Archief april, 2014

Reacties uitgeschakeld voor 60% slaagt niet voor examen voor de eigen functie

60% slaagt niet voor examen voor de eigen functie

Door | 26 april 2014 | Nieuws

De Lille: ‘Begrip voor ontgoocheling ontslagen personeel’
door © brusselnieuws.be
Brussel
13:31 – 26/04/2014
VGC-collegelid Bruno De Lille (Groen) zegt begrip te hebben voor de ontgoocheling bij de gemeenschapscentra. Heel wat mensen die al lang in dienst zijn, moeten vertrekken omdat ze niet slaagden voor een examen.

24/04/2014
Gemeenschapscentra: tientallen personeelsleden verliezen job
Bij de gemeenschapscentra moeten heel wat mensen opstappen. Zij hadden tijdelijke contracten die telkens verlengd werden, en moesten slagen voor een examen om een vast contract te bekomen. Maar verscheidene van hen slaagden niet.

De Lille zegt dat hij de emotionele reacties begrijpt. “Ik werk met een aantal van de niet geslaagde personeelsleden geregeld samen en heb dus alle begrip voor hun situatie. Maar het VGC-college is hier met handen en voeten gebonden aan de regelgeving die bepaalt dat contracten van onbepaalde duur enkel kunnen toegekend worden na een examen. Wij hebben er alles aan gedaan om die examens eerlijk en objectief te laten verlopen. Het college zal er nu ook alles aan doen om menselijk om te gaan met de gevolgen.”

De Lille gaat samen met collegeleden Grouwels (CD&V) en Vanhengel (Open VLD) de uitkomst van het overleg tussen de bonden en de leidend ambtenaar bekijken. Hij gaat ook samenzitten met Jobpunt Vlaanderen, dat de examens mee opstelde.

Reacties uitgeschakeld voor Politiek is zich niet bewust genoeg van noodzaak en meerwaarde van goed personeelsbeleid bij de overheid.

Politiek is zich niet bewust genoeg van noodzaak en meerwaarde van goed personeelsbeleid bij de overheid.

Door | 25 april 2014 | Nieuws

Tien to do’s voor de nieuwe regering

Voor de nieuwe regering en voor onszelf

Bron:   13, Personeelsmagazine Vlaamse Overheid, mei 2014  –   Auteur: Veerle Van Den Broeck

Een flexibele en transparante overheid die haar dienstverlening voortdurend afstemt op wat burgers, bedrijven en organisaties nodig hebben. Daar moeten we naartoe volgens verschillende adviezen met aanbevelingen voor de nieuwe Vlaamse Regering. Opvallend? De analisten van de SERV, VLABEST, CEEO en het Steunpunt Bestuurlijke organisatie Vlaanderen leggen ook een belangrijke rol bij de ambtenaren. “De politiek is zich niet genoeg bewust van de noodzaak en de meerwaarde van een goed personeelsbeleid om die doelstellingen te halen”, luidt het.

 

De verkiezingen komen eraan en dus regent het de jongste maanden adviezen en verlanglijstjes voor de volgende Vlaamse Regering. 13 pikt er tien opvallende adviezen uit.

  1. Luister echt naar burgers, bedrijven en organisaties
  2. Maak de administratie flexibeler
  3. Zorg dat overheidsdiensten beter samenwerken
  4. Sleutel (opnieuw) aan de manier waarop de Vlaamse overheid georganiseerd is
  5. Verminder het aantal entiteiten
  6. Weg met de kaasschaaf
  7. Kies wat de overheid moet doen en wat niet
  8. Zorg voor enthousiaste ambtenaren
  9. Wees open en transparant
  10. Maak het de burger makkelijk

Participatie

Hoe kun je de Vlaamse overheid in de toekomst het best organiseren, dat is hierbij de hamvraag. Want het moet efficiënter en effectiever, willen we in 2020 bij de top in Europa horen. Het is bovendien het ideale moment om hierover na te denken. Ook de gevolgen van de zesde staathervorming en de huidige pensioengolf dwingen de Vlaamse overheid immers tot de nodige aanpassingen. 13 vertaalt de tien adviezen die eruitspringen naar actiepunten die de overheid ook zelf al kan oppikken.

