60 miljoen euro en bijkomend moest bij begrotingscontrole 2014 opnieuw 5 miljoen euro bespaard worden.
Binnen elk beleidsdomein bepaalden de leidend ambtenaren zelf op welke manier zij deze besparingen onderling zouden verdelen en realiseren. De besparingen moesten evenwel gebeuren zonder naakte ontslagen.

Om de begroting 2013 in evenwicht te houden, legde de Vlaamse Regering ten slotte in september 2012 nog verdere, bijkomende besparingsmaatregelen op van 1% op de personeelskosten aan de Vlaamse administratie en aan het Vlaams onderwijs. Voor de Vlaamse administratie besliste de Vlaamse Regering na onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties om binnen de diensten Vlaamse overheid onder andere geen functioneringstoelagen of managementtoelagen uit te keren in 2013 en 2014 en om het voorzien budget voor de uitvoering van het sectoraal akkoord 2013-2014 te besteden aan deze personeelsbesparing. Naast deze bijdrage van 11,7 miljoen door de diensten Vlaamse overheid werd ook 4,4 miljoen euro bespaard op de dotatie aan De Lijn.

Besparing 60 miljoen euro

In de drie opeenvolgende budgettaire jaren (2012-2014) werd telkens 20 miljoen euro bespaard. Op basis van een consensus binnen de Vlaamse administratie over de wijze waarop deze besparing gerealiseerd zou worden, werd vastgelegd hoeveel elk beleidsdomein precies zou bijdragen.

Deze verdeling is gebaseerd op twee parameters: het personeelsbudget voor 2012 en de mate waarin de organisaties en de beleidsdomeinen op 31 december 2011 (al dan niet) op koers zaten om de verwachte 6%-personeelsbesparing te realiseren. De te besparen middelen zijn in 2013 en 2014 bij begrotingsopmaak verrekend.

Reacties uitgeschakeld voor Ziekteverzuim bij federale ambtenaren (2013)

Ziekteverzuim bij federale ambtenaren (2013)

Door | 14 augustus 2014 | Nieuws

Federaal ziekteverzuim in 2013 onder de loep

enquete_absenteisme
16/07/2014 Bron: Medex
Een federale ambtenaar presteerde in 2013 op 100 werkdagen gemiddeld 6,88 dagen niet door ziekte. Het verzuim in de federale publieke sector bleef dus status quo tegenover 2012 (6,93 dagen).
De verzuimer nader bekeken
Medische verzuimoorzaken
De controleresultaten in een notendop

De verzuimer nader bekeken

De trends op het vlak van de verzuimgegevens die de voorbije jaren werden vastgesteld, worden bevestigd:

Ambtenaren zijn vaker afwezig; de gemiddelde verzuimfrequentie steeg van 1,93 keer in 2012 naar 2,08 keer in 2013;
Ambtenaren zijn minder lang afwezig; de gemiddelde afwezigheidsduur neemt af van 8,27 dagen in 2012 naar 7,26 dagen in 2013;
Het kort verzuim (afwezigheidsperiode van minder dan 1 maand) daalt;
Vrouwelijke ambtenaren verzuimen meer dan hun mannelijke collega’s;
Het verzuim neemt toe tot 60 jaar en wie daarna blijft werken, verzuimt weer minder;
Het verzuim neemt af naarmate het administratief niveau toeneemt;
Ambtenaren uit West-Vlaanderen verzuimen het minst en hun collega’s uit Henegouwen het meest.
Meer dan de helft (53,17%) van de federale ambtenaren meldde zich hoogstens één keer ziek. Dat is ongeveer een status quo ten opzichte van 2012 (52,90%). In vergelijking met vorig jaar zijn er dan wel weer minder ambtenaren die nooit verzuimen (31,37% in 2013 ten opzichte van 32,19% in 2012), maar er zijn er ook minder die vijf keer of meer verzuimen.

Is dit vergelijkbaar met de privésector?