1. Luister

Burgers worden steeds mondiger en hebben hoge verwachtingen van de overheid. Dat ze efficiënt is, maar tegelijkertijd voor de juiste dienstverlening zorgt. En daar schort het soms. Omdat de overheid niet altijd goed luistert naar wat er precies van haar wordt verwacht. Nu is inspraak vaak een formaliteit en wordt er met de ideeën van bijvoorbeeld ondernemers, vakbonden, ervaringsdeskundigen … te weinig gedaan. Als je echt luistert naar burgers, bedrijven, organisaties en andere besturen, zullen ze bovendien meer vertrouwen krijgen in de Vlaamse overheid. Een win-winsituatie dus.

2. Wees flexibel

Een overheid die luistert naar wat nodig is, kan haar beleid daar op afstemmen. Maar dat vereist een hoge mate van flexibiliteit. Onze structuur en de manier van beleid voeren zijn volgens de analisten op dit moment erg log en te weinig gericht op samenwerking met andere overheden, bedrijven, specialisten … Zo wordt het moeilijk om als overheid snel in te spelen op ontwikkelingen waar je geen vat op hebt,  zoals de gevolgen van klimaatveranderingen, globalisering of de vergrijzing. Om tot goede oplossingen te komen is het nodig om over de muren van de Vlaamse overheid te kijken.  Immers, niet alle nodige expertise is binnen de Vlaamse overheid aanwezig.

3. Werk meer samen

De 80 entiteiten van de Vlaamse overheid werken te weinig samen. Ieder zit op zijn eigen eilandje en is vooral met zijn eigen belangen bezig in plaats van zich af te vragen wat het beste is voor iedereen. Expertise zit bovendien verspreid over verscheidene entiteiten en vaak wordt het warme water tegelijkertijd op verschillende plaatsen uitgevonden. Vaak wordt er ook dubbel werk gedaan. Die versnippering zorgt voor inefficiëntie en is niet goed voor het imago van de Vlaamse overheid. De politici moeten er trouwens voor zorgen dat ambtenaren meer kunnen samenwerken, want dat is nu soms een probleem.

Die gebrekkige samenwerking is mee een gevolg van de grote hervorming in 2006, Beter Bestuurlijk Beleid (BBB). Die hecht veel belang aan autonomie  en responsabilisering van de leidend ambtenaren. De ministers maken afspraken met de leidend ambtenaren, die vervolgens het beleid dat politiek wordt beslist, ook uitvoeren en die zelf verantwoordelijk zijn voor de manier waarop. Dat is modern bestuur, maar die autonomie heeft wel als keerzijde dat er te weinig samengewerkt wordt en dat moet aangepakt worden, vinden de analisten.

4. Herbekijk BBB

U zult het niet zo graag horen, maar er moet hoe dan ook opnieuw gesleuteld worden aan de manier waarop de Vlaamse overheid georganiseerd is. Of we alles drastisch moeten omgooien zoals in 2006? Nee, zeggen de meeste analisten, maar een aantal basisprincipes van BBB die niet werken, moeten herbekeken worden. Bovendien vraagt een flexibele overheid om een aangepaste manier van werken. Her en der duikt de suggestie op om belangrijke maatschappelijke spelers inspraak te geven in hoe we de dienstverlening van de overheid het best organiseren.

Na acht jaar botst BBB dus op zijn grenzen. BBB deelt de Vlaamse overheid op in dertien beleidsdomeinen. Die bestaan uit een strategische adviesraad, een departement dat het beleid voorbereidt en agentschappen die dat beleid uitvoeren. Vooral de scheiding tussen beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering blijkt in de praktijk niet altijd te werken. Immers, heel wat nuttige input voor het beleid komt uit de praktijk en dus zijn de twee vaak onlosmakelijk verbonden. Denk maar aan de analisten van De Lijn die heel wat expertise hebben over mobiliteit in Vlaanderen of de trajectbegeleiders van de VDAB die het best weten welke aanpak van werklozen werkt en welke niet. Het zou efficiënter zijn om de beleidsvoorbereiding en -uitvoering in dezelfde entiteit onder te brengen. Wat wel apart moet blijven, is de controle op de uitvoering van het beleid. Je kunt immers niet tegelijkertijd rechter en uitvoerende partij zijn. Het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed heeft de scheiding tussen voorbereiding en uitvoering de voorbije jaren al overboord gegooid. Dat is veel efficiënter, zo blijkt.