In tegenstelling tot de privésector is het ziekteverzuim bij de federale administratie (6,88%) in 2013 niet gestegen.
In de privésector verzuimen personeelsleden minder vaak, maar is de gemiddelde duur langer; in tegenstelling tot bij de federale overheid stijgt de duur ook. Wat het kort verzuim betreft, zijn de conclusies voor de privésector minder eenduidig (naargelang de bron is er sprake van een daling of een stijging). De tendensen wat de leeftijd en het geslacht betreft, zijn gelijkaardig, maar opvallend is dat in de privésector 60-plussers dan weer meer verzuimen dan hun jongere collega’s.

Medische verzuimoorzaken

Hoewel er meer attesten ontvangen werden wegens locomotorische problemen en aandoeningen van het ademhalingsstelsel worden er meer werkdagen niet gepresteerd door stressgerelateerde aandoeningen omdat de gemiddelde afwezigheidsduur in deze diagnosegroep gevoelig hoger ligt. Op de tweede plaats vinden we de locomotorische aandoeningen. Samen zijn stressgerelateerde en locomotorische aandoeningen sinds 2010 goed voor de helft van de totale afwezigheidsduur.

Binnen de groep van stressgerelateerde aandoeningen is burn-out gedurende de bestudeerde periode (2008 – 2013) aan een gestage opmars bezig.

De controleresultaten in een notendop

Er werden een kwart meer ambtenaren vóór het verstrijken van de voorgeschreven afwezigheidsduur aan het werk gezet, namelijk 3,11%. Zo werden er dus meer werkdagen teruggewonnen (6 492 in 2013 tegenover 6006 in 2012 ). Uiteraard hebben de controles ook een ontradend effect op het ziekteverzuim.

Enkele vaststellingen:

Controles die door de werkgever aangevraagd worden, zijn het meest efficiënt;
Mannelijke ambtenaren zijn volgens de controleartsen meer dan hun vrouwelijke collega’s langer ziek dan nodig;
Jongere ambtenaren zijn vaker onterecht ziek;
De kans op een vervroegde werkhervatting stijgt naarmate het administratief niveau afneemt;
Controleartsen stelden het meest misbruik vast bij afwezigheden wegens griep, stress, burn-out en spijsverteringsproblemen

Reacties uitgeschakeld voor Vlaamse besparingen: 1.950 ambtenaren minder

Vlaamse besparingen: 1.950 ambtenaren minder

Door | 11 augustus 2014 | Nieuws

Bron:Knack
09/08/2014 om 04:19 – Bijgewerkt om 04:19
De Vlaamse bespaart voornamelijk op ambtenaren en subsidies voor socio-culturele organisaties. Aan de inkomstenzijde wordt de zorgpremie opgetrokken. In totaal moet er 8 miljard euro worden gevonden, over een periode van 5 jaar.

Vlaamse besparingen: 1.950 ambtenaren minder
Geert Bourgeois (N-VA) © belgaimage

Dat schrijven De Morgen en Het Laatste Nieuws op basis van de besparingstabel van Bourgeois I, die De Morgen kon inkijken.

Vlaanderen mikt met de begroting vooral op een verlaging van de uitgaven: 5,2 miljard euro over de hele legislatuur van vijf jaar. Aan de andere kant staat een verhoging van de inkomsten met 2,8 miljard euro.

De grootste besparing wordt gerealiseerd door te snoeien in de subsidies voor sociale organisaties en culturele instellingen. Er gaat jaarlijks 200 miljoen euro uit de pot. Daarnaast werkt de regering voort aan een slankere en meer efficiënte overheid. Vlaanderen moet het tegen eind 2019 met 1.950 ambtenaren minder doen. Een besparing die over vijf jaar 321 miljoen euro oplevert.

(Belga/RR)

Reacties uitgeschakeld voor Minder instroom van personeel bij de Vlaamse overheid in 2013

Minder instroom van personeel bij de Vlaamse overheid in 2013

Door | 10 augustus 2014 | Nieuws

Bron: Vlaamse Overheid, Bestuurszaken, 8/08/2014

In 2013 stroomden 1.368 personen in bij een entiteit van de Vlaamse overheid. Dat zijn er 181 minder dan in 2012. 145 personen stroomden in vanuit een andere entiteit van de Vlaamse overheid en 1.223 personen kwamen van buiten de Vlaamse overheid. Tegelijkertijd verlieten in datzelfde jaar 724 personen de Vlaamse overheid door pensionering en verlieten er 1.069 personen een entiteit van de Vlaamse overheid tijdens hun loopbaan. De in- en uitstroom van jobstudenten worden niet meegerekend.