Een ander principe van BBB verdient dan weer meer aandacht, namelijk dat van de één-op-éénrelatie tussen een departement of agentschap en een minister.  Dat overal en consequent invoeren zou de werkzaamheden vergemakkelijken. Het is efficiënter dat een minister maar met één entiteit moet vergaderen. Die één-op-éénrelatie is iets waar zowat alle adviezen voor pleiten.

5. Verminder het aantal entiteiten

Het aantal entiteiten binnen de Vlaamse overheid moet verder naar beneden. Niet alleen het aantal agentschappen moet verminderen, her en der gaan er stemmen op om ook het aantal departementen terug te brengen. De Vlaamse overheid zou efficiënter kunnen werken als ze sterke departementen had. De VLABEST stelt onder meer een Departement Algemene Zaken voor, met de beleidsdomeinen Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, Bestuurszaken en Financiën en Begroting of een Departement Omgeving, met Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, Leefmilieu en Wonen. Zo wordt het makkelijker om de inhoud waar deze departementen mee bezig zijn te coördineren.

Ook het aantal agentschappen kan nog verminderen. VLABEST pleit wel voor objectieve criteria in plaats van ‘toevalligheden zoals de pensionering van topmanagers’ om die te kiezen. Opvallend is ook de opmerking dat de huidige Vlaamse Regering een fout signaal heeft gegeven door in besparingstijden nog nieuwe agentschappen bij te creëren. Het voorstel is om duidelijke criteria op te stellen voor de oprichting van nieuwe agentschappen.

6. Weg met de kaasschaaf

De manier waarop er de voorbije jaren bespaard werd, ligt onder vuur. De kaasschaafmethode botst op zijn grenzen. Door het feit dat er vooral op personeelsaantallen en een slanke overheid gefocust werd, dreigt de dienstverlening in het gedrang te komen. Een overheid moet genoeg mensen en middelen hebben om te doen wat ze moet doen. Kwaliteit en effectiviteit van beleid en dienstverlening zouden ook in besparingstijden criteria moeten zijn waarmee rekening wordt gehouden.

7. Maak duidelijke keuzes

In plaats van de kaasschaafmethode die overal wegsnijdt zou de nieuwe regering zich de vraag moeten stellen welke overheid we willen. En dat gaat verder dan de Vlaamse overheid alleen. Welke taken moeten wij opnemen? Wat komt in handen van de lokale besturen? Zijn er dingen die aan de privésector kunnen uitbesteed worden? Daarover moeten de Vlaamse overheid en de politiek zich dringend bezinnen en het kerntakendebat aangaan. Beleid dat de samenleving niet beter maakt, moet geschrapt worden. En er moet duidelijk gecommuniceerd worden over die keuzes, zodat burgers, bedrijven en organisaties weten wat ze precies van de Vlaamse overheid kunnen verwachten.

8. Zorg voor enthousiaste ambtenaren

Uiteraard gaat het in al die aanbevelingen ook over ons, de ambtenaren zelf. Opvallend is dat we gezien worden als een cruciale factor om van de Vlaamse overheid een efficiënte en effectieve overheid te maken. Enthousiaste en betrokken ambtenaren zorgen voor een beter beleid en een betere dienstverlening. Daarom moet er ruimte zijn voor onze inbreng. Vaak hebben we zelf ideeën over hoe we ons beter kunnen organiseren, maar er wordt niet altijd genoeg geluisterd. Bovendien moeten we meer de gelegenheid krijgen om onze kennis uit te wisselen en moet er meer ruimte zijn voor innovatie.

Een flexibele overheid vraagt om voortdurende hervormingen. En dat hoeft geen probleem te zijn of demotiverend te werken, stellen de adviezen. Maar dan moet je de ambtenaren wel veel meer en van bij het begin betrekken in het debat over hoe je de Vlaamse overheid organiseert. Zo ontstaat het nodige draagvlak. Mensen die over een fusie van hun agentschap in de krant moeten lezen, kan niet meer.

Verder lopen de meningen uiteen over het personeelsbeleid dat de Vlaamse overheid voert. Er moet meer ingezet worden op interne mobiliteit, daar is zowat iedereen het erover eens. Zo zou men flexibeler capaciteitsproblemen kunnen oplossen. De voorbije maanden, nadat al deze adviezen verschenen zijn, zijn er heel wat acties in het kader van interne mobiliteit gelanceerd  zoals Radar, een platform met tijdelijke opdrachten, dus daar zijn alvast eerste stappen gezet.

9. Wees open en transparant

De Vlaamse overheid moet transparanter en opener zijn over de dingen die ze doet. Nu verschijnen tal van rapporten, maar die gaan te vaak over welke maatregelen er genomen zijn, en niet over de resultaten die we daarmee bereiken. De communicatie kan dus beter. Dat iedereen op dezelfde manier zou rapporteren, kan daar bijvoorbeeld al bij helpen.

Ook de besluitvorming moet veel transparanter. Aan nieuwe regelgeving gaan heel wat stappen vooraf. Die zouden beschikbaar en toegankelijk moeten zijn voor het grote publiek. Ook zou daarbij vermeld moeten worden, wie wanneer zijn advies kan geven.

10. Maak het de burger makkelijk

Eén plaats waar de burger terecht kan voor zijn subsidieaanvragen, studietoelagen, vergunningen … Dat zou mooi zijn. Met andere woorden: maak het burgers, bedrijven en organisaties makkelijk. Zij hebben geen behoefte om te weten welk agentschap er achter die dienstverlening schuilt. Ook dat is transparant en open zijn.

Is dit haalbaar?

13 vroeg het College voor Ambtenaren-Generaal en minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois hoe zij staan ten opzichte van deze adviezen.

“Luisteren naar de samenleving is  belangrijk voor elke overheid”, zegt Dirk Van Melkebeke, voorzitter van het College voor Ambtenaren-Generaal. “De overheid moet actief detecteren wat er leeft bij de bevolking en daar iets mee doen, maar dat mag geen alibi zijn om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Versta mij niet verkeerd: participatie is inderdaad belangrijk en zorgt voor (meer) draagkracht van beslissingen. Anderzijds moeten we erover waken dat inspraak niet verzandt in complete blokkering en dat er  niets meer beslist kan worden. Een overheid moet immers beslissen en besturen. Een goed functionerende overheid mag niet bang zijn van haar schaduw, hoeft niet achter de waan van de dag aan te hollen, moet ook rekening houden met de lange termijn en – vanzelfsprekend – met het algemeen belang.”

“We zullen de Vlaamse overheid transparanter moeten maken door entiteiten en beleidsdomeinen waar zinvol en mogelijk samen te voegen en door de werking en structuur van de adviesraden beter te organiseren”, geeft minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois mee. “Vorig jaar hebben we voor het eerst stappen gezet om de structuur van de Vlaamse overheid aan te passen, door tien entiteiten samen te voegen en het aantal MOD’s terug te brengen naar twaalf. In de volgende regeerperiode moeten we deze weg resoluut blijven volgen. De BBB-hervorming heeft heel wat voordelen, zoals de responsabilisering van de ambtenaren, maar de uitwerking van een aantal principes op het terrein heeft negatieve gevolgen.”


 

Wie heeft advies gegeven?

  • De  Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) gaf in januari het adviesSlagkrachtige overheid: prioriteiten voor de volgende regeerperiode op vraag van de Vlaamse Regering. De SERV brengt werkgevers en werknemers samen voor overleg en advies over heel uiteenlopende thema’s.
  • De Vlaamse Raad voor Bestuurszaken (VLABEST) gaf in november het advies Naar een bestuurlijke renovatie op eigen initiatief. De Raad adviseert over het Vlaamse beleid (personeels- en organisatieontwikkeling, ICT, e-government …).
  • De Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid (CEEO) leverde haar eindrapportPrioriteiten voor de volgende regeerperiode in januari af. De CEEO werd opgericht naar aanleiding van het Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid en helpt bij de uitdaging om de Vlaamse overheid zo te organiseren dat ze bij de topregio’s hoort op het vlak van efficiëntie en effectiviteit. Haar mandaat was beperkt tot deze regeerperiode. De CEEO bestond uit personeelsleden van de Vlaamse overheid, en mensen uit de academische wereld en het bedrijfsleven.
  • Het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen formuleerde in december vijftig aanbevelingen in haar Bijdrage aan het regeerprogramma van de aantredende Vlaamse Regering. Het SBOV bestaat uit academici van verschillende universiteiten.
Reacties uitgeschakeld voor Vernieuwd statuut met meer mogelijkheden voor Vlaamse ambtenaar

Vernieuwd statuut met meer mogelijkheden voor Vlaamse ambtenaar

Door | 18 april 2014 | Nieuws

Bron: 13, Vlaams personeelsmagazine – mei 2014

 

door Veerle Van Den Broeck

Meer loopbaanmogelijkheden voor contractuelen en aangepaste regelingen voor ontslag, herplaatsing en de proeftijd: het zijn maar enkele dingen van het Vlaams personeelsstatuut die op 1 maart veranderen. Het is een eerste stap om het personeelsbeleid bij de Vlaamse overheid te moderniseren. 13 zet voor u de belangrijkste veranderingen op een rij.

Carrière voor contractuelen

Er komen meer loopbaanmogelijkheden voor contractuelen. Sommige contractuele collega’s kunnen vanaf 1 maart ook solliciteren voor een statutaire hogere functie (zoals een adviseursfunctie, hoofdmedewerker, hoofddeskundige, hoofdassistent, bevorderingen van bijvoorbeeld niveau C naar niveau A …). “Geval per geval zal bekeken worden of u effectief in aanmerking komt voor zo’n statutaire bevorderingsvacature”, benadrukt Matthias. “De voorwaarde is uiteraard dat u over het juiste diploma beschikt en dat u bij uw aanwerving als contractueel een selectieprocedure hebt doorlopen die vergelijkbaar is met die van een statutaire collega. Daarbij hoort bijvoorbeeld een algemene bekendmaking met onder meer vacatures in de krant en op websites, en een selectiereglement. Ook moeten onder andere uw competenties uitgebreid getest zijn. Er moet dus telkens bekeken worden of uw aanwervingsprocedure voldeed om in aanmerking te komen voor een bevordering. In de toekomst zal er in de vacatures expliciet vermeld worden of u later kunt meedoen aan zo’n statutaire bevorderingsprocedures.”

Daarnaast komen contractuele collega’s vanaf nu in aanmerking om tijdelijk als projectleider aangesteld te worden. “Het is immers belangrijk ook contractuele personeelsleden kansen te geven om door te groeien. Met deze aanpassingen kunnen we die collega’s voor het eerst perspectief bieden. Daarnaast kunnen we de arbeidsvoorwaarden van contractuele en statutaire collega’s naar elkaar toe laten groeien”, geeft Matthias Roman mee.

Ontslagregeling

De ontslagregeling wordt iets soepeler. “Nu wordt een statutair personeelslid ontslagen na twee opeenvolgende evaluaties waarvan het resultaat een onvoldoende is”, zegt Matthias Roman van het Departement Bestuurszaken. “Vanaf 1 juli verandert dat: wie na een eerste onvoldoende evaluatie opnieuw een onvoldoende krijgt tijdens een van de twee eerstvolgende evaluaties, wordt ontslagen. Zo kunnen leidinggevenden optreden tegen mensen die het jaar na een slechte evaluatie, even een tandje bij zetten, maar het jaar daarna opnieuw ondermaats presteren.”

Vorig jaar in maart zei de minister van Bestuurszaken in 13 dat iemand al na één negatieve evaluatie ontslagen zou kunnen worden. Dat gaat dus niet door. Aan de ontslagregeling van contractuele collega’s verandert niets. Zij kunnen nog altijd ontslagen worden conform het arbeidsrecht, dus ook zonder een slechte evaluatie.

Proeftijd

Helemaal nieuw is de verplichte proeftijd van minimaal zes en maximaal twaalf maanden voor alle nieuwe topambtenaren en afdelingshoofden. Nu hoeven alleen externe kandidaten zo’n proeftijd te doorlopen.

De regeling voor de proeftijd wordt eenvoudiger. “Elke maand van de proeftijd telt vanaf maart 21 werkdagen”, legt Matthias uit. “Elke dag dat u gewerkt hebt, telt. Voltijds of deeltijds, dat maakt niet langer uit. Tellen ook mee als gewerkte dag: feestdagen, 2 en 15 november, 26 december, de vakantiedagen tussen kerst en nieuw, inhaalrust en dienstvrijstellingen. Een volledige dag afwezigheid door verlof voor deeltijdse prestatie, jaarlijks verlof, contractueel overeengekomen deeltijdse prestaties, deeltijdse loopbaanonderbreking of een andere verlofvorm telt niet mee als werkdag tijdens uw proeftijd.”

Nieuw is de verplichte proeftijd van minimaal zes en maximaal twaalf maanden voor alle nieuwe topambtenaren en afdelingshoofden. Nu moeten alleen externe kandidaten zo’n proeftijd doorlopen.

Toelage tijdelijk zwaardere functie

Sommige collega’s die tijdelijk extra verantwoordelijkheden of zwaardere taken opnemen (tijdelijk zwaardere functie door een belangrijk project, leidinggevende rol, toegenomen complexiteit van het werk  …), kunnen vanaf 1 maart aanspraak maken op een toelage. “Maar niet iedereen krijgt automatisch zo’n toelage bij een zwaardere taak of functie”, legt Matthias uit. “Dat is een beslissing van de lijnmanager. De toelage wordt op objectieve wijze bepaald, op basis van de zogenaamde functieniveaumatrix. Dat is een systeem dat aan alle functies binnen de Vlaamse overheid een bepaalde zwaarte toekent en ze op basis daarvan onderbrengt in categorieën.”

Herplaatsing

De regeling om personeelsleden te herplaatsen, wordt verfijnd. “Herplaatsing kan om heel wat redenen: er kunnen persoonlijke of medische redenen zijn, er kan een reorganisatie gebeurd zijn, iemand kan om allerlei redenen niet (langer) geschikt zijn voor zijn functie …”, zegt Matthias. “De regels voor herplaatsing naar een lagere rang werden aanpast. Zo’n herplaatsing zal mogelijk zijn om medische redenen, of wanneer het herplaatsingsbureau oordeelt dat een tewerkstelling in de huidige rang niet meer kan. Alleszins kan in dit laatste geval  de herplaatsing pas effectief doorgaan als het personeelslid hiermee instemt.  Daarbij is het uiteraard belangrijk dat het om een zinvolle job gaat die het betrokken personeelslid kan motiveren.”

Om misbruik van dit systeem van herplaatsing in de toekomst te vermijden, komt er nu een voortraject waarbij bekeken wordt of iemand in aanmerking komt. “Voor mensen die niet meer functioneren door psychische of sociale problemen, bijvoorbeeld, is herplaatsing niet de juiste oplossing. Om hen te helpen zijn er andere maatregelen nodig. Een leidinggevende moet daarnaast kunnen aantonen dat hij zijn personeelslid al de nodige begeleiding en ondersteuning heeft gegeven om beter te presteren.”

Wat verandert er voor de top?

Voor de topambtenaren verandert er binnenkort nog veel meer, al moet het VPS nog aangepast worden. Zij krijgen naast de rol van leider, manager, ondernemer en coach nog een extra rol, die van professioneel beleidsadviseur. Nu de kabinetten afgeslankt zijn, moeten ministers een beroep kunnen doen op de administratie voor beleidsvoorbereiding. Daarom moeten topambtenaren beschikken over een degelijke strategische visie op de bevoegdheden van de entiteit waar ze leiding aan geven. Dat betekent niet dat ze dezelfde mening moeten hebben als hun minister, maar ze moeten wel kunnen meepraten op strategisch niveau. Ook de functieprofielen, de selectie- en de (eind)evaluatieprocedure krijgen een update. De evaluatiecriteria worden aangepast. Een van de criteria wordt samenwerken, om de verkokering binnen de Vlaamse overheid verder tegen te gaan.

Meer dan twaalf jaar

Nu kan een topambtenaar maximaal twaalf jaar dezelfde functie uitoefenen. In de toekomst kan dat verlengd worden als een topambtenaar vier van de zes jaar van zijn mandaat een goede evaluatie heeft gekregen. Bovendien moet elke topambtenaar op dat moment een toekomstvisie uitwerken en ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse Regering.

Betere begeleiding van nieuwe topambtenaren

Nieuwe topambtenaren krijgen in de toekomst meer begeleiding. Als er een nieuwe topambtenaar komt, zorgen mensen uit de entiteit, het beleidsdomein en het Departement Bestuurszaken voor een digitale infobundel met informatie over het VPS, beheersovereenkomsten, relevante begrotingsaspecten, raamcontracten … De nieuwe topambtenaar krijgt een meter of peter tijdens zijn proefperiode. Daarnaast komt er een managementhandboek.

De collega’s van het Agentschap voor  Overheidspersoneel en het Departement Bestuurszaken hebben in februari een onthaalsessie georganiseerd voor nieuwe topambtenaren. “Die viel alvast in de smaak”, zegt Filip Boelaert, die sinds 1 april als secretaris-generaal bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken aan de slag is. “Wat wordt er van ons verwacht? Welk overleg bestaat er? En bij wie kunnen we wanneer terecht? Voor beginnende topambtenaren is het zeker nuttig om daarover meer informatie te krijgen.”

Algemeen directeurs

Algemeen directeurs mogen alleen nog aangesteld worden in entiteiten met meer dan duizend personeelsleden of in entiteiten die ontstaan na de fusie van enkele andere entiteiten. In alle andere entiteiten wordt de huidige algemeen directeur – als die er is – niet meer vervangen.

Voor meer informatie kunt u het best contact opnemen met uw personeelsdienst.

 

Flexibiliteit


Nog enkele aanpassingen

  • Wie in dienst komt, kan vanaf nu tot maximaal twintig jaar relevante ervaring uit de privé-sector in rekening brengen. Ervaring die u bij de overheid hebt opgedaan, kunt u sowieso meenemen.
  • Alle kandidaat-afdelingshoofden moeten minstens zes jaar relevante ervaring hebben.
  • Tijdens of na de hospitalisatie van een zwaar ziek minderjarig kind kunt u medisch bijstandsverlof opnemen met één week eventueel verlengbaar met één week. U hoeft in dat geval het verlof niet met één volle maand op te nemen.
  • De carpoolvergoeding wordt een toelage die één keer per jaar uitbetaald wordt. Die aanpassing komt er na opmerkingen van de fiscus en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  • Elektronische evaluatieverslagen zijn geen probleem meer. Het VPS vereist niet langer een handtekening op papier.

Wat vinden de vakbonden?

“Oorspronkelijke voorstellen onaanvaardbaar”

De vakbonden zijn niet onverdeeld gelukkig met de aanpassingen aan het VPS. De oorspronkelijke voorstellen waren alvast onaanvaardbaar voor hen. “Als je ziet vanwaar we komen, denk ik dat het eindresultaat een mooi compromis is”, zegt Jos Mermans van de liberale vakbond VSOA. “Het oorspronkelijke voorstel bevatte een aantal aanpassingen die van een andere planeet leken te komen. Het bewijst dat vakbondsoverleg nut heeft.”

“We zijn blij dat de soepelere ontslagregeling beperkt gebleven is tot ontslag voor wie na een onvoldoende opnieuw een negatief resultaat krijgt tijdens een van de twee eerstvolgende evaluaties”, zegt Jan Van Wesemael van de socialistische vakbond ACOD. “Eerst ging het om de vier daaropvolgende evaluaties. We begrijpen dat er strenger opgetreden moet kunnen worden, maar vier jaar een zwaard van Damocles boven iemands hoofd is te lang.”

De christelijke vakbond ACV vindt het jammer dat er nu op details gefocust wordt en mist een langetermijnvisie. “De maatregelen zijn er vooral op gericht om mensen te straffen”, zegt Nathalie Hiel. “Iedereen moet langer werken, dus ze zouden beter kijken hoe we dat kunnen bereiken. Daarnaast kunnen we ons niet vinden in het feit dat interne kandidaten geen voorrang meer krijgen bij N-1-functies. Er zit genoeg talent binnen de Vlaamse overheid dat beter benut zou kunnen worden.”

Personeelsbeleid van de toekomst

“We moeten vooral flexibel zijn”

Hoe moet ons personeelsbeleid er in de toekomst uitzien? Dat is de vraag waarover de collega’s van het Departement Bestuurszaken zich de voorbije maanden gebogen hebben met geïnteresseerde vrijwilligers uit de hele Vlaamse overheid. “Mensen willen vooral gehoord worden als het over hun werk gaat en in welke omstandigheden ze dat moeten doen”, zegt projectleider Karolien Van Dorpe. “Flexibiliteit is het sleutelwoord. Opvallend is wel dat werknemers dat begrip anders invullen dan leidinggevenden. Die willen vooral medewerkers die altijd en overal bereikbaar zijn, terwijl werknemers vooral denken aan telewerken en de mogelijkheden om werk en privéleven te combineren. Daar zullen we dus een evenwicht in moeten vinden.”

“Grote vraag bij de start van ons onderzoek was of we ons beleid moeten aanpassen aan de zogenaamde generatie Y. Dat hoeft niet, zo blijkt uit onze bevraging. Er zijn amper verschillen tussen generaties. Om talent aan te trekken en te houden moeten we wel enkele andere aanpassingen doorvoeren, maar we zijn op de goede weg.”

 

Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Vlaamse topambtenaren

Nieuwe Vlaamse topambtenaren

Door | 10 april 2014 | Nieuws

Filip Boelaert (40)

Sinds 1 april 2014 secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Vorige functie: kabinetschef bij Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits

Opvolger van: Fernand Desmyter
Joris Relaes (51)

Sinds 1 april 2014 administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

Vorige functie: kabinetschef Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid bij Vlaams minister-president Kris Peeters

Opvolger van: Erik Van Bockstaele
Chris Danckaerts (53)

Vanaf 1 mei 2014 gedelegeerd bestuurder van nv De Scheepvaart

Vorige functie: algemeen directeur bij nv De Scheepvaart

Opvolger van: Erik Portugaels
Gonda Cock (61)

Sinds 1 maart 2014 projectleider N-niveau bij het Departement Bestuurszaken

Vorige functie: administrateur-generaal bij het agentschap Centrale Accounting
Steven Dessein (38)

Sinds 1 april 2014 administrateur-generaal van het Agentschap Plantentuin Meise

Vorige functie: waarnemend leidend ambtenaar bij het Agentschap Plantentuin Meise
James Van Casteren (42)

Vanaf 1 mei 2014 administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Vorige functie: afdelingshoofd Woonbeleid bij Wonen-Vlaanderen

Opvolger van: Laurent Burssens
Alona Lyubayeva (41)

Vanaf 5 mei 2014 Vlaams Diversiteitsambtenaar

Vorige functie: Bestuurssecretaris Onthaalbureau Inburgering provincie Vlaams-Brabant

Opvolger van: Ingrid Pelssers