Naast in- en uitstroombewegingen is er ook personeelsmobiliteit binnen een entiteit mogelijk. Wanneer daarbij enkel de tewerkstellingsrelatie wijzigt, is er sprake van doorstroom zonder functiewijziging. Hoewel net zoals in 2012 blijkt dat in deze gevallen de overgrote meerderheid overstapt van een contractuele naar een statutaire tewerkstelling (670 van 1.014 personeelsleden) is het aantal personen die een contract van onbepaalde duur inruilden voor een statutaire tewerkstelling tegenover 2012 meer dan gehalveerd. Als naast de tewerkstellingsrelatie ook de functie-inhoud wijzigt, is er sprake van een demotie of bevordering.

– See more at: http://www.bestuurszaken.be/nieuws/minder-instroom-van-personeel-bij-de-vlaamse-overheid-2013#sthash.8LlU5fFK.dpuf

Reacties uitgeschakeld voor Studie knelpuntberoepen 2014

Studie knelpuntberoepen 2014

Door | 6 augustus 2014 | Nieuws

(Bron: VDAB Studiedienst, Studie knelpuntberoepen 2014 , Publicatiedatum: 4-8-2014 )

De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) heeft recent de gedetailleerde studie Knelpuntberoepen 2014 uitgebracht.

De slechte economische conjunctuur van 2012 zette zich verder tot in het najaar van 2013. Het aantal door VDAB ontvangen jobs in het Normaal Economisch Circuit zonder Uitzendopdrachten (NECzU) nam met 3% af ten opzichte van 2012: in 2013 werden 227.714 vacatures ontvangen.
•77% van de afgehandelde jobs voor knelpuntberoepen (NECzU) werd vervuld terwijl dit 84,5% is bij jobs voor niet-knelpuntberoepen.

•Mede door de economische crisis daalde het aantal knelpuntberoepen.

•Belangrijkste knelpuntberoepsgroepen met kwantitatieve oorzaak:

 Technisch leidinggevenden
 Technici proces en productie
 Technici elektromechanica
 Technici verwarming, ventilatie, airconditioning
 Technici voertuigen
 Onderhoudsmecaniciens en sommige gespecialiseerde arbeiders in metaal en bouw
 Bouwtechnici
 Bouwarbeiders afwerking (vooral schrijnwerkers)
 Installateurs en elektriciens bouw (brandertechnici, monteurs CV)
 Tekenaars
 ICT-medewerkers
 Bakkers en banketbakkers, slagers, koks
 Vrachtwagenbestuurders
 Elektriciens, installateurs data- en telecommunicatie
 Verpleegkundigen en zorgkundigen, kinesitherapeuten

•Belangrijkste knelpuntberoepsgroepen omwille van kwalitatieve en/of arbeidsomstandigheden:

 Verantwoordelijken boekhouding en financiën, management assistants en contactcentermedewerkers
 Verzorgenden en begeleiders kinderopvang
 Gespecialiseerde bedienden (commercieel, technisch, logistiek)
 Vertegenwoordigers en sommige verkoopsfuncties
 Bouwberoepen als metselaar en dakdekker
 Gespecialiseerde operatoren
 Drukkers en drukafwerkers
 Lassers
 Horecapersoneel
 Winkelmanagers, rayonverantwoordelijken
 Schoonmaakpersoneel
 Kappers
 Buschauffeurs

Een van de belangrijkste oorzaken in de knelpuntproblematiek blijft het tekort aan technisch geschoolden, zowel uit het secundair als uit het hoger onderwijs. Door de economische crisis en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers is het aantal knelpuntberoepen in de bouw afgenomen (stukadoor, bekister-ijzervlechter, vloerder). Andere hardnekkige knelpuntberoepen zoals verpleegkundigen, informatici, gespecialiseerde bedienden, schoonmakers, chauffeurs, horecapersoneel,… blijven op de knelpuntenlijst.

Zie site VDAB voor méér info